Posts tonen met het label nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nederland. Alle posts tonen

vrijdag 6 februari 2026

Your hometown



















Niet zo lang geleden was ik op een crematie. Het betrof één van mijn neven; een zoon van een zus van mijn vader. Geboren in Zwijndrecht, had hij vanaf zijn huwelijk gewoond en gewerkt in Ridderkerk. Desondanks vond de uitvaart plaats in Zwijndrecht, waar aan de rand van het dorp al jaren een relatief nieuwe begraafplaats met crematorium is. 
De ceremonie startte met 'My hometown' van Bruce Springsteen. 
Ik moet bekennen dat ik even vol schoot. Dat gebeurt me vaker bij dit soort gelegenheden, als de muziek op de één of andere manier zó passend is bij de persoon en zijn leven, dat ze sterke emoties oproept. Een paar jaar geleden had ik hetzelfde bij de crematie van de man die ooit mijn zwager was, en die ik in de laatste maanden van zijn leven nog beter had leren kennen dan in de dertig jaar daarvoor al het geval was geweest. Toen was het 'Wild Horses' van de Rolling Stones. Het had in zijn geval niks anders kunnen zijn, en ik zal het nummer nooit meer kunnen horen zonder aan hem te denken. Het lied op zich is er alleen maar mooier op geworden, wat mij betreft.

Mijn neef was dus oorspronkelijk een Zwijndrechter, net als ik. Maar hij was veel meer Zwijndrechter dan ik ooit geweest ben. Dat komt mede door het gegeven dat ik nooit erg ben opgenomen in de Zwijndrechtse gemeenschap. Behalve het lidmaatschap van gymnastiekvereniging O & O (Oefening en Ontspanning), dat mij min of meer werd opgedrongen omdat gymnastiek heilzaam zou zijn tegen de bronchitus, waaraan ik in mijn jeugd leed, ben ik nooit lid geweest van een vereniging die toegang gaf tot het sociale leven in Zwijndrecht. Mijn lidmaatschap van de lokale bibliotheek, waar ik wèl de deur platliep, leverde in sociale zin weinig tot op. De vriendjes van de lagere school verloor ik na het verlaten daarvan al snel uit het oog. Bijna niemand ging naar de L.T.S., en de paar die er wèl naar toe gingen waren op de lagere school al geen vriendjes. Na de L.T.S. volgde de M.T.S., maar die stond in Dordt en gek genoeg kwam een aanzienlijk deel van mijn klasgenoten daar uit de Alblasserwaard. Na schooltijd zag ik de jongens uit mijn klas niet. Eén klasgenoot van de L.T.S, deed ook toelatingsexamen, maar hij zakte. Ik slaagde wel, hoewel ik dacht dat ik gezakt was. Een voor die tijd significant detail. 

Na de militaire dienst ging ik al vrij snel op kamers in Dordt. En hoewel ik begin jaren '80 nog even in een flatje 'op Zwijndrecht' woonde (hoewel Zwijndrecht toen al zo'n 30.000 inwoners moet hebben gehad, woonden autochtone Zwijndrechters nog steeds 'op Zwijndrecht'), vertrok ik rond 1986 naar Delft. Voor het werk en de liefde. Ik had definitief afscheid genomen van mijn geboortedorp. Ik kwam er eigenlijk alleen nog om mijn moeder en mijn goede vriend T. op te zoeken. Maar dat was dan ook de enige vriend die ik aan Zwijndrecht had overgehouden.

Mijn neef heeft de banden met zijn geboortedorp echter nooit ècht doorgesneden. 
Hij was een toegewijd voetballer en voetbalde hij het grootste deel van zijn voetballende leven bij VVGZ (Voetbalvereniging Geluksvogels Zwijndrecht). Daar voetbalde ook een andere neef van me die wèl Valk heette, en sowieso was VVGZ de thuisbasis van alle voetbalminnende Valken. Ook mijn vader is het grootste deel van zijn leven lid geweest; hij was het nog toen hij in 1983 op 64-jarige leeftijd overleed. De eerstgenoemde neef bleef, ook toen hij al jaren in Ridderkerk woonde en werkte, contact onderhouden met de Zwijndrechtse vrienden uit zijn jeugd en de tijd bij VVGZ. In essentie was hij een Zwijndrechter gebleven.
Mijn vader, nog een generatie ouder dan ik en mijn neef, was bij wijze van spreken 'wereldberoemd in Zwijndrecht'. Dat kwam mede doordat hij vanaf 1945 deel uitmaakte van de Zwijndrechtse gemeentepolitie. Maar zijn vader, mijn opa, had nog een tuinderij, en omdat Zwijndrecht van oorsprong een dorp van tuinders is, kun je rustig zeggen hij dat Zwijndrechtser dan Zwijndrecht was. In mijn jeugd werd mij, als een autochtone Zwijndrechter hoorde dat ik 'Valk' heette, regelmatig gevraagd of ik "er één van Janus Valk was" (iemand die door zijn ouders was getooid met de naam 'Adrianus' werd in Zwijndrecht automatisch 'Janus'), Inderdaad, dat was ik; ik was zelfs de enigste 'van Janus'.
Hoe bekend hij was in Zwijndrecht merkte ik pas toen hij was overleden. In het condoleance-register stonden uiteindelijk meer dan vierhonderd namen..

In Delft integreerde ik evenmin. Van mijn directe collega's op de TU woonde slechts een enkeling in Delft en die verloor ik na een paar jaar weer uit het oog, omdat ik bij een andere hoogleraar en een ander werkverband terecht kwam. Mijn kennissen in Delft waren de kennissen van mijn vriendin, die al langer in Delft woonde. Ik ontleende niets aan de stad dat enigszins op een identiteit leek. Sterker nog: ik vond de Delftenaren lichtelijk irritant. Waaraan ze het precies ontleenden is mij nooit volledig duidelijk geworden, maar in het plaatselijke sufferdje, feitelijk niet meer dan een advertentie blaadje, stond zelden of nooit ook maar één negatief woord over de stad of zijn bewoners. Delft was dit en Delft was dat; Delft was geweldig. Zelf vond ik Delft een tikkeltje benauwd. De binnenstad heeft een zekere kwaliteit, maar is eigenlijk maar piepklein en daarbuiten beginnen, na wat dertiger jaren-architectuur, al snel de eenvormige buitenwijken, die in iedere Nederlandse stad precies hetzelfde zijn.

Eigenlijk is dat laatste één van de universele Nederlandse drama's.
Zwijndrecht had, in de tijd dat ik een jochie was nog de Ringdijk, met z'n bebouwing die plaatselijk al honderden jaren oud was. Die bebouwing heeft men begin jaren '70 vakkundig verwijderd. Het was nodig voor een dijkverhoging. Zei men. Het gevolg is, dat Zwijndrecht op wat panden langs de Rotterdamseweg na, nauwelijks nog bebouwing heeft die ouder is dan honderd jaar. Hoewel er al voor de tweede wereldoorlog de nodige industrie in Zwijndrecht was, is het oorspronkelijke karakter van een tuindersdorp al heel lang verleden tijd. Zwijndrecht verschilt in allerlei opzichten eigenlijk niet meer van volledig identiteitsloze oorden als Alphen aan den Rijn en Zoetermeer.

Nu ik min of meer een oud mannetje ben geworden, en ondanks het feit dat ik mijn identiteit nooit erg heb laten bepalen door mijn afkomst, betrap ik mezelf soms op een vage melancholie. Het gevoel dat ik eigenlijk nergens meer ècht thuis ben. Dat ik feitelijk nergens meer wortels heb. Hoewel ik er in mijn jongere jaren nooit over nadacht, zou ik er heden ten dage veel voor over hebben om eens een kijkje te kunnen nemen op de tuinderij van opa Valk. Een tuinderij waar mijn vader en zijn broers nog hebben gewerkt en die eigendom was van een man die ik nooit heb gekend.  Dat alles is verdwenen in de nevelen van het verleden. Niet alleen de mensen, maar ook de tuinderij, die al kort na de oorlog is overspoeld door het uitbreidende Zwijndrecht. Dat gebeurde al voor ik geboren was, waarschijnlijk.
Zelfs het Zwijndrecht dat ik nog heb gekend, bestaat niet meer. Evenals het Eiland IJsselmonde van mijn jeugd.

Ondertussen woon ik al bijna dertig jaar in Dordrecht. En dat al dertig jaar in hetzelfde huis. Dat huis is in de eerste twintig jaar dat ik er woonde helemaal door m'n handen gegaan, om het beeldend uit te drukken. Eigenlijk is dàt wel deel van mijn identiteit geworden. Dat het in Dordrecht staat is mooi meegenomen; het is van alle steden in het westen van Nederland één van aardigste, hoewel de buitenwijken precies dezelfde bloedarmoede hebben als in Delft en Alphen aan den Rijn. De binnenstad ligt aan de rivier; dat maakt ook veel goed. 
Toch zal ik nooit een Dordtenaar worden zoals de broers en zusters van mijn moeder dat waren. Ondanks het gegeven dat ik soms Zwijndrechters (meestal mensen die er ook niet zijn geboren) pest met de opmerking: "het mooiste in Zwijndrecht is het gezicht op Dordt".

My hometown.. Is dat de plaats waar ik ben geboren? Ooit, heel lang geleden, was dat zo. De herinnering kwam even boven op die crematie, door toedoen van Bruce Springsteen.




zondag 11 januari 2026

Passanten 6: Willem

























Net als Gerrit was Willem min of meer een collega. Eentje uit de laatste periode van mijn werkzame leven.
Hij werkte bij Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente Dordrecht. Ik was vanaf november 2001 min of meer bij die dienst ingehuisd, omdat ik secretaris va de Welstandscommissie was. Tussen mij en de plantoetsers van die dienst was regelmatig overleg over ingediende bouwaanvragen. 'Redelijke eisen van welstand' was tenslotte een onderdeel van de 'heilige drie-eenheid' bestemmingsplan - bouwbesluit - redelijke eisen van welstand, waaraan een bouwplan moet voldoen om een bouwvergunning te krijgen. 
Bouw- en Woningtoezicht als zodanig bestaat inmiddels niet meer; een kleine twintig jaar geleden werd deze diensten landelijk samengevoegd met de milieudiensten en de daaruit resulterende dienst heet sindsdien 'Omgevingsdienst'.
In deze context was Willem gedurende veertien jaar mijn collega.

Bouw- en woningtoezicht van de gemeente Dordrecht maakte in de periode vóór de vorming van de Omgevingsdienst deel uit van de dienst Stadsontwikkeling van de gemeente Dordrecht. Dit destijds vrij omvangrijke gezelschap was van een bonte pluimage. Zowel Monumentenzorg (Dordt heeft meer dan 1000 monumentale panden) als Stedenbouw maakten er deel van uit, evenals Vastgoedbeheer en Grondzaken.
Stadsontwikkeling had bovendien, binnen het gemeentelijke apparaat als geheel, ook een reputatie als zijnde een verzameling feestnummers en bonte honden. 
Dat gold in zekere mate ook voor het toenmalige Bouw- en Woningtoezicht. De dienst had een hoofd, maar een deel van de werknemers vulde de hun toegewezen taken geheel naar eigen inzicht in en maakte het zichzelf daarbij niet moeilijker dan strikt nodig was. Bij de dienst leerde ik bijvoorbeeld het begrip 'artikel 5' kennen. De toepassing daarvan kwam neer op het door de vingers zien van allerlei zaken die enerzijds niet helemaal in overstemming waren met de voorschriften, maar anderzijds niet zó schadelijk werden geacht dat er 'moeilijk' over moest worden gedaan.

Dit laatste is meteen een mooi aanknopingspunt om wat meer te vertellen over passant Willem.
Voor Willem bestond 'artikel 5' namelijk niet. Hij deed alles volgens het boekje. Een standaard ambtenaar zoals die leeft in de voorstelling van de gemiddelde niet-ambtenaar. Binnen het gezelschap van plantoetsers was hij één van de hoger opgeleiden; als ik me niet vergis had hij de HTS voltooid. Willem was een peuteraar, niet alleen in zijn werk, maar, zoals  bleek toen ik hem wat beter leerde kennen, ook op andere fronten.
Dat hij van wijn bleek te houden zou wat mij betreft weer in zijn voordeel kunnen spreken. Kennelijk was hij in bepaalde opzichten toch een levensgenieter. Maar dat hij regelmatig wijn dronk werd pas duidelijk toen hij me op een onbewaakt ogenblik vertelde dat hij de bezitter was van een klimaatkast voor zijn wijnvoorraad. Ook hier had de hang naar perfectie toegeslagen. 
Van lieverlee werd duidelijk dat Willem ook door zijn directe collega's als een wat wereldvreemd buitenbeentje werd beschouwd. Toen Bouw- en woningtoezicht eenmaal was opgegaan in de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en we waren verhuisd naar een ander gebouw in de stad, leidde deze verandering tot aanzienlijke problemen met zijn werkplek. Willem maakte melding van lichamelijk ongemak dat hij weet aan straling die volgens hem uit het plafond kwam. De bron zou, dacht hij, leidingwerk zijn dat electro-magnetische golven uitzond. Tot welke lichamelijke klachten dit bij hem leidde, is mij nooit helemaal duidelijk geworden. 
Zijn klachten werden door de leiding in zoverre serieus genomen dat er binnen de grote ruimte waar de plantoetsers zaten, met zijn persoonlijke werkplek werd geschoven. Uiteindelijk werd er een plek gevonden waar hij minder last had van de door hem ervaren negatieve effecten, maar helemaal tevreden is hij na de transitie van de dienst nooit meer geworden, geloof ik.
Cynisme kreeg bij Willem de overhand.  
Toen, al vrij kort na de vorming van de Omgevingsdienst, de Tweede Kamer besloot dat plantoetsing en bouwtoezicht op termijn bij marktpartijen zouden worden ondergebracht en plantoetsers en inspecteurs een mogelijk ontslag zagen opdoemen, was Willem steevast degene die het meest zwarte scenario schilderde. 

In 2016 ging ik met pensioen. De Omgevingsdienst huisde inmiddels in het oude (en eigenlijke ook meteen het laatste) postkantoor van Dordrecht, dat op loopafstand van mijn huis ligt. Sommige jongens van de Omgevingsdienst liepen bij mooi weer en rond lunchtijd graag een rondje door de binnenstad, terwijl ze ondertussen de meegebrachte boterhammen oppeuzelden. Zo kwam ik Willem, meestal in het gezelschap van één of meerdere anderen, nog diverse keren tegen.
De laatste keer dat dit gebeurde moet in de periode 2020 - 2022 zijn geweest. Het was Corona-tijd. Willem was alleen en misschien was dat de reden dat we even de tijd namen voor een praatje.
Als ik het me goed herinner was het ergste van de Corona-epidemie al achter de rug; in ieder geval werd er bij Omgevingsdienst weer op kantoor gewerkt. Vanzelfsprekend was de achterliggende periode vrijwel direct onderwerp van gesprek. Al heel snel bleek hoe Willem daar naar keek; Corona was een complot. Het was niet gewoon een epidemie van een tot dan toe onbekend virus. Er waren duistere krachten de gang geweest en ze waren nog lang niet klaar met ons, onwetende burgers.
In een poging om het gesprek in andere vaarwater te leiden, probeerde ik van onderwerp te veranderen en begon ik over een ander maatschappelijk fenomeen. Wat dat precies was weet ik niet meer, maar ook hier zag Willem allerlei geheime manipulaties van de overheid of andere machten.
Eén en ander leidde tot een versneld afscheid. Daarna heb ik Willem niet meer gezien.

De hele traditie van het rondje rond het middaguur schijnt sowieso te zijn afgeschaft, want ook de andere collega's kom ik tegenwoordig nooit meer tegen. 

zondag 21 september 2025

Het politieke landschap wordt een slagveld



















U zag het al aan de titel; dit wordt weer een politiek stukje. 
Kan ook bijna niet anders, met verkiezingen die nog maar iets meer dan een maand in de toekomst liggen en het algemeen gevoelde grote belang van die verkiezingen. 
De directe aanleiding was een opmerking van de hoofdredacteur van Vrij Nederland, die ik gisteren in de Volkskrant las.
Sander Heijne, want zo heet die hoofdredacteur, stelde het volgende: "We leven ook in een tijd waarin links-rechts niet meer de belangrijkste tegenstelling is in het politieke debat. We kunnen de partijen nu ook verdelen langs de as van democratisch en anti-democratisch".
Het laatste lijkt mij zonder meer een feit. Op de mening dat die onderverdeling daarmee ook belangrijker is dan het onderscheid links-rechts valt nog wel wat af te dingen, denk ik. Kenmerkend is namelijk wèl dat Heijne vervolgens PVV en Forum voor Democratie ondemocratisch noemt en BBB, JA21 en de VVD bestempelt als partijen, die als het hen zo uitkomt, ook wel 's ondemocratische praatjes verkopen. Daarmee heeft ie wel zo'n beetje alle serieus rechtse partijen genoemd.
 
Nu zijn er ter linkerzijde ook wel wat clubs waarvan je het democratische gehalte kunt betwijfelen. De SP, bijvoorbeeld, lijkt zijn Maoïstische verleden nog steeds niet helemaal te zijn ontgroeid. Maar verder kan ik aan de linkerkant van het politieke spectrum geen partij of andere organisatie noemen die wel eens twijfels oproept over haar houding tegenover de democratie.

Wat zou dus de conclusie kunnen zijn? 
Naar mijn idee dat de meest serieuze bedreiging voor de democratie inmiddels toch van rechts komt. Sander Heijne kan wel net doen alsof hij een nieuwe scheidslijn heeft ontdekt, die afwijkt van de traditionele links-rechts tegenstelling, maar in werkelijkheid is er, zeker sinds het communisme in de Nederlandse en zelfs in de internationale politiek geen factor van betekenis meer is, niks nieuws onder zon. Anti-democratisch is zo'n beetje synoniem met extreem rechts. 

Toen ik begon te schrijven aan dit stukje was op het Malieveld in Den Haag nèt de demonstratie begonnen die Els Rechts had georganiseerd tegen massa-immigratie in het bijzonder en alles wat links, woke en afwijkend is in het algemeen. Dit overigens zonder dat ik daarvan op de hoogte was. Pas gisterenavond, toen ik de bovenstaande regels al had geschreven, kwam het nieuws over Els, haar demonstratie en hoe die was geëindigd, tot mij.
Ik had eerlijk gezegd nog nooit van Els Rechts gehoord, maar wie haar website bezoekt, komt erachter dat Els een soort christelijke uitvoering is van andere extreem rechtse dames als Eva Vlaardingerbroek en Raïsa Blommensteijn. 
Ze was erin geslaagd om onder haar volgers enkele tienduizenden Euro's bij elkaar te scharrelen, waarmee ze de demonstratie had georganiseerd. Want de mensen die een podium met geluidsinstallatie voor je bouwen doen dat natuurlijk niet gratis.
 
Zo stond Els, die op dat moment eigenlijk niet veel meer vertegenwoordigde dan zichzelf, heel vredelievend op het Malieveld haar mening uit te dragen. Ik heb er wat video's van gezien en behalve veel Nederlandse vlaggen, een enkele oranje-blanje-bleu vlag (eertijds de vlag van de NSB) en een paar van BV-NL, de partij van meester-opportunist  Wybren van Haga, die er ook het woord voerde, waren er niet er niet veel uitingen van andere extreem rechtse partijen te zien. Geen vlaggen of andere reclame voor de PVV of FvD, bijvoorbeeld. Hoewel Geert Wilders de grote held van Els is en zij ook op de PVV zegt te stemmen.
Wel waren er wat christelijke uitingen, zoals mensen die met een geheven kruis rondliepen.

Vervolgens werd het hele gebeuren overgenomen door een legertje extreem rechtse relschoppers van clubjes als White Power Scheveningen en Netherlands Freedom Fighters, die de omgeving in een slagveld veranderen, twee politieauto's in brand staken en, na het ingooien van de ruiten, een poging deden het partijkantoor van D'66 in brand te steken.
Els was in tranen; dit was natuurlijk helemaal nooit de bedoeling geweest! 

Ik ben ervan overtuigd dat het geen krokodillentranen waren. 
Els is nog maar 26 jaar oud en heeft nog niet helemaal door wie er allemaal op een manifestatie als de hare afkomen. Els denkt dat zij christelijke waarden en extreem-rechts gedachtengoed, zoals geloof in de islamisering van Nederland, kan combineren. 
Bij alle christelijke waarden die Els zegt te verdedigen, kun je jezelf afvragen of zij daar niet een beetje selectief mee omgaat. 
Ik heb zelf ongeveer 12 jaar op christelijke scholen gezeten en hoewel ik inmiddels niet meer geloof in een hemel of een hel, onderschrijf ik in grote lijnen nog steeds de waarden die naar voren komen uit het Nieuwe Testament. 
Jezus brak een lans voor het helpen van de zwakken en behoeftigen en maakte ondubbelzinnig duidelijk dat men zijn welvaart moest delen met hen die minder welvarend waren. 
Naar mijn smaak strookt dat niet helemaal met de leus: 'Nederland voor de Nederlanders', die Els op haar website voert.

Wat Els zich kennelijk nooit heeft gerealiseerd, is dat er ook héél veel Nederlanders zijn die niet eens weten wat een christelijke moraal zoal zou moeten of kunnen inhouden, òf, als ze dat wèl weten dat aan hun laars lappen, maar de wèl haar rechtse denkbeelden delen En dat in nog veel extremere mate dan zij zelf. Een deel daarvan schroomt ook niet om hun mening met geweld over het voetlicht te brengen.

Nu is een verbond tussen extreem-rechts en bepaalde christenen niks nieuws.
In de Verenigde Staten bestaat het al jaren. Trump is daar mede aan de macht gekomen omdat veel orthodoxe christenen op hem hebben gestemd, nadat Trump dat kiezerspotentieel bewust had aangeboord door zich tegen abortus en anti-lhbti uit te spreken. En hoewel Trump, gezien zijn daden, helemaal niet gelooft in de hel, maakt hij wel degelijk zijn beloftes in dit opzicht waar. Dat dit zomaar blijkt te kunnen had niemand een paar jaar geleden voor mogelijk gehouden, maar het gebeurt gewoon en heel Amerika staat erbij en kijkt ernaar.
Ook hier in Nederland zien we de SGP al opschuiven richting extreem rechts.

Ik ben benieuwd wat het bovengenoemde gedoe op het Malieveld zal betekenen voor de komende verkiezingen.
Mogelijk zullen allerlei talking heads ter rechterzijde ook wat tranen plengen naar aanleiding van het gebeurde. Maar in tegenstelling tot de tranen van Els zullen dat wel in meer of mindere mate krokodillentranen zijn, ben ik bang. Mensen als Geert Wilders en Thierry Baudet hebben de geesten van de Nederlandse rechts-extremisten rijp gemaakt voor wat er gisteren gebeurde. En hoewel de volgende uitspraak op internet direct een Godwin zou worden genoemd, roept één en ander toch wel wat herinneringen op aan de bruinhemden die Hitler's machtsovername voorbereidden.

Het is nu wel duidelijk uit welke hoek de wind, ook in Nederland, inmiddels waait, denk ik.


maandag 23 december 2024

Mijn Nieuwjaarswens voor Nederland en de wereld

 

bron: someecards.com









Lezers die de titel van dit stukje vinden getuigen van misplaatste hoogmoed kan ik geruststellen; u mag die titel rustig beschouwen als een met ironie doordrenkte bon mot.

De inspiratie voor dit epistel borrelde op na het zien, gisteren, van het televisieprogramma BuitenhofDat zat deze keer, vond ik, vol met boeiende onderwerpen. 
Zo was er onder meer iemand die een Gedichtenapotheek had gepubliceerd. Als u wilt weten wat dat precies inhoudt, moet u maar maar even 'terugkijken' op uw interactieve televisie. Waarvan ik dan maar even aanneem dat u die heeft.

De echte inspiratie echter, kwam van Beatrice de Graaf, die onlangs de jaarlijkse Huizinga-lezing van de Universiteit Leiden voor haar rekening nam. 
In Buitenhof gaf ze, tijdens een interview door Pieter Jan Hagens, een soort samenvatting van die lezing. Het uitgangspunt was dat de visie van Johan Huizinga, eertijds hoogleraar in Leiden, met betrekking tot dingen als crisis, politieke mores en succesvol leiderschap nog steeds niet verouderd is.
De Graaf stak een gloedvol betoog af van een helderheid die tegenwoordig bij veel mensen die over ingewikkelde dingen praten nog wel eens ver te zoeken is. Ze produceerde niet alleen maar veel woorden, maar vooral woorden die iets betekenden en de visie van Huizinga glashelder over het voetlicht brachten.

Zo maakte ze onder andere duidelijk wat, volgens Huizinga, een politiek leider tot een succesvolle leider maakte. Daarbij ging het volgens hem in eerste instantie om deugden in de definitie van Aristoteles. Zo'n leider moest niet alleen slim zijn, maar vooral zó slim dat hij daarbij het hogere doel nooit uit het oog verloor, en dat op een zodanige manier dat er recht werd gedaan het belang van land en volk in de breedst mogelijke zin. Die deugden worden ook benoemd: beheersing, rechtvaardigheid, wijsheid en moed. De latere kerkvader Augustinus heeft daar nog geloof, hoop en liefde aan toegevoegd. Volgens Beatrice waren die zeven begrippen sinds de vroege middeleeuwen "het scharnierpunt" voor mensen die geacht werden te handelen in het publieke belang.

Pieter Jan Hagens trok vervolgens de vergelijking tussen de conflicten in het huidige kabinet, het gedrag van sommige kamerleden en deze deugden. Die waren, volgens hem, vaak niet bepaald in overeenstemming daarmee. Te vaak ging het om populistisch geschreeuw en electorale winst. 
Dat vond Beatrice ook; Huizinga zou één en ander hebben bestempeld als puerilisme. De term is door hem bedacht en werd voor het eerst gebruikt in zijn boek In de schaduwen van morgen. Kort gezegd laat het zich vertalen als 'kinderachtig gedrag'.

Huizinga schrijft in het genoemde boek onder meer: de gemakkelijk bevredigde maar nooit verzadigde behoefte aan banale verstrooiing, de zucht tot grove sensatie, de lust aan massavertoon. (...........) Een aantal eigenschappen, die psychologisch dieper geworteld liggen dan de genoemde, en die men eveneens het best onder den term puerilisme kan begrijpen, zijn het ontbreken van gevoel voor humor, het warmloopen op een woord, de verregaande engdenkendheid en onverdraagzaamheid tegenover nietgroepsgenooten, de matelooze overdrijving in lof en blaam, de toegankelijkheid voor elke illusie die de eigenliefde of het beroepsbesef vleit. 

De taal is misschien, evenals de genoemde deugden, een beetje archaïsch, maar het kan niet worden ontkend dat het hierboven beschreven gedrag ook vandaag weer volop aanwezig is in het publieke domein en zelfs in de tweede kamer en de regering opgang maakt.

Beatrice was van mening dat de deugden van Aristoteles, Augustinus en Huizinga bij veel van de huidige (wereld)leiders nogal op de achtergrond zijn geraakt. Dat valt ook niet te ontkennen, lijkt me. Mensen als Trump en Wilders zouden niet door de ballotage van het bovengenoemde drietal komen.

Het kwam er volgens de Graaf voor de leiders van nu op aan om hoop op vooruitgang te bieden. Dat houdt in dat leiders ook bereid moeten zijn om eerder gemaakte fouten te erkennen, en dat die erkenning eventueel tot een bijstelling van het beleid zal moeten leiden. Het 'benoemen' van problemen moet gepaard gaan met het bieden van perspectief. 
Van de bevolking mag worden gevraagd dat ze niet alleen maar vragen wat de leiding voor hen kan doen, maar ook of zij wat kunnen doen voor het land of de maatschappij.
De Graaf noemde ook het voorbeeld van Franklin D. Roosevelt, die in zijn jaren als president van de Verenigde Staten in staat bleek om het Amerikaanse volk een hart onder de riem te steken tijdens zijn zogenaamde fireside chats, waarin hij vrijelijk sprak over de problemen waar de VS voor stonden, maar zijn volk tevens voorhield hoe zij óók moed en wijsheid konden tonen. Zelf schiet me hier en nu Churchill te binnen, die er bij het begin van de Tweede Wereldoorlog er niet omheen draaide en meldde dat hij voorlopig niks anders te bieden had dan blood, sweat and tears, maar dat de wereld uiteindelijk zou moeten inzien dat this was their finest hour. 
Hij toonde de moed om de waarheid te vertellen, maar bood tegelijkertijd het perspectief dat er ook moet zijn om de burger het idee te geven dat zijn inzet nodig is.

Wat Beatrice de Graaf tenslotte nog zei over de grote conflicten van deze tijd vond ik ook behartigenswaardig. 
Ten aanzien van het Israëlische handelen in Gaza merkte ze op dat de Nederlandse regering de moed zou moeten opbrengen om, ondanks de steun die er van oudsher uit Nederland altijd was voor Israël, in dit geval toch zo langzamerhand eens wat kanttekeningen te plaatsen bij het handelen van Israël en daarbij niet te schromen om te spreken van oorlogsmisdaden. 
Dat neemt echter volgens haar niet weg dat de staat Israël een bestaande entiteit is, die eveneens perspectief nodig heeft. Het land zit feitelijk ook klem in de bestaande werkelijkheid. 
De Graaf pleitte ervoor dat, zeker nu er door de val van Assad in Syrië een nieuwe situatie is ontstaan, Europa, de Verenigde Staten en misschien ook Rusland de deugden beheersing, rechtvaardigheid, wijsheid, moed, geloof, hoop en liefde inzetten om in het Midden-Oosten iets te bewerkstelligen dat tot een verbetering van de algemene situatie zou kunnen leiden.

Maar ook wij, burgers onderling (en daar komt mijn nieuwjaarswens voor het komende jaar, en wat mij betreft voor vele jaren hierna) kunnen in het publieke debat en dat in de kennissenkring anders met elkaar omgaan dan we in dit tijdsgewricht nog wel eens doen, bewust of onbewust.
Zonder al te dogmatisch te hameren op bovenstaande zeven deugden, zou dat kunnen inhouden: minder prinzipienreiterei, de zaak eens van meerdere kanten bekijken, en vooral niet streven naar endgultige Endlösungen. Verbeteren en oplossen gaat vaak in kleine stapjes. 
Dat laatste hoeft geen bezwaar te zijn, als ermee wordt voorkomen dat een eenmaal ingeslagen weg toch niet begaanbaar blijkt, waardoor we vervolgens terug naar 'af' moeten.
Iets om over na te denken als u, al dan niet binnenkort, weer naar de stembus gaat.

Ik wens u allen plezierige dagen van ontspanning en bezinning, benevens een goede start van 2025

Keep calm and carry on.


donderdag 12 december 2024

Normaal?

















In de jaren zeventig en tachtig hingen her en der zilverkleurige posters met de tekst "ooit een normaal mens ontmoet? en..., beviel het?"

Ik werkte toen net op de faculteit Bouwkunde in Delft en had daar juist in korte tijd een flink aantal mensen ontmoet die mij niet helemaal normaal leken. Dat had alles te maken met het gegeven dat ik, als Zwijndrechtse provinciaal, ineens in een universum terecht was gekomen waarvan ik, tot dat moment, het bestaan niet had vermoed.
In het vaag gereformeerde milieu waar ik uit voortkwam, was iedereen wèl normaal. Zeker als we dat begrip uitleggen als: 'voldoen aan de norm'. Aan vaders kant was in de hele familie geen buitenbeentje te bekennen. Of het moest ome Wim zijn, die op zeker moment Nederland had verlaten en in Wallonië in de staalindustrie was gaan werken. Moeders kant kende wat meer vrijgevochten types. Wat wilder dan ik zelf was, zal ik maar zeggen. Enkele van de neven Van Well lazen de Aloha, bijvoorbeeld. Ook vond ik op hun kamer wel eens een Chick. Waarmee ik geen lekkere meid, maar een ander blaadje bedoel, waar overigens wèl lekkere meiden in stonden. Of wat daarvoor door moest gaan. 
Later is het met die neven Van Well helemaal goedgekomen, trouwens. Ze zijn netjes getrouwd en hebben een gezin gesticht. Met vervolgens weliswaar een echtscheiding hier en daar, maar tóch tamelijk normaal, dus.

Ook op Bouwkunde hing zo'n zilverkleurige poster en terugkijkend rijst het vermoeden dat dit niet helemaal toevallig was. Het instituut was, binnen het scala aan faculteiten dat samen de Technische Hogeschool vormde, een soort enclave waar alles, dat op die andere faculteiten nog abnormaal werd gevonden, een geaccepteerd verschijnsel was.
Ik kwam op Bouwkunde voor het eerst homoseksuelen tegen. Dat wil zeggen: mannen die er niet omheen draaiden dat ze dat waren. Er liepen merkwaardige individuen rond, die in een geheel eigen universum leken te leven. Alexander Mustert, bijvoorbeeld, directeur van zijn eigen Sprookjesmuseum. Nooit afgestudeerd, is hij desondanks een beroemde Delftenaar geworden. Googelt u maar eens. Of Joop Hardy, die colleges kunstgeschiedenis gaf, en bij een afbeelding van een schilderij uit de renaissance, waarop een bepaalde seksuele symboliek werd uitgebeeld, opmerkte: "jaa.. ze zegt het niet hardop, maar dat vrouwtje lust er wel pap van, hoor.."
Bouwkunde heeft op alle mogelijke fronten mijn blik verruimd. Ook waar het gaat over de relativiteit van het begrip 'normaal'.

Zelf ben ik ook niet normaal, geloof ik. Mijn vrouw is van mening dat ik licht-autistisch ben. Zelf hou ik het erop dat ik een hekel heb aan geklets over niks, dat ik nogal selectief ben in wat ik wèl en niet interessant vind, en ik haat de neiging van de zogenaamde vooruitgang tot het steeds ingewikkelder maken van allerlei zaken die ooit heel eenvoudig waren. En bleef het nou maar bij ingewikkeld maken; de werkelijkheid is helaas nog veel schadelijker
 
Internet; dat was in de jaren negentig van de vorige eeuw het schoolvoorbeeld van vooruitgang. 
Inmiddels is het een veelkoppig monster geworden dat constant om wachtwoorden vraagt en een niet aflatende stroom bagger produceert.
Ik moet in dat verband regelmatig denken aan een lied dat in 1973 door Frank Zappa op single werd uitgebracht: I'm the slimeDe tekst van lied kan ik bijna geheel uit m'n hoofd reciteren (geen idee waarom; het is zo). Ze handelt over wat de televisie in de Verenigde Staten op dat moment te bieden had en de manipulatieve bedreigingen die daar vanuit gingen.
Terzijde: dat meidenkoortje in I'm the slime; dat zijn Tina Turner en de Ikettes.
Projecteer de tekst van het lied op het huidige internet, en je kunt constateren dat de angst van Zappa voor de Amerikaanse televisie-dictatuur klein bier was vergeleken bij wat er heden-ten-dage uit de krochten van internet opborrelt. Internet is, vergeleken met de Amerikaanse radio en televisie uit de jaren '70, eveneens een schoolvoorbeeld. Ditmaal van het gegeven dat het altijd nóg veel erger kan.

Onder noemer 'normaal' vielen in het verleden ook vormen van fatsoen, zoals niet discrimineren, gelijkheid voor de wet, niet liegen, het eerbiedigen van de grondwet en daarmee het ondersteunen van de democratie, die we in de afgelopen 80 jaar als iets vanzelfsprekends zijn gaan beschouwen.
Maar zelfs in Nederland is ondertussen sprake van een nieuw normaal, waarvan de laatste uiting een motie in de tweede kamer is, die voorstelt een soort gedachtenpolitie á la Orwell's 1984 in te voeren. Een motie die doodleuk een meerderheid kreeg.
En zoals ik al zei: het kan altijd nog erger. Want dat nieuwe normaal schiet niet alleen in Nederland wortel; dat gebeurt ook in de Verenigde Staten, Italië, Hongarije, Frankrijk en België. In andere landen, zoals Duitsland en Roemenië is het, al dan niet gestuurd vanuit een land dat eigenlijk nooit normaal is geweest, aan een opmars bezig. 

Veel van de genoemde landen maken deel uit van de Europese Unie, die, zoals ik hier al lang geleden heb betoogd, en ondanks alle gebreken die dit fenomeen nog kent, één van de beste ideeën blijft die in de 20e eeuw zijn bedacht. 
Maar het blijkt dat de exponenten van het nieuwe normaal ongelofelijk de schurft hebben aan de EU. Die EU moet ten gronde worden gericht, want gaat ten koste van de eigen identiteit, de eigen cultuur en de ook eigen achterlijkheid. De EU vindt bijvoorbeeld dat er met allerlei dingen, zoals de natuur, maar ook asielzoekers, min of meer fatsoenlijk moet worden omgegaan. En dat klimaatverandering moet worden bestreden door de CO2-uitstoot te verminderen. In de ogen van de nieuwe normalen allemaal hobbies van linkse gekkies
Het gekke is dat al die nieuwe normalen elkaar wel opzoeken en allianties smeden. 
Het nep-blonde opperhoofd van de ene nationale nieuw-normalenclub feliciteert het opperhoofd van een andere, veel grotere club nationale nieuw-normalen, die ook min of meer blond is, maar volgens mij een toupetje draagt, met zijn herwonnen presidentschap. Hetzelfde nep-blonde opperhoofd bezoekt ook bijeenkomsten van nieuw-normale baasjes. Want eigenlijk willen al die dictatortjes-in-de-dop (een paar zijn het gewoon al) hetzelfde. Terug naar hoe het was, klaar met allerlei vormen van emancipatie, stoppen met die klimaat-onzin, en nog een paar nieuw-normale dogma's.

Daarom moet de EU kapot en weg. 
Een merkwaardig gegeven, gezien het feit dat al die nieuw-normale baasjes min of meer hetzelfde willen. Wat is er dan logischer dan een unie vormen? Toch wil men vooral normaal zijn binnen de eigen landsgrenzen.
"Samen voor ons Eige", om met Jacobse en Van Es te spreken. Waarom mag Joost weten. Misschien om na het slopen van de EU weer lekker onderling oorlog te kunnen voeren? Al is het maar een handelsoorlog? Of zonder politiek correct gezeur de dikste vrienden met Vladimir Poetin te kunnen zijn?
Eigenlijk vrij raadselachtig allemaal. Welk voordeel zou er te behalen zijn met strict je eigen naadje naaien, met je rug naar de rest van de wereld te gaan staan, maar toch vriendjes te zijn met Poetin? 

Een breed gedragen definitie van 'normaal' doet ook vermoeden dat achter dat normaal iets van rationaliteit schuil gaat. Bij het 'nieuwe normaal' heb ik daar ernstige twijfels over. 
Het is eerder een soort misplaatst gevoel voor romantiek. Heimwee naar een wereld die voorbij is. Eentje met tevreden burgers, die hun plaats kennen, en wonen in hun gezellige dorpjes, waar de huisjes brievenbussen hebben waar een touwtje uit hangt, en waar Henk en Ingrid de zolder van opa opruimen, iets tegenkomen dat ze niet begrijpen, en vervolgens vragen "is dit kunst, of kan het weg?" 
Een sprookjeswereld waar alles weer goed is en alle kwalijke invloeden veilig zijn opgeborgen in takkietakkie-land of een ander ver buitengewest
Misschien loopt Roodkapje ook nog wel ergens in die wereld rond. 
Maar wat nu als dan ineens (niemand zag dat aankomen) de grote boze wolf zich manifesteert? En dan bedoel ik ècht groot. Hij vind al die eigenheimerige nationale identiteitjes maar onzin en hij lust, bij wijze van spreken, wel een heel leger van Roodkapjes en Henk en Ingrid erbij. 
Wat dan?






woensdag 22 mei 2024

Wereldbeeld





I












In februari van dit jaar overleed Dries van Agt.
Voor veel millennials betekende zijn naam op dat moment weinig tot niets, waarschijnlijk, maar in mijn wat jongere jaren was Van Agt wèl iemand, en dat in aanzienlijke mate. 
Hoewel ik toen, wat betreft gedachtengoed, veel minder links was dan tegenwoordig, had ik destijds een hekel aan de man. Voor mij was ie een oerconservatief, die niets van de moderne tijd begreep en ze bovendien (zoals we dat in die tijd noemden) 'behoorlijk achter de ellebogen had'.

Met de kennis van nu denk ik daar inmiddels toch wat anders over.
Uit de vele woorden die na zijn overlijden in de media aan Van Agt werden gewijd, komt een beeld naar voren dat onwillekeurig leidde tot een ruimere blik op wat men 'het wereldbeeld' van een mens zou kunnen noemen. 

Eén van de wapenfeiten van Van Agt was de slinkse manier waarop hij Joop den Uyl in 1977 zijn tweede kabinet onthield. In de vier jaar daarvoor was Van Agt minister van Justitie en vicepremier geweest in het eerste kabinet Den Uyl. 
Dat kabinet zat nèt niet de volle vier jaar uit, maar maakte in die periode wel een reeks moeilijke momenten door. De verkiezingen die daarop volgden werden met ruime cijfers door de PvdA gewonnen. Den Uyl zat op dat moment op het toppunt van zijn populariteit en links was nog ècht links, in die zin dat sociale rechtvaardigheid bij de PvdA op nummer één stond. 
De kiezer was dik tevreden met wat het eerste kabinet Den Uyl voor elkaar had gekregen, hoewel Dries van Agt in dat kabinet geen glansrol had gespeeld, om het eufemistisch uit te drukken.
Het linkse deel van het kabinet leek vooral bezig met de eerder genoemde sociale rechtvaardigheid; Van Agt leek een obsessie te hebben met normen en waarden.. Op zich niet vreemd. In de jaren '70 van de vorige eeuw verschoven normen en waarden snel en Van Agt moet zich vaak een roepende in de woestijn hebben gevoeld.
Van Agt was katholiek tot in zijn haarvaten en dat niet alleen; hij kwam uit de katholieke elite. Zijn vader was textielfabrikant. Hij was, om het klassenbewust uit te drukken, met een gouden lepel in zijn mond geboren. Een gezegde dat tegenwoordig niet veel meer wordt gebruikt, maar nog steeds op veel rijkeluiskinderen van toepassing is. 
Het heeft Van Agt in zijn jeugd, in ieder geval in materiële zin, aan niks ontbroken. Met minder goed bedeelden heeft hij hoogstwaarschijnlijk in zijn vormende jaren weinig te maken gehad.
Vanuit dat perspectief vond Van Agt de nadruk die het kabinet Den Uyl legde op de positie van de Nederlandse arbeidersklasse, die toen nog echt bestond, niet de hoogste prioriteit. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig waren ook jaren waarin een nieuw Sodom en Gomorra zich leek aan te dienen. Daar maakte Van Agt zich veel meer zorgen over.

Dit stukje heeft 'Wereldbeeld' als titel. Een woord dat de huidige millennial misschien eveneens maar moeilijk in iets tastbaars kan vertalen. 
Bubble is een woord dat je tegenwoordig veel vaker hoort. Hoewel het een Engels woord is, hoef je aan moderne mensen die een krant lezen meestal niet uit te leggen wat een bubble is. 
Hoewel het niet exact hetzelfde dekt als 'wereldbeeld', zijn er duidelijke overlappen. 
Bij een wereldbeeld hoort, zou je kunnen zeggen, de aanname dat dit is gevormd door een combinatie van verworven kennis van geschiedenis en maatschappij en de eigen interpretatie daarvan. Je neemt van alles tot je en in combinatie met je eigen normen en waarden vormt zich je wereldbeeld.
Van een bubble wordt aangenomen dat deze wordt gevormd door je directe omgeving en de meningen die daar worden gehuldigd. Je familie, je vrienden en de andere mensen die je kent, vinden iets van de maatschappij en de wereld. De stemmen die daarin de meerderheid vormen, vormen ook jouw mening over van alles en nog wat.
De vergelijking maakt ook duidelijk wat het manco is van een bubble; je vormt jezelf geen onafhankelijke mening. Het wereldbeeld dat eruit voortkomt is niet dat van jezelf, maar dat van je omgeving. Daarom wordt een bubble een bubble genoemd; het is je eigen vissenkom, zeg maar.

We kunnen constateren dat het wereldbeeld van Van Agt in de jaren '70 eigenlijk vooral was gevormd door de bubble waar hij uit kwam.
Toch is Van Agts wereldbeeld op een zeker moment aan het schuiven gegaan. 
Vrijwel de volledige tweede kamer en ook de publieke opinie stond in de jaren '70 als één man achter Israel. In Nederlandse ogen was het land de David die Goliath wist te weerstaan, maar desondanks permanent in zijn voortbestaan werd bedreigd. Ook Van Agt was destijds die mening toegedaan.
Over het lot van de Palestijnen, voor wie de staat Israel iets was waar ze niet om hadden gevraagd en dat zonder hen iets te vragen in het leven was geroepen, maakten nog maar weinig mensen zich zorgen.
Ook dat gegeven is in de loop de jaren gaan schuiven. 

Nadat hij de politiek achter zich had gelaten, maakte Van Agt in 1999 een reis naar het 'Heilige Land'. 
Hij zag daar met eigen ogen hoe er door Israel met de Palestijnen werd omgegaan en "hoeveel onheiligs er gebeurde in het Heilige Land".
Van Agt ontwikkelde zich tot een voorvechter van de Palestijnse belangen. 
Dat ging zo ver, dat hij uiteindelijk vervreemdde van het CDA. In 2017 maakte hij openbaar dat hij niet op die partij zou stemmen bij de verkiezing voor de Tweede Kamer van dat jaar. Omdat het CDA de voortgaande Israëlische kolonisatie van de Westelijke Jordaanoever niet wilde veroordelen, zei hij in 2021 zijn lidmaatschap van de partij op. Dat ging niet van harte; "ik zeg u vaarwel in treurnis", aldus Van Agt. Maar hij kon "de onbarmhartigheid van het CDA jegens het Palestijnse volk niet langer verdragen".

Zelf heb ik ook een verschuiving van inzichten doorgemaakt, hoewel dat zich veel eerder in mijn leven voltrok dan bij Van Agt.
Tot in de eerste helft van de jaren '70 was ik er nog van overtuigd dat de Amerikanen in Vietnam terecht streden tegen het communisme, dat in die tijd als de grote bedreiger van de westerse democratie werd gezien. Hoewel ik uit een milieu kwam waar het geld niet bepaald tegen de plinten op klotste, had ik van begrippen als klassenstrijd en sociale rechtvaardigheid nog geen kaas gegeten..
Waarschijnlijk kwam dat voornamelijk  door de bubble waarin ik toen verkeerde. Mijn vader was weliswaar lid van een vakbond (het CNV) maar stemde consequent op de ARP. Een partij met veel meer gevoel voor sociale rechtvaardigheid dan het het latere CDA, waarin de partij uiteindelijk op ging, maar toch vooral een Christelijke partij, die elke drang tot ingrijpende veranderingen vreemd was; de afkorting stond voor Anti Revolutionaire Partij. Mijn vader had bovendien de oorlog meegemaakt en de Amerikanen konden in zijn ogen geen kwaad doen.
Zelf had ik een regelrechte hekel aan de toen vaak modieuze linkse praatjes, waarmee ik destijds in mijn stamcafé een buitenbeentje was.

In latere jaren is dat wereldbeeld langzaam veranderd in een tamelijk linkse visie op de wereld en de maatschappij.
Ondanks het feit dat er bij mij thuis nooit ècht gebrek werd geleden, realiseerde ik mezelf dat ik ook niet bepaald met een gouden lepel in mijn mond was geboren. Integendeel. Pas toen ik tien jaar oud was ging ik voor eerst een weekje op vakantie. Een auto heeft mijn vader nooit gehad en zelf kwam ik (hoewel dat grotendeels een eigen keuze was) uit eindelijk na LTS, MTS en de avond-HTS op HBO-niveau. Tegen de tijd dat ik veertig was had ik ook het inkomen dat daar zo ongeveer bij hoorde. 
Vanaf het moment dat ik bij de TU-Delft werkte, kreeg ik steeds meer inzicht in de klassen waarin onze maatschappij nog steeds verdeeld is. Ook internationaal. Ik begon te begrijpen waarom Che Guevara de held van revolutionair Zuid Amerika werd en waarom de Chinezen in meerderheid voor Mao Zedong kozen en niet voor Chiang Kai-sjek.

Maar ik zag ook hoe links zich soms verloor in richtingenstrijd en stijfheid in de leer.
Mijn belangstelling voor de tweede wereldoorlog zorgde ervoor dat ik de aard en de drijfveren van het fascisme leerde kennen, maar ook hoe de excessen van fascisme en communisme niet voor elkaar onderdeden. Hitler, Stalin en Mao waren allen gesels der mensheid, hoewel de Endlösung van Hitler en consorten in omvang en gruwelijkheid tot op heden door niets is overtroffen.
Meer recent toonden vier kabinetten Rutte aan hoe je als bewindsman namens de VVD in een bubble kunt zitten die je, al dan niet onbewust, het zicht ontneemt op het feit dat er in je "toffe landje" een toeslagenaffaire gaande is.

Ik ben er zonder meer van overtuigd dat een partij als de VVD niet uit in-en-in slechte mensen bestaat. Maar de gemiddelde VVD-er en ook de VVD-stemmer heeft het goed en komt niks te kort. Waarbij ik me nog enigszins eufemistisch uitdruk, waarschijnlijk.
Toch lijkt het erop dat veel VVD-ers geen zelf ontwikkeld wereldbeeld hebben. Ze zitten vooral in de bubble die door hun eigen sociale klasse wordt gevormd. Dat een aanzienlijk deel van de Nederlanders het wat minder hebben, ontgaat hen volledig, of, als het wèl wordt opgemerkt, gooit men er het in die kringen populaire gezegde "succes is een keuze" tegenaan.

Wereldbeeld en bubble
Twee dingen die wel iets met elkaar te maken hebben, maar waar het één hopelijk is gevormd is door het eigen streven naar kennis en inzicht, is het andere toch vooral het meedrijven op de meningen van je directe omgeving. 
Wat daar nog bijkomt: wie zich zèlf een wereldbeeld tracht te vormen, en daarbij zijn kennis en inzichten voornamelijk zoekt op internet, zal merken dat, zodra de algoritmes doorkrijgen dat je voor wat betreft je interesse overhelt naar de een of andere richting, je vooral steeds meer links naar die visie gepresenteerd krijgt. Internet schept, als je niet uitkijkt, je eigen hoogstpersoonlijke bubble, waar jouw mening consequent wordt bevestigd als de juiste.

En dat, terwijl de futuroloog Alwin Toffler in de jaren '80 nog dacht dat internet tot een enorme democratisering van de maatschappij zou leiden. Het zou alle informatie voor elke burger ontsluiten. Niets zou meer verborgen blijven; er zou een open samenleving ontstaan zoals we die tot dat moment nog niet kenden.
Dat idee mogen we ondertussen wel als achterhaald beschouwen. Internet draait inmiddels vooral om grootschalig informatie verzamelen en daarmee macht verwerven, gecombineerd met zakkenvullen. Ook als bron van informatie is het niet betrouwbaar, speciaal als het om maatschappelijke kwesties gaat.

Eigenlijk blijft een wereldbeeld dat is gevormd door het lezen van kranten en boeken aangevuld met selectief gebruik van internet nog het meest objectieve wereldbeeld. 
Voor zover dit laatste bestaat, want het wordt in laatste instantie altijd bepaald door de morele waarden van de persoon in kwestie. 
Tussen goed en kwaad zit een grijs gebied, maar waar het individu zijn streep trekt, blijft een persoonlijke zaak. 




woensdag 15 november 2023

Ondermaanse hilariteit (deel 1?)

foto: ANP

















Gisteren keek ik eens weer eens naar een aflevering van Ongehoord Nieuws. Een programma dat voor een béétje linksgeaarde Gutmensch één doorlopende bron van ongenoegen kan zijn en dat meestal ook ook is. Meestal, maar niet altijd, zo bleek bij deze editie van dit quasi-nieuwsprogramma. 
'Quasi' want bij 'nieuws' verwacht je een feitelijke weergave van gebeurtenissen. ON produceert echter een constante stroom rechts populistische agitprop, niet zelden doorspekt met suggestieve beeldmontage en aantoonbaar onjuiste informatie. Eén en ander in de vorm van een soort talkshow, waarbij de deelnemers het altijd ontzettend met elkaar eens zijn.
Met de feiten namen diverse deelnemers aan het gesprek het ook gisteren niet zo nauw, maar toch moest ik regelmatig hardop lachen.

Om de één of andere onduidelijke reden heeft Ongehoord Nieuws, in de aanloop naar de verkiezingen voor de tweede kamer, dubbele zendtijd gekregen. Om die extra tijd te vullen heeft ON een ogenschijnlijk lofwaardig initiatief genomen: men nodigt, in plaats van de gebruikelijke extreem-rechtse complotdenkers, lijsttrekkers van kleine (ongehoorde) partijen uit om hun zegje te doen.
Dat leidde gisteren tot één van de leukste edities van ON die ik tot nu toe heb gezien.
Uitgenodigd waren de lijstrekkers van de Piratenpartij (Mark van Treuren), Samen voor Nederland (Michel Reijnga), de Libertarische Partij (Tom van Lamoen) en LEF, de jongerenpartij (Daniël van Duijn). 
Raïsa Blommestijn was de presentatrice  van dienst en tot op zekere hoogte de gespreksleider, hoewel het haar op bepaalde momenten aardig over de schoenen liep.

Achteraf is het ook een beetje de vraag of de deelnemers vooraf door de redactie van ON waren gescreend. De lijstrekker van Samen voor Nederland paste helemaal in het vaste patroon dat zich bij ON meestal ontrolt: 'Nederland is vol', 'het World Economic Form wil ons allen onderwerpen' en 'Covid was een Hoax' zijn bij die partij serieuze thema's. De Libertarische partij paste gedeeltelijk binnen de ON-ideologie, maar hangt een dusdanig radicale maatschappijvisie aan, dat zelfs Raïsa Blommestijn, rechtsfilosoof en gepromoveerd op een proefschrift over de Weimarrepubliek, de uiteenzettingen van Van Lamoen af en toe niet helemaal leek te kunnen volgen. 
Als terzijde moet ik er wèl bij zeggen dat ik dat van die rechtsfilosofie en die promotie net op Wikipedia heb gevonden. Ik zou het niet hebben vermoed aan de hand van wat ze bij Ongehoord Nieuws zegt en de vragen die ze stelt. 
In ieder geval kon ze zich de maatschappij die de Libertairen voor ogen hebben niet echt voorstellen, geloof ik. Terwijl die principes voor iemand met een academische opleiding in de rechtsfilosofie toch wel gesneden koek moeten zijn. 
Kort gezegd komt de ideologie van de LP neer op een zo klein mogelijke overheid en verder vooral op: ieder voor zich en God voor ons allen. Hoewel de meeste Libertairen, denk ik, niet in God geloven. Wie niet voor zichzelf kan zorgen is in de praktijk dus reddeloos verloren.

Mark van Treuren en Daniël van Duijn pasten echter niet ècht, respectievelijk in het geheel niet binnen de politieke kaders waarbinnen Ongehoord Nederland opereert. 
Van Treuren was voor een piraat opvallend genuanceerd en behoorlijk welbespraakt. Ik kon me in een aantal van zijn standpunten goed vinden. 
Daniël van Duijn was binnen Ongehoord Nieuws een regelrecht paard van Troje.
Hij verkondigde een aantal onversneden linkse standpunten en maakte gehakt van de Libertaire principes van Lamoen: "Ben jij dan niet blij met een overheid die de straat heeft aangelegd waaraan je woont?" Over asielzoekers was Van Duijn ook vrij uitgesproken. Die moeten niet maanden- of jarenlang in asielzoekerscentra worden opgehokt. Ze moesten gewoon kunnen werken, zodat ze konden integreren en normaal lid van de samenleving konden worden. 
Hij zei één en ander in reactie op weer zo'n suggestief videootje waarin we onder andere een zwarte jongen twee vingers tegen de camera zagen opsteken en een huilerige bezitter van een flinke vrijstaande woning zijn beklag mocht doen over het feit dat er een asielzoekersopvang voor 200 - 300 jonge asielzoekers in de buurt van zijn stulpje zou komen.

Raïsa raakte van de linkse praatjes van Daniël danig in de war. Er werd snel overgeschakeld op een ander onderwerp. 
Maar daar bleef het wat Van Duijn betreft niet bij; hij zei nog veel meer ON-onwelgevallige dingen. Ik zag de wanhoop in Raïsa's ogen groeien; dit ging helemaal de verkeerde kant op.
Daniël leek echter behoorlijk te genieten van één van de eerste gelegenheden om zichzelf en zijn partij landelijk ècht goed te kunnen presenteren. Eerder had ik hem elders even in beeld gezien, waarbij hij niet verder kwam dan de verzuchting dat hij bij geen enkel lijsttrekkersdebat werd uitgenodigd en dat hij dat zéér onrechtvaardig vond.
Hij zal ook best blij zijn geweest toen vanmorgen bleek dat hij met zijn optreden ook nog 's de Volkskrant had gehaald. De krant volstond weliswaar met slechts één schriftelijk uitgewerkte soundbite uit zijn optreden bij ON, maar dat was dan ook een perfecte karakterisering van Ongehoord Nederland:

Dit is de meest racistische omroep die je maar kunt bedenken.
Jullie ventileren omvolkingstheorieën, jullie zijn tegen iedere immigrant, jullie geven Forum voor Democratie en complotdenkers een podium waardoor Nederlanders minder vertrouwen krijgen in de Democratie.. 
Ik zou veel liever bij een normale omroep aanschuiven.

Voor alle duidelijkheid: dit was zo'n beetje het eerste wat Daniël in Ongehoord Nieuws zei, nadat Blommestijn de aftrap had gegeven met een fragment uit het programma Buitenhof, waar Daniël er in slaagde van buitenaf twee verkiezingsposters van LEF tegen de ruiten te plakken, zodat ze van binnenuit en dus ook on camera leesbaar waren, net toen Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren daar werd ondervraagd. 
Toen Blommestijn hem daarover wat wilde vragen, maakte hij maar meteen duidelijk dat hij daar alleen zat om zichzelf en LEF te vertegenwoordigen en niet van plan was mee te huilen met de wolven in het ON-bos. 
Later bleek dat hij het eigenlijk alleen met ON en enkele andere aanwezigen eens was dat Pieter Omtzigt's partij geen èchte aanwinst voor de Nederlandse Politiek was.

Ik vermoed dat Ongehoord Nieuws volledig live wordt uitgezonden, want dit begin, en alles wat er daarna nog op volgde, moet voor Ongehoord Nederland tamelijk pijnlijk zijn geweest. De deconfiture was echter nòg groter geweest als men Van Duijn voor het oog van heel Nederland het zwijgen had opgelegd. ON heeft als een boer met kiespijn door de zure appel heen moeten bijten en zal zich in de toekomst waarschijnlijk wel onthouden van het uitnodigen van politieke tegenstanders, vermoed ik. 

LEF zal waarschijnlijk mijn stem niet krijgen, maar Daniël van Duijn gaat wat mij betreft de geschiedenis in als de man die Ongehoord Nederland, in eigen huis nog wel, tamelijk behendig op z'n nummer zette.


Wie Ongehoord Nieuws van 14 november 2023 nog niet heeft gezien kan de uitzending hier alsnog bekijken.


maandag 13 november 2023

De Eindtijd

























Na honderdvierenveertig berichten weet ik eerlijk gezegd niet meer of ik ooit iets over mijn christelijke opvoeding heb geschreven. Want die heb ik wel degelijk gehad, ondanks het gegeven dat mijn ouders uiteindelijk een nogal losse, c.q. niet bestaande relatie met het christelijk geloof hadden. Ik bezocht namelijk wel consequent christelijke scholen.

De sterkste invloed van het geloof heb ik gevoeld op de Lagere School. 
Wij leerlingen moesten bijvoorbeeld voor elke maandagochtend de tekst van een psalm of gezang uit ons hoofd leren. Die teksten stonden in een klein boekje met een mint-groene band. Op zondagavond was ik er een halfuurtje mee in de weer en werd ik, zodra ik dacht de tekst in het hoofd te hebben, overhoord door mijn vader. Als ik vervolgens op school de beurt kreeg, kwam de (gesproken) liedtekst er meestal vlekkeloos uit.

Ik kan me niet meer voor de geest halen of, en hoe vaak het begrip de eindtijd, zoals dat in de bijbel wordt gebruikt, op school aan de orde is gekomen. 
Voor de lezers zonder christelijke opvoeding: de eindtijd is de periode die voorafgaat aan de jongste dag, ook wel de dag des oordeels genoemd. Dat is de dag waarop Jezus zal terugkeren op aarde en iedereen voor hem moet verschijnen om vervolgens hetzij toegang te krijgen tot het koninkrijk der hemelen, of voor eeuwig te moeten branden in de hel.
Hoe het ook zij; de betekenis van de eindtijd staat me nog helder voor de geest. 

Vooral de valse profeten waarvan in Mattheus 24 sprake is, ben ik nooit vergeten. In het algemeen is het begrip eindtijd voor mij een soort synoniem geworden voor chaos. Want naast die valse profeten worden ook oorlogen en natuurrampen genoemd als voortekenen van de jongste dag.
U zult moeten toegeven dat we de laatste jaren en weken geen gebrek hebben aan oorlogen en natuurrampen en ook valse profeten zijn er in ruime mate. Omdat wij in dit toffe landje nog grotendeels verschoond blijven van oorlogen en serieuze natuurrampen, is er in Nederland nog geen overheersende sfeer van chaos.

Tot ik gisteren naar het journaal keek en daar een reportage over de klimaatmars zag, die afgelopen zondag in Amsterdam plaatsvond.
Naast mensen die demonstreerden voor de aanpak van het klimaatprobleem en tegen de opwarming van de aarde zagen we de nodige Palestijnse vlaggen. We zagen ook hoe een spreker aandacht vroeg voor de Palestijnse zaak en daarbij, volgens het Journaal, "een omstreden pro-Palestina leus riep"; iets met "river" en "sea", en hoe Greta Thunberg de microfoon werd ontnomen door een man die verklaarde te zijn gekomen voor een klimaatdemonstratie en niet voor een politiek standpunt.
De Volkskrant besteedde vanmorgen ook aandacht aan één en ander. 
De sfeer was na de genoemde interventies nogal omgeslagen. Voor veel deelnemers was het positieve gevoel dat zij aanvankelijk tijdens de demonstratie hadden gevoeld verdwenen. Veel mensen bleken ook te zijn gekomen voor Greta Thunberg. 
Maar Greta speelde niet helemaal de rol die men van haar verwachtte. Volgens de Volkskrant gaf Thunberg namelijk zelf de microfoon aan de pro-Palestina activiste, terwijl ze "no climate justice on occupied land" zei.
Voor sommige deelnemers aan de mars reden om te verklaren dat ze zich niet meer thuisvoelden op de demonstratie: "Het is of deze demonstratie gekaapt is".
Die laatste constatering is niet helemaal onterecht. De activiste in kwestie was namelijk haar betoog begonnen met de klimaatkwestie als onderwerp, maar schakelde halverwege over op de Palestijnse kwestie. Daartegen werd vanuit een deel van de demonstranten geprotesteerd.
Het resultaat was dat de demonstratie voor veel mensen in mineur eindigde. "Mijn hart ging open, nu gaat het dicht" volgens een ontgoochelde demonstrante.

Ik ga hier geen partij kiezen ten aanzien van de vraag of aandacht vragen voor de Palestijnse zaak tijdens een klimaatdemonstratie terecht is. Wat nu in de Gaza strook gebeurt is een enorm drama en ik heb geen goed woord over voor de Israëlische regering, die meer met verwerven van absolute macht bezig schijnt te zijn geweest dan met de veiligheid van haar burgers. Desondanks vind ik ook dat Thunberg een uitspraak deed waar geen speld tussen te krijgen is. Inderdaad:  wat heb je aan 'climate justice' in een bezet land?

Maar wat bij mij overheerste was het gevoel van chaos dat het verloop van de demonstratie bij mij opriep. Overweldigd door wereldproblemen beginnen we door elkaar te schreeuwen en ontstaat er strijd met betrekking tot de vraag welk probleem nu de hoogste prioriteit heeft.

Wat een tijdsgewricht is dit toch. Voor het einde van de wereld en valse profeten ben ik niet zo bang, maar joost mag weten wat ons nog meer te wachten staat.

donderdag 9 november 2023

Ondermaans ongenoegen, deel 2

















Aan het eind van het eerste stukje met de titel Ondermaans ongenoegen sprak ik de verwachting uit dat het het eerste van een reeks zou worden. Uit de tekst die eraan voorafging, en het gegeven dat we een verkiezing voor de Tweede kamer tegemoet gingen, had u zelfs kunnen opmaken dat het een lange reeks zou worden.
In dat licht heeft het nog lang geduurd voor deel 2 van deze reeks zich aandiende. 

In mijn binnenste knaagt een bang vermoeden dat ik ook wel weet waarom.
Na wat tot op heden een nogal lauwe verkiezingscampagne was, begint het bij mij te dagen dat we gewoon op nog weer eens vier jaar centrum-rechtse niksigheid afstevenen. En eigenlijk heb ik mezelf daar al bij neergelegd, geloof ik.
Twee-en-een-half geleden schreef ik in dit blog een stukje waarin ik uitlegde waarom ik Nederland en zijn bevolking, of althans een aanzienlijk deel van die bevolking, nauwelijks meer kan verdragen. Die zelfgenoegzaamheid, dat stompzinnige egoïsme en die onuitstaanbare politieke onbenulligheid; het is al een tijd meer dan ik hebben kan.
En hoewel er eigenlijk geen reden was om aan te nemen dat er in de tussentijd veel veranderd is, doen de peilingen van de afgelopen dagen toch behoorlijk pijn.

In de eerste plaats omdat de VVD, de partij die in de afgelopen tien jaar het grootste deel van de verantwoordelijkheid heeft gedragen voor een beleid dat Nederland inmiddels een reeks van grote problemen heeft bezorgd en die net één van de exponenten van dat beleid (Henk Kamp) tot erelid heeft gemaakt, zou in grootte dan weliswaar niet meer de grootste worden, maar toch maar net iets kleiner zijn dan de grootste partij van Nederland. 
Wie zijn die mensen die denken dat het in afgelopen tien jaar eigenlijk heel prima ging in dit toffe landje? Ik vermoed dat ze aan een deformatie lijden waarvan wel meer mensen met een paar centen op de bank last hebben; ze denken: "als het mij mij goed gaat, gaat het met iedereen goed".

Maar het grootste drama van deze verkiezingen is toch wel de razendsnelle opkomst van de partij van Pieter Omtzigt. 
Op de vleugels van een reputatie die feitelijk maar op één positief wapenfeit berust, is deze club van niets op nummer één gekomen. Bijna 20 procent van de kiezers denkt dat Omtzigt het jongetje is dat alles goed zal maken, zoals Ischa Meijer het verschijnsel ooit benoemde. Eén keer een serieuze misstand aan de kaak stellen, wat roepen over nieuw leiderschap en nieuwe politiek, en je bent in dit land de man. 
En je blijft het ook, al doe je nog zo mistig over je politieke plannen, zoals de coalitie waarvan je graag deel zou willen uitmaken, of de vraag of je nu wèl of niet de stikstofcrisis wil aanpakken.

Inmiddels wordt, ook voor wie daar nog niet zoveel idee van had, langzaam duidelijk wie PIeter Omtzigt feitelijk is. Gewoon: nog steeds een CDA-er, die wat onenigheid kreeg met de kopstukken van die partij, en daarom daar persona non grata werd. Dat dit laatste niet automatisch betekent dat je sterker streeft naar sociale rechtvaardigheid dan het CDA anno 2023 doet, is ook al zichtbaar. Pieter ziet, als je diep in z'n hart kijkt, toch meer in een coalitie over rechts, met de VVD, dan over links. 
Je gaat dus gewoon regeren met de partij die de toeslagenaffaire op z'n geweten heeft. Waarvan de onthulling jouw grootste wapenfeit is. Dat de mentaliteit in die partij sindsdien niet is veranderd, doet er voor Omtzigt kennelijk niet toe. Toen ie even niet scherp was, flipte die voorkeur er zomaar uit, en kwam die in de media.
Toen Pieter zich realiseerde dat ie zich daarmee wel een beetje teveel in de kaart liet kijken, kwam ie de volgende dag met de mededeling dat ie het niet zo bedoeld had; hij wist het gewoon nog niet.
Typisch CDA-gedrag, als je 't mij vraagt. 
Van Agt boog destijds al "niet naar links en niet naar rechts", maar werd, toen puntje bij paaltje kwam, de beste maatjes met Hans Wiegel en Jaap Burger had (als kabinetsformateur) eerder al gezegd dat "een afspraak met een confessionele politicus een scheet in een netje" was.
Toch is dergelijk gedraai voor een deel van kiezersvolk geen reden om Omtzigt met wat meer scepsis te bekijken.

Ook opvallend: BBB, bij de Provinciale Statenverkiezingen nog verreweg de grootste, heeft wat betreft het stemmenpercentage maar iets meer dan één derde over van de stemmen die men een half jaar geleden nog had. 
Ja, je hebt als voorvechter van het zo vurig gewenste nieuwe elan in de politiek snel afgedaan, in Nederland.

Dan werd gisteren, tenslotte, bekend dat de gemiddelde Nederlander graag wil dat de Stikstofcrisis en het CO2-probleem worden opgelost, zolang het hem of haar zelf maar niks kost. De vervuilers (de grote bedrijven) moeten het maar betalen en vliegen en autorijden mag niet duurder worden. De gemiddelde Nederlander is kennelijk te dom om te begrijpen dat hij of zij, al autorijdend en naar verre vakantiebestemmingen vliegend, ook vervuilers zijn.

Die zelfgenoegzaamheid, dat stompzinnige egoïsme en die onuitstaanbare politieke onbenulligheid; het is er nog en het lijkt eerder méér dan minder te zijn geworden.