vrijdag 6 februari 2026

Your home town



















Niet zo lang geleden was ik op een crematie. Het betrof één van mijn neven; een zoon van een zus van mijn vader. Geboren in Zwijndrecht, had hij vanaf zijn huwelijk gewoond en gewerkt in Ridderkerk. Desondanks vond de uitvaart plaats in Zwijndrecht, waar aan de rand van het dorp al jaren een relatief nieuwe begraafplaats met crematorium is. 
De ceremonie startte met 'your home town' van Bruce Springsteen. 
Ik moet bekennen dat ik even vol schoot. Dat gebeurt me vaker bij dit soort gelegenheden, als de muziek op de één of andere manier zó passend is bij de persoon en zijn leven, dat ze sterke emoties oproept. Een paar jaar geleden had ik hetzelfde bij de crematie van de man die ooit mijn zwager was, en die ik in de laatste maanden van zijn leven nog beter had leren kennen dan in de dertig jaar daarvoor al het geval was geweest. Toen was het 'Wild Horses' van de Rolling Stones. Het had in zijn geval niks anders kunnen zijn, en ik zal het nummer nooit meer kunnen horen zonder aan hem te denken. Het lied op zich is er alleen maar mooier op geworden, wat mij betreft.

Mijn neef was dus oorspronkelijk een Zwijndrechter, net als ik. Maar hij was veel meer Zwijndrechter dan ik ooit geweest ben. Dat komt mede door het gegeven dat ik nooit erg ben opgenomen in de Zwijndrechtse gemeenschap. Behalve het lidmaatschap van gymnastiekvereniging O & O (Oefening en Ontspanning), dat mij min of meer werd opgedrongen omdat gymnastiek heilzaam zou zijn tegen de bronchitus, waaraan ik in mijn jeugd leed, ben ik nooit lid geweest van een vereniging die toegang gaf tot het sociale leven in Zwijndrecht. Mijn lidmaatschap van de lokale bibliotheek, waar ik wèl de deur platliep, leverde in sociale zin weinig tot op. De vriendjes van de lagere school verloor ik na het verlaten daarvan al snel uit het oog. Bijna niemand ging naar de L.T.S., en de paar die er wèl naar toe gingen waren op de lagere school al geen vriendjes. Na de L.T.S. volgde de M.T.S., maar die stond in Dordt en geke genoeg kwam een aanzienlijk deel van mijn klasgenoten daar uit de Alblasserwaard. Na schooltijd zag ik de jongen uit mijn klas niet. Eén klasgenoot van de L.T.S, deed ook toelatingsexamen, maar hij zakte. Ik slaagde wel, hoewel ik dacht dat ik gezakt was. Een voor die tijd significant detail. 

Na de militaire dienst ging ik al vrij snel op kamers in Dordt. En hoewel ik begin jaren '80 nog even in een flatje 'op Zwijndrecht' woonde (hoewel Zwijndrecht toen al zo'n 30.000 inwoners moet hebben gehad, woonden autochtone Zwijndrechters nog steeds 'op Zwijndrecht'), vertrok ik rond 1986 naar Delft. Voor het werk en de liefde. Ik had definitief afscheid genomen van mijn geboortedorp. Ik kwam er eigenlijk alleen nog om mijn moeder en mijn goede vriend T. op te zoeken. Maar dat was dan ook de enige vriend die ik aan Zwijndrecht had overgehouden.

Mijn neef heeft de banden met zijn geboortedorp echter nooit ècht doorgesneden. 
Hij was een toegewijd voetballer en voetbalde hij het grootste deel van zijn voetballende leven bij VVGZ (Voetbalvereniging Geluksvogels Zwijndrecht). Daar voetbalde ook een andere neef van me die wèl Valk heette, en sowieso was VVGZ de thuisbasis van alle voetbalminnende Valken. Ook mijn vader is het grootste deel van zijn leven lid geweest; hij was het nog toen hij in 1983 op 64-jarige leeftijd overleed. De eerstgenoemde neef bleef, ook toen hij al jaren in Ridderkerk woonde en werkte, contact onderhouden met de Zwijndrechtse vrienden uit zijn jeugd en de tijd bij VVGZ. In essentie was hij een Zwijndrechter gebleven.
Mijn vader, nog een generatie ouder dan ik en mijn neef, was bij wijze van spreken 'wereldberoemd in Zwijndrecht'. Dat kwam mede doordat hij vanaf 1945 deel uitmaakte van de Zwijndrechtse gemeentepolitie. Maar zijn vader, mijn opa, had nog een tuinderij, en omdat Zwijndrecht van oorsprong een dorp van tuinders is, kun je rustig zeggen hij dat Zwijndrechtser dan Zwijndrecht was. In mijn jeugd werd mij, als een autochtone Zwijndrechter hoorde dat ik 'Valk' heette, regelmatig gevraagd of ik "er één van Janus Valk was" (iemand die door zijn ouders was getooid met de naam 'Adrianus' werd in Zwijndrecht automatisch 'Janus'), Inderdaad, dat was ik; ik was zelfs de enigste 'van Janus'.
Hoe bekend hij was in Zwijndrecht merkte ik pas toen hij was overleden. In het condoleance-register stonden uiteindelijk meer dan vierhonderd namen..

In Delft integreerde ik evenmin. Van mijn directe collega's op de TU woonde slechts een enkeling in Delft en die verloor ik na een paar jaar weer uit het oog, omdat ik bij een andere hoogleraar en een ander werkverband terecht kwam. Mijn kennissen in Delft waren de kennissen van mijn vriendin, die al langer in Delft woonde. Ik ontleende niets aan de stad dat enigszins op een identiteit leek. Sterker nog: ik vond de Delftenaren lichtelijk irritant. Waaraan ze het precies ontleenden is mij nooit volledig duidelijk geworden, maar in het plaatselijke sufferdje, feitelijk niet meer dan een advertentie blaadje, stond zelden of nooit ook maar één negatief woord over de stad of zijn bewoners. Delft was dit en Delft was dat; Delft was geweldig. Zelf vond ik Delft een tikkeltje benauwd. De binnenstad heeft een zekere kwaliteit, maar is eigenlijk maar piepklein en daarbuiten beginnen, na wat dertiger jaren-architectuur, al snel de eenvormige buitenwijken, die in iedere Nederlandse stad precies hetzelfde zijn.

Eigenlijk is dat laatste één van de universele Nederlandse drama's.
Zwijndrecht had, in de tijd dat ik een jochie was nog de Ringdijk, met z'n bebouwing die plaatselijk al honderden jaren oud was. Die bebouwing heeft men begin jaren '70 vakkundig verwijderd. Het was nodig voor een dijkverhoging. Zei men. Het gevolg is, dat Zwijndrecht op wat panden langs de Rotterdamseweg na, nauwelijks nog bebouwing heeft die ouder is dan honderd jaar. Hoewel er al voor de tweede wereldoorlog de nodige industrie in Zwijndrecht was, is het oorspronkelijke karakter van een tuindersdorp al heel lang verleden tijd. Zwijndrecht verschilt in allerlei opzichten eigenlijk niet meer van volledig identiteitsloze oorden als Alphen aan den Rijn en Zoetermeer.

Nu ik min of meer een oud mannetje ben geworden en ondanks het feit dat ik mijn identiteit nooit erg heb laten bepalen door mijn afkomst, betrap ik mezelf soms op een vage melancholie. Het gevoel dat ik eigenlijk nergens meer ècht thuis ben. Dat ik feitelijk nergens meer wortels heb. Hoewel ik er nooit eerder naar heb verlangd, zou ik er heden ten dage veel voor over hebben om eens een kijkje te kunnen nemen op de tuinderij van opa Valk. Een tuinderij waar mijn vader en zijn broers nog hebben gewerkt en die eigendom was van een man die ik nooit heb gekend.  Dat alles is verdwenen in de nevelen van het verleden. Niet alleen de mensen, maar ook de tuinderij, die al kort na de oorlog is overspoeld door het uitbreidende Zwijndrecht. Dat gebeurde al voor ik geboren was, waarschijnlijk.
Zelfs het Zwijndrecht dat ik nog heb gekend, bestaat niet meer. Evenals het Eiland IJsselmonde van mijn jeugd.

Ondertussen woon ik al bijna dertig jaar in Dordrecht. En dat al dertig jaar in hetzelfde huis. Dat huis is in de eerste twintig jaar dat ik er woonde helemaal door m'n handen gegaan, om het beeldend uit te drukken. Eigenlijk is dát wel deel van mijn identiteit geworden. Dat het in Dordrecht staat is mooi meegenomen; het is van alle steden in het westen van Nederland een van aardigste, hoewel de buitenwijken precies dezelfde bloedarmoede hebben als in Delft en Alphen aan den Rijn. De binnenstad ligt aan de rivier; dat maakt ook veel goed. 
Toch zal ik nooit een Dordtenaar worden zoals de broers en zusters van mijn moeder dat waren. Ondanks het gegeven dat ik soms Zwijndrechters (meestal mensen die er ook niet zijn geboren) pest met de opmerking: "het mooiste in Zwijndrecht is het gezicht op Dordt".

My home town.. Is dat de plaats waar ik ben geboren? Ooit, heel lang geleden, was dat zo. De herinnering kwam even boven op die crematie, door toedoen van Bruce Springsteen.