Posts tonen met het label politiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label politiek. Alle posts tonen

woensdag 4 november 2026

Keert het tij?

Cartoon: Harm Bengen















Het was niet het eerste waar ik aan dacht toen ik vanmorgen wakker werd. 
Een vreemde droom, waarvan ik er de laatste tijd wel meer heb, hield me even bezig. Maar  terwijl ik thee zette en een paar boterhammen zaagde van mijn gisteren zelfgebakken brood (een liefhebberij waar ik binnenkort een aparte blog aan zal wijden), schoot het me weer te binnen: de Midterms in de Verenigde Staten.

Vooraf was, naast de voor de Democraten positieve peilingen, ook veel praat gemaakt van de notoire onbetrouwbaarheid van die peilingen in de VS. Ik nam derhalve niet bij voorbaat aan dat deze verkiezingen Trump de das om zouden doen.
Tussen hoop en vrees opende ik de Volkskrant app, die ik tegenwoordig naast de normale digitale krant consulteer, als ik dicht op de actualiteit wil zitten.
Wat ik zag overtrof zo te zien niet alleen mijn verwachtingen, maar ook die van de Volkskrant-redacteuren en mogelijk ook die van de Amerikanen zelf. Op het moment van schrijven lijkt het er onontkoombaar op dat de Democraten in zowel het Huis van Afgevaardigden als in de Senaat de meerderheid hebben verworven. 
En, misschien wel nòg verbazingwekkender: Trump lijkt de nederlaag te accepteren, wat waarschijnlijk mede een gevolg is van de cijfers waarmee de Republikeinen zijn verslagen. De verschuivingen zijn over heel de VS tè groot en algemeen om nog geloofwaardig over stembusfraude te kunnen beginnen.

Dit verlies maakt de regering Trump zo goed als vleugellam.
Gecombineerd met de winst van Lula in Brazilië, het verlies van Orban in Hongarije, de omwenteling in Servië, en een nieuwe, mogelijk niet-zo-rabiate regering in Israel, zou één en ander kunnen leiden tot het idee dat de trend richting extreem rechtse, semi-fascistische regimes wereldwijd is gekeerd. 
Zou het kunnen zijn dat de kiezer in het algemeen toch democratischer gezind is dan hij de laatste jaren leek te zijn?

In de Volkskrant van vanmorgen nog niks over de winst van de Democraten in de VS.
Er was wèl een column van Merel van Vroonhoven. 
Voor het geval u niet op hoogte bent van haar levensloop tot nu toe: tot 2019 vervulde zij tal van maatschappelijke èn commerciële functies bij een reeks van bedrijven en instellingen. In dat jaar liet ze zich, tot veler verrassing, omscholen tot leerkracht in het basisonderwijs. Ze werkt nu in het speciaal onderwijs onder andere met autistische kinderen, terwijl ze ook nog steeds in het bedrijfsleven actief is, o.a. als commissaris van het Rotterdamse Havenbedrijf.
Mevrouw Van Vroonhoven lijkt me daardoor iemand met een breed inzicht in alle aspecten van de Nederlandse maatschappij èn de Nederlandse politiek.
In haar column van vandaag brak ze de staf over diezelfde politiek en benoemde het fenomeen van het voortdurend in de 'campagnestand' staan van de Nederlandse politici, waarbij overigens ook links (te weten: PRO) niet werd gespaard. Maar, voor mij bijna vanzelfsprekend, de VVD kreeg de stevigste veeg uit de pan, met name omdat die partij nu in de regering zit en "besturen al tijden verwart met campagnevoeren". 
In deze context hekelt ze ook het gebrek aan staatsmanschap van veel politici, die het landsbelang ondergeschikt maken aan het partijbelang.
Inderdaad lijkt de tijd van mannen als Drees, of zelfs Lubbers en Kok ongelofelijk ver achter ons te liggen. 
De huidige politiek en ook het regeringsbeleid wordt overheerst door minderheidsbelangen; van onze miljonairs tot onze boeren. Identiteitspolitiek, het belang van minderheden als LHBTI-ers, zwarte Nederlanders en wat dies meer zij, krijgt veel aandacht. 
Ik zou niet willen beweren dat die aandacht voor belangen van minderheidsgroepen altijd onterecht is, maar ik heb wèl het gevoel dat het tot veel energieverlies leidt. Mijn persoonlijke idee is dat hun problemen ook dichter bij een oplossing komen als de maatschappij in het algemeen wat meer de menselijke kant opgaat. Meer collectiviteit betekent naar mijn idee ook meer inclusiviteit. We zijn allemaal mensen, tenslotte.

De ommezwaai in de VS roept desondanks een zeker optimisme bij me op. 
Er zijn daar ondertussen mensen die zichzelf publiekelijk 'socialist' durven noemen. In Nederland zitten we met een grote partij, waarvan de leiding nog steeds in een stuip raakt zodra het woord 'socialisme' valt. Daar lijkt men nog tegen socialisme aan te kijken zoals men dat tot voor kort vrij algemeen in de VS deed. Terwijl allang duidelijk is dat het marktdenken op vrijwel alle fronten heeft gefaald. Behalve misschien voor de eerder genoemde miljonairs.
Maar als het idee dat alles wat in de VS tot de populaire cultuur gaat behoren binnen een paar jaar ook in Nederland aan de orde is nog steeds klopt, dan is er alle reden tot hoop.

We gaan het zien.



vrijdag 9 oktober 2026

De krant en mijn humeur




















Het lezen van de krant is steeds minder bevorderlijk voor mijn humeur.
Nu kan dat mede veroorzaakt worden door het gegeven dat ik de Volkskrant lees. Rechtse mensen betichten die krant er steevast van "zuur" te zijn. Waarbij wel moet worden aangetekend dat dit "zuur" mensen aan de rechterkant voor in de mond bestorven ligt, zodra het om uitingen gaat die als 'links' kunnen worden aangemerkt. Wel een merkwaardig woord in deze context. Zodra iets door rechts als "zuur" wordt weggezet, gaat het meestal om een voor rechts onwelgevallige waarheid.  Het lijfblad van rechts, de Telegraaf, daarentegen, is niet zuur, maar neigt nogal 's naar een soort hysterie. Die door een deel van de rechterhelft van dit land wordt geïnterpreteerd als 'de waarheid'
Nou ja; hier laat je wat, daar vindt je wat, zei mijn moeder vaak. Of: geen koe zo bont of er is wel een vlekje aan.

Maar goed; wat las ik in de krant dat mijn goede humeur enigszins aantastte?
Een artikel in de krant van gisteren, dat handelde over het gegeven dat Nederlanders nogal actief zijn op de Spaanse woningmarkt. Het had zelfs de voorpagina gehaald. Nederlanders kopen niet alleen huizen in Spanje; ze bouwen ze ook. Het aantal Nederlanders dat in Spanje een huis koopt stijgt de laatste tijd sterk.
Al lezende in het artikel blijkt hoe de vork in de steel zit.
Veel van die Nederlanders zijn niet zozeer op zoek naar een vakantiehuisje. In veel gevallen ontvluchten ze Nederland. Niet omdat ze daar geen huis kunnen kopen (Nederland kent, net als Spanje een nogal overspannen woningmarkt) maar omdat ze "Nederland zat zijn". 
Een verschijnsel dat ik, sinds de documentaire-reeks 'Wakker in Paraguay', het Paraguay-effect zou willen noemen.
Nu was de groep die we naar dit Zuid-Amerikaanse land zagen verkassen vrij divers van samenstelling. Onder hen waren mensen die meenden dat we in Nederland werden vergiftigd door contrails, maar de groep kende ook de nodige opportunisten die moeite hadden met "regeltjes" en dachten in hun eigen gated community in Paraguay min of meer een klein staatje-in-de-staat te kunnen vestigen. Waar alleen hun eigen waarden en normen, voor zover ze die hadden, ertoe deden. Dat gold niet in het minst voor het duo dat deze exodus organiseerde, Jeroen Pols en Jan Engel. Voor hen was het, naast een project op basis van een vage ideologie, ook gewoon een verdienmodel, vermoed ik.

In het artikel in de Volkskrant kwam een Nederlandse projectontwikkelaar aan het woord voor wie ideologische motieven geen rol speelden; hij deed al tientallen jaren in Spaans vastgoed. Het was zijn business en meer niet. Maar omdat hij al zo lang op deze manier actief was, kon hij wel constateren dat er duidelijk sprake was van een flinke groei. Wat niet veranderd was: zijn klanten waren bijna zonder uitzondering Nederlanders.
Maar wat voor een deel wèl was veranderd: de motivatie van die Nederlanders om een huis in Spanje te kopen. Die huizen zijn niet altijd meer bedoeld voor een paar maanden per jaar, of om in Spanje te overwinteren. Veel kopers vinden er niks meer aan in Nederland en willen ons land verlaten.
Aan het woord komt onder andere snackbar-eigenaar Sander Bos, 33 jaar oud: "Ik was helemaal klaar met Nederland. Klaar met de huizenmarkt, klaar met het ondernemersklimaat en klaar met de regeltjes". Hij woont nog in een huurwoning, is geïnteresseerd in het kopen van een woning in Spanje en heeft in Alicante een snackbar geopend. "Probeer in Nederland maar eens zo'n zaak te openen, met uitzicht op zee. Vergeet het maar". De zaak lijkt niet heel erg goed te draaien, maar: "Ik kan altijd nog terug. Dat is dan wel weer het voordeel van Nederland". Om het laatste te illustreren houdt ie z'n hand op: "je kunt altijd nog zó doen".
Niks menselijks is Sander Bos vreemd: ook niet van twee walletjes eten, als het zo uitkomt.

Een andere categorie van Nederlandse huizenkopers koopt de huizen als belegging. Ze ontvluchten de strengere regels voor huurwoningen in Nederland: "Je moet in Nederland meer belasting betalen, terwijl je minder rendement kunt verwachten". Dat die rendementen in de jaren hiervoor schandalig hoog waren komt niet aan de orde. Geld verdienen met vastgoed is tegenwoordig kennelijk een ratrace. Het moet snel heel veel geld opleveren, anders is het niet interessant. 

In Torrevieja staat café Het Elfde Gebot, dat vol zit met Nederlanders die Nederland ook "helemaal zat" zijn. Als kapitaalkrachtige vluchteling fulmineert men hier tegen de asielzoekers in Nederland. Er is desondanks een vaag besef dat men zelf in Spanje ook een buitenstaander is: "Ik voel me soms zelf een gelukszoeker. Door hier een huis te kopen, sluit ik een Spanjaard buiten die het misschien ook had willen hebben". Het blijkt een praatje voor de vaak: "Maar ja, ik kan niet de hele wereld op mijn rug nemen". Inderdaad: je hebt het geld ervoor, of je hebt het niet en in dat geval heb je gewoon pech gehad.

Wat is er toch net de Nederlander gebeurd in de afgelopen veertig jaar?
Ieder gevoel voor collectiviteit is verdwenen. De heersende instelling lijkt 'ieder voor zich en God voor ons allen' te zijn geworden. Een bepaalde klasse Nederlanders heeft geleerd om goed voor zichzelf te zorgen. De welvaart is een zaak van het individu geworden. Collectieve voorzieningen? De Nederlander wil geen sinterklaas meer zijn van de klasse zonder geld. De voorzieningen die hij nodig heeft, koopt ie zelf wel in. Wie daar geen geld voor heeft, heeft het gewoon slecht met zichzelf getroffen. Omdat ik aan de hand van het kenteken redelijk kan inschatten hoe oud een auto is, kan ik, rondrijdend in Nederland, zien dat het merendeel van de auto's niet ouder is dan een jaar of twee, drie. En het zijn vaak geen kleine auto's.
In Nederland zit heel veel geld bij het individu, terwijl de collectieve voorzieningen kapot worden bezuinigd
 
Maar ook in de wijken waar de modalen en beneden-modalen wonen heeft men zich op zichzelf teruggetrokken. 
Nog bij mijn ouders heb ik in een huurhuis gewoond dat in de jaren vijftig is gebouwd. Bouwgrond was toen nog wat goedkoper en deze huizen hebben voor de huidige begrippen heel royale achtertuinen. Ze staan er nog steeds, en een paar jaar geleden ben ik er nog eens langsgegaan, waarbij ik ook de brandgangen achter de huizen bewandelde.
In de tijd dat ik er woonde, bestonden de erfscheidingen overal uit ligusterheggen. Bijna alle bewoners hielden die heggen op een hoogte van een ruime meter. Als ik bij ons thuis achter in de tuin stond, reikte de blik tot de begane grond van de huizen achter ons, maar ook tot die van de huizen het andere einde van het blok, op ruim 200 m. afstand.
Bij mijn laatste bezoek bleek dit niet meer het geval. Iedereen had de ligusterheggen vervangen door meer dan manshoge schuttingen. De brandgang die tussen de twee blokken huizen doorloopt, was een kloof geworden met steile wanden van 2,5 m. hoog.
Zelfs de mensen zónder een ton op de bank hebben een muur opgetrokken om de buitenwereld buiten te sluiten..

Welke conclusie kan ik uit één en ander trekken?
Voornamelijk dat ik inmiddels te oud ben om zelf mijn hielen te lichten uit dit aan zichzelf overgeleverde land, om vervolgens permanent mijn heil te zoeken in een klein Frans dorp of de Scandinavische natuur. Nederland schiet er ook helemaal niks mee op, als ik vertrek. Ook de hoop dat Nederland opknapt als iedereen die het land "helemaal zat is" ophoepelt, lijkt me ijdel. 
Het enige wat erop zit is door te gaan met ademhalen en vooral mezelf zo sociaal mogelijk op te stellen, denk ik. En een beetje hoop blijven koesteren.
De hoop dat ik nog een kantelpunt ga meemaken. 
Het moment waarop de meerderheid inziet dat we samen een maatschappij vormen en dat een maatschappij staat of valt bij een sociale opstelling, empathie en gevoel voor collectiviteit. En dat de Nederlanders daadwerkelijk gevolg geven aan dat inzicht.

Amen.




dinsdag 30 juni 2026

Je leest weer 's een boek, of: op weg naar het einde

























Herstellende van een operatie, waarover ik voor dit moment even niet in detail wil treden, heb ik ongeveer zes weken in depressief makende inertie doorgebracht. Ook met dat laatste zal ik de lezer niet teveel vermoeien, maar één en ander nam, onder andere, de vorm aan van veel nutteloze uren op internet. Vooral die zogenaamde 'shorts' van YouTube zijn, ondanks het vaak volslagen debiele gehalte van de filmpjes, zonder meer verslavend. Je blijft klikken tot er weer een halve dag is verstrekken, om vervolgens te constateren dat het werkelijk niets anders heeft opgeleverd dan verbeuzelde tijd. En als je, om met Reve te spreken, op weg bent naar het einde, is dat een tamelijke sneue constatering. De laatste fase van het leven moet met iets beters te vullen zijn. 
Voor  u nu van alles gaat denken: ik ben niet méér of sneller op weg naar het einde dan elk willekeurig ander mens, maar soms is het besef dat vroeg of laat de koek op is wat sterker aanwezig dan op andere momenten.
Een weekje geleden had ik qua YouTube-verslaving kennelijk mijn tax bereikt; ik besloot naar de bibliotheek te wandelen om een paar boeken te lenen. Geen romans, natuurlijk. Ik heb hier al vaker betoogd dat als ik lees, ik liever over èchte levens lees. 

Over Hermans en Mulisch heb ik op dit blog al eens geschreven, Aan Reve, volgens de canon eveneens behorend tot de zogenaamde 'grote drie' van de Nederlandse literatuur uit de tweede helft van 20e eeuw, heb ik tot nu toe nooit veel woorden besteed. 
Vanzelfsprekend heb ik in de loop der jaren wel het nodige meegekregen over zijn kleurrijke levensloop. En ik heb een paar boeken van hem gelezen. Ook was ik mezelf ervan bewust dat geen enkele andere Nederlandse schrijver een fanbase had, en heeft, die vergelijkbaar is met die van Reve. De 'reviaan' is een bestaand type mens, en ik vermoed dat de revianen er tot in lengte van jaren voor zullen zorgen dat Reve voorlopig niet vergeten wordt.

Derhalve was één van de boeken waarmee ik thuiskwam het eerste deel van de Reve-biografie van Nop Maas 'De vroege jaren 1923 - 1962'.
Snel samengevat was het lezen daarvan een tamelijk bevredigende ervaring, hoewel Maas als schrijver zelf ook wat merkwaardige trekjes vertoont. Zo hecht hij eraan om 'kloeg' te schrijven als hij 'klaagde' bedoelt. Deze schrijf- en zegswijze schijnt hier en daar in Vlaanderen nog voor te komen, maar is in Nederland nauwelijks bekend c.q. uitgestorven. Ook is er bij de biograaf een zekere voorkeur voor het gebruik van moeilijke woorden, ook als er een voor iedereen te begrijpen Nederlands equivalent voor bestaat. Maas schrijft 'irenisch' als hij 'vredelievend' bedoelt, bijvoorbeeld. 
Gelukkig worden de noten direct onderaan de betreffende pagina weergegeven. Ze zijn, om het eufemistisch uit te drukken, nogal talrijk. Steeds naar het eind van het hoofdstuk, of achterin het boek bladeren zou het leesplezier behoorlijk hebben bedorven.
De mate van detail leidde er soms wel toe dat ik regelmatig een paar bladzijden diagonaal las, tot mijn oog weer bleef hangen aan een naam of een zinsnede die mijn aandacht trok.

Wat betreft Reve's eerste veertig levensjaren zijn er twee dingen die er wat mij betreft uitspringen.
Ten eerste is daar het gegeven dat de schrijver, na het succes van zijn eerste boeken ('De avonden' en 'Werther Nieland/ De ondergang van de familie Boslowits') meer dan tien jaar op zoek is geweest naar zichzelf en naar de literaire vorm waarmee hij uiteindelijk pas ècht deel van de eerder genoemde 'grote drie' werd. 
Hoewel Maas het verhaal van deze periode doorspekt met lachwekkende anekdotes, is de algemene indruk van Reve in deze periode toch die van een getormenteerd mens, die bovendien vaker wel dan niet een plaag is voor zijn omgeving. Hij is weinig productief en zijn leven wordt vooral door anderen bekostigd. 'Parasitair is een woord dat opkomt.
Dat parasitaire, en dat is het tweede dat nogal op de voorgrond treedt, geldt vooral voor zijn huwelijk met Hanny Michaelis. Zij heeft nogal wat van Reve moeten verduren en heeft voor de steun die ze hem, gedurende de elf jaar dat ze met hem getrouwd was, gaf betrekkelijk weinig teruggekregen. 
Men kan zich afvragen wat er gebeurd zou zijn als Reve zich eerder had verzoend met zijn homoseksualiteit, en hij de relatie met Michaelis nooit was aangegaan. Er waren dan, naar mijn idee, twee opties geweest: één: Reve had eerder zijn vorm gevonden en was al in een veel eerder stadium een groot schrijver geworden, of twéé: hij was volledig vastgelopen in zijn neuroses, financiële problemen en algemene onaangepastheid, en was daar al ver voor zijn veertigste levensjaar aan ten onder gegaan.

Hoe dan ook, ondanks het gegeven dat het boek uitstekend leesbaar is, is het geen lectuur waar je van opknapt, als je eigen levensvreugde even wat minder is..
Deel 2 van de biografie heeft als ondertitel 'De rampjaren' Ik denk dat ik het lezen daarvan nog maar even uitstel. Het kan, in het geval van Reve, kennelijk allemaal nóg erger.

Van de weeromstuit ging ik aansluitend even op zoek naar wat ik zelf van Reve had staan en het eerste dat ik vond was 'Oud en eenzaam'. 
Daarin komt onder andere de bouw van zijn geheime kasteel 'Notre Reine' op een "platte, 749 m. hoge berg" aan de orde. Reve noemt ook het dorp La Paillette, dat er vlakbij ligt. Mijn fascinatie voor plekken waar iets gebeurd is, al dan niet schuldige landschappen zo u wilt, bracht me ertoe om via GoogleMaps en internet te achterhalen waar 'Notre Reine' precies lag.
Die zoektocht leidde me onder andere naar het blog Keesjemaduraatje. 
De maker van het blog had Reve's Franse stulpje, ondanks het feit dat hij een zelfbenoemd reviaan is, nooit ècht bereikt, maar in de reacties gaf iemand de coördinaten in lengte- en breedtegraden en zo weet ik nu precies waar het ligt; 5 km. ten zuiden van Vesc, in de Drôme, Frankrijk.

Uit de kop van het blog ("0ver Palestijnen, terrorisme, islam, Israël misstanden en persoonlijke belevenissen") bleek echter dat het reviaanse verhaal een uitzondering op de regel was. De schrijver, die in het echt ook Kees heet, put zich al sinds december 2005 voornamelijk uit in agitprop tegen de Palestijnse zaak en de Islam, en vóór Israël. Zeker in de eerste jaren scheef hij honderden berichten per jaar. Na het lezen van een paar van die berichten kom je tot de conclusie dat het woord 'rabiaat' hier op z'n plaats is; elke nuance ontbreekt. Kees ziet slechts één kant van de zaak; de tienduizenden doden in Gaza spelen in zijn overwegingen geen enkele rol.
Eén en ander was dusdanig intrigerend, dat ik nog even verder zocht op 'keesjemaduraatje'. Uiteindelijk vind je dan dat Kees ook actief was in de krakersbeweging van de jaren tachtig.

Het kan verkeren.
 
Ooit stuitte ik op de theorie dat links en rechts extremisme, naarmate ze extremistischer worden, zich soms in een soort tegenstelde cirkelbeweging bewegen, waardoor ze uiteindelijk elkaar naderden en links-extremisme bij individuen soms vrij abrupt kan omslaan in rechts-extremisme.  
Hoewel het misschien te ver gaat om Pim Fortuyn een extremist te noemen, zijn er wel mensen geweest die zijn omslag van radicaal links naar radicaal rechts op deze manier hebben verklaard. Ook Reve maakte een dergelijke omwenteling in denken door en om bij mezelf te blijven: zonder dat ik het toen in de gaten had was ik lang geleden zelf ook 'rechts', waarna ik van lieverlee steeds 'linkser' ben geworden. Maar ik geloof dat ik er redelijk in ben geslaagd om weg te blijven van extremisme.

Hoe een vrij onschuldige obsessie met 'plekken', na het lezen van een biografie waarin verloren tijd een grote rol speelt, uiteindelijk leidt tot het opduikelen van nòg iemand die zijn tijd en energie op grote schaal verspilt met bezigheden die uiteindelijk tot niets positiefs leiden.

Ook Kees, die waarschijnlijk niet veel jonger is dan ik, is op weg naar einde.  
Soms probeer ik me wel eens een voorstelling te maken van waar je aan zou kunnen denken als je laatste uur geslagen heeft. Dat je dan hopelijk het idee hebt dat je, ondanks alles, je leven niet verspild hebt, bijvoorbeeld
In de biografie van Reve komt ergens, eind jaren vijftig, ook nog een brief van W.F. Hermans aan Reve aan de orde, waarin hij aangeeft ten aanzien van laatstgenoemde "agressief medelijden" te voelen. Hij was  het geklaag en de vruchteloze pogingen van Reve om een  Engelstalige schrijver te worden een beetje zat, en zei om die reden de aanvankelijke vriendschap min of meer op.
Zelf ben ik het totaal niet eens met de politieke stellingname van Keesjemaduraatje, maar meer nog ben ik ontdaan door de zinloosheid van zijn al twintig jaar voortdurende fanatisme. Naast wrevel met betrekking tot zijn politieke standpunt, voel ik een zekere medelijden. Ik heb, bij wijze van spreken, met hem te doen.
Agressief medelijden; ik begrijp nu pas goed wat Hermans daarmee bedoelde, denk ik.

vrijdag 15 mei 2026

Komen er Tribunalen?

cartoon: Paresh Nath

















Mogelijk zet ik de lezer met de titel van dit epistel op het verkeerde been. 
Ooit was er een lid van Forum voor Democratie, Pepijn van Houwelingen, tevens Tweede Kamer-lid, die een ander kamerlid; Sjoerd Sjoerdsma van D'66, waarschuwde met de tekst "er komen tribunalen". D'66 is óók een partij die democratie in de partijnaam heeft verwerkt, want daar staat de 'D' van D'66 voor.
Dat zet de a-politieke lezer ook al lelijk op het verkeerde been, want of FvD en D'66 dezelfde definitie van democratie hanteren moet ernstig worden betwijfeld.

Het gaat mij in dit verband echter om de democratie in een ander land, te weten de Verenigde Staten van Amerika. Daar is op dit moment een regering aan de macht die ook zo zijn eigen opvatting heeft over wat democratie nu eigenlijk inhoudt.
We kunnen rustig stellen dat de manier waarop Donald Trump en consorten met de veegwagen door de Amerikaanse instituties razen en van alles doen en niet doen, vaak zonder de daarvoor benodigde toestemming van het Congres en/of het Huis van Afgevaardigden te vragen, niet ècht democratisch is. Zonder overdrijven kan worden gezegd dat de regering-Trump autocratische en zelfs fascistische kenmerken vertoont.
De volle omvang van de schade die dat de VS nu en op langere termijn berokkend is nog niet duidelijk, maar zelfs Trump's politieke achterban in de vorm van de MAGA-beweging binnen de Republikeinse Partij begint in te zien dat er sprake is van schade. 
Veroordeelde gevangen, zoals de aanstichters van de Capitoolbestorming,  zonder meer gratie verlenen en vrijlaten werd, hoewel illegaal, nog luidkeels verwelkomd. Ook het schaamteloos combineren van het presidentschap met allerlei commerciële activiteiten, die Trump en zijn gevolg geld in het laadje brachten, veroorzaakte nauwelijks ophef. 
Maar het op straat doodschieten doodschieten van twee onschuldige burgers, zonder dat daar veroordelingen op volgden, en vooral het starten van een oorlog, waarvan Trump beloofde dat hij dat nooit meer zou doen, heeft zelfs de hardliners onder Republikeinen aan het denken gezet.
De betere leefomstandigheden die Trump zijn kiezers heeft beloofd blijven uit. De Amerikanen beginnen zich te realiseren dat ze er sinds zijn aantreden eigenlijk alleen maar op achteruit zijn gegaan. 

De actualiteit van de laatste weken laat zien dat de oorlog tegen Iran een degelijk strategisch plan ontbeert. De strijd duurt al veel langer dan Trump, zijn vice-president Vance en de Minister van Oorlog (inderdaad: van Oorlog) Hegseth verwachtten, iets dat zelfs ik ze vooraf had kunnen vertellen. Al sinds de Tweede Wereldoorlog is duidelijk dat het onmogelijk is een oorlog te winnen met alleen luchtaanvallen. Tijdens die laatste oorlog dacht 'Bomber' Harris, het hoofd van het Britse Bomber Command, dat Duitsland op de knieën kon worden gedwongen door de Duitse steden één voor één volledig plat te gooien. Dat platgooien op zich lukte wel, maar de Duitsers keerden Hitler niet de rug toe, zoals Harris verwachtte. 
In Vietnam probeerden de Amerikanen het opnieuw. Drie-en-een-half jaar lang, van maart 1965 tot november 1968 bombardeerden de Amerikanen Noord-Vietnam, zonder dat dit veel resultaat had in hun voordeel; uiteindelijk werden zij de indirecte verliezers van die oorlog; Vietnam werd geheel communistisch.
Maar mede op advies van een Minister van Oorlog, die weliswaar enige militaire ervaring heeft, maar toch vooral carrière maakte als tv-presentator, probeert Trump het nu toch weer in Iran.

Eigenlijk lijkt het erop dat de Trump administration steeds verder wegzakt in een moeras van door diezelfde regering veroorzaakte problemen. Het wordt steeds duidelijker dat men handelt op basis van een falend gevoel van intuïtie en misplaatste overmoed. Er is geen doordachte strategie, en een plan B is er ook niet. 
De Amerikaanse publieke opinie ziet dit ook.
Dit, opgeteld, bij de in aantocht zijnde mid-term verkiezingen in de VS, zou wel eens kunnen inhouden dat de macht van de regering Trump over ruim een half jaar grotendeels gebroken zou kunnen zijn.
Tenminste, als we ervan mogen uitgaan dat die verkiezingen eerlijk verlopen en Trump er niet in slaagt om met onrechtmatige ingrepen de verkiezingsuitslag hoe dan ook in zijn voordeel te laten uitpakken. Voor zover we hem nu kennen gaat Trump dat ongetwijfeld proberen. Het opnieuw indelen van kiesdistricten (gerrymandering), waar de Republikeinen nu druk mee zijn, is in dat opzicht een slecht voorteken.

Maar stel dat Trump en zijn regering deze mid-terms verliezen; wat gaat er dan gebeuren? 
Ongetwijfeld is de president dan grotendeel vleugellam en zou er zelfs een begin kunnen worden gemaakt met het herstel van de normale rechtsorde, of in ieder geval het temporiseren van de verdere aantasting daarvan. 
De vraag is ook of de regering Trump nog in staat is om het beleid dusdanig bij te stellen dat de Amerikaanse kiezers bij de eerstvolgende presidentsverkiezingen, over twee-en-een-half jaar, opnieuw in meerderheid op een Republikeinse kandidaat zullen stemmen en dat een opportunist uit het eigen kamp Trump zal afvallen en zich als een redelijk alternatief zal presenteren. Vice-president J.D. Vance acht ik wel tot zo'n actie in staat. De Democratische Partij heeft zo'n alternatief nog niet, en staart nog steeds nog steeds als een konijn in de koplampen van Trumps destructieve machinerie.

Er zit, op het moment dat de Democratische Partij in de volksvertegenwoordiging en de Senaat de meerderheid heeft, ook nog steeds een Hooggerechtshof waarvan zes van de negen rechters zijn benoemd door Republikeinse presidenten, waaronder drie die door Trump zijn benoemd.
Desondanks zullen de Democraten proberen een impeachment procedure op gang te brengen. De daden van Trump tot nu toe geven daar alle aanleiding toe. 
Het lijkt me echter ook dat er tenminste sprake is van een gedeelde verantwoordelijkheid, Een groot deel van Trumps ministers heeft zonder blikken of blozen meegewerkt aan het uitvoeren van Trumps programma, zonder zich af te vragen of alles legaal was en in overstemming met de wetten en regels van het Amerikaanse staatsbestel.
Met andere woorden: gaat er na Trumps aftreden op alle fronten rechtgedaan worden en zullen de verantwoordelijken voor het gevoerde onrechtmatige beleid en de nagelaten rechtspleging (de ICE-agenten die in Minneapolis twee burgers doodschoten zijn niet berecht) worden gestraft?

Misschien zijn de eerste scheuren in de machtsbasis van Trump inmiddels zichtbaar, maar het Amerika van voor zijn presidentschappen is nog lang niet terug. De VS gaan nog jaren van interne strijd en chaos tegemoet, ben ik bang. De mensen die door een nieuwe (democratische) regering worden aangeklaagd, zullen zich tot het uiterste verzetten tegen veroordeling. 
Toch lijkt het van belang dat de abberatie die de oorspronkelijke Amerikaanse rechtsstaat heeft geteisterd wordt erkend èn bestraft. Eén en ander 'laten gaan' als er een nieuwe democratische regering is geïnstalleerd, zou een buitengewoon slecht signaal zijn in de richting van anti-democraten wereldwijd.

En wat daarbij komt: worden de oude relaties tussen de VS en Europa hersteld, of is er blijvend iets veranderd in de onderlinge verhouding? 
Wij, in Europa, hebben voorlopig vooral de taak goed voor ons eigen continent te zorgen.

vrijdag 28 november 2025

De digitale deceptie

bron: Chapatte.com















Lang geleden, in 1980, verscheen het boek The third wave. 
Het was geschreven door wat destijds een futuroloog werd genoemd; iemand die een visie had met betrekking tot hoe de maatschappij en de techniek zich in de niet al te ver verwijderde toekomst zouden gaan ontwikkelen. En als zodanig meende de toekomst te kunnen voorspellen.
Je hoort het woord tegenwoordig zelden meer gebruiken. Het lijkt alsof de futuroloog een beetje heeft afgedaan, of minder serieus wordt genomen. Misschien niet zonder reden, zoals later in dit stukje zal blijken.

De futuroloog die The third wave schreef was Alvin Toffler. 
De hoogleraar waarvoor ik toen werkte op de TU-Delft, was nogal van het boek onder de indruk, en aan de lunchtafel was het meermalen onderwerp van gesprek.
De 'derde golf' van Toffler was niks meer of minder dan de digitale revolutie, die in 1980 min of meer op het punt van beginnen stond. In de visie van Toffler was die digitale revolutie van een zelfde orde als de overgang van jagen en verzamelen naar landbouw en veeteelt die de mensheid zo'n zevenduizend jaar eerder had doorgemaakt (de eerste golf), en als de industriële revolutie van de 19e eeuw, die, naast een enorme technologische omwenteling, een trek van het platteland naar de steden had bewerkstelligd. Toffler zag die industriële revolutie als de tweede golf.

We kunnen, denk ik, wel constateren dat Toffler, met het bestempelen van de digitale revolutie als de derde golf in de ontwikkeling van de menselijke samenleving, er niet ver naast zat. 
De opkomst van de personal computer, het internet en de smartphone hebben de maatschappij blijvend veranderd, en de invloed van één en ander op het persoonlijke leven van mensen, en de maatschappij als geheel, is nog steeds groeiende.
Dat zijn dingen die Toffler al in 1980 voorspelde. De eerste IBM PC verscheen in augustus 1981 en internet voor algemeen gebruik kwam in de eerste helft van de jaren '90 van de grond.

Toffler's visie op deze ontwikkelingen was optimistisch van aard.
Hij stelde dat het industriële tijdperk, zoals dat zich in de 20e eeuw in zijn ultieme vorm had gemanifesteerd, werd gekenmerkt door massa-productie, standaardisatie, organisatie van bedrijven en instellingen die van boven naar beneden werkte (top down), en wat Toffler een factory-type education system noemde. Massaliteit en grootschaligheid waren bepalende factoren.
De Derde Golf, zoals Toffler die zich voorstelde, zou daarmee in scherp contrast staan. In het algemeen zou er in de toekomst sprake zijn van post-industriële samenleving. Productiemethodes zouden kleinschaliger worden en massa-productie en one size fits all zou worden vervangen door maatwerk en productie on demand.
Het top down principe bij het maken van beleid door regeringen en organisaties zou plaats maken voor een gedecentraliseerde, meer open en meer democratische vorm van beleid maken en leiding geven. Dat zou mede worden bevorderd door het gegeven dat de digitalisering en iets als internet ieder individu onbeperkt toegang zou geven tot alle vormen van informatie. 
Er zou een open samenleving ontstaan, waarbij iedere wereldburger in contact zou staan met iedere andere wereldburger, en onbeperkt informatie zou kunnen uitwisselen. In dat verband werd ook het begrip Global Village gemunt. 
Wat Toffler ook voorspelde: het afnemen van de betekenis van natie-staten. Daar zou zowel van beneden als van boven aan geknabbeld worden. Van beneden door het uiteenvallen van nationale samenlevingen in kleinere eenheden als deel-republieken, en van boven af door toenemende invloed van NGO's en multinationals. Met betrekking tot de wenselijkheid en de uiteindelijke uitkomst van de laatstgenoemde ontwikkelingen zijn door Toffler nooit uitspraken gedaan. Ik kom daar nog op terug.

We kunnen, denk ik, vijf-en-veertig jaar na het verschijnen van 'TheThid Wave' constateren dat Toffler's voorspellingen deels zijn uitgekomen. 
Internet heeft gezorgd voor een enorme hoeveelheid beschikbare informatie. De mogelijkheden  voor allerlei vormen van communicatie zijn groter dan ooit tevoren. Eén en ander heeft het levenstempo van veel mensen overigens ook sterkt opgevoerd. In een mate waarbij hypes en hysterie nogal al eens de sfeer bepalen. Of één en ander in alle opzichten een positieve ontwikkeling is valt te betwisten.
 
Helaas moet ook worden vastgesteld dat veel van Toffler's toekomstvisioen niet is uitgekomen. Van een open samenleving is misschien nog minder sprake dan tijdens de jaren '70 het geval was. Het onderwijs is grotendeels nog steeds een vrij massale en weinig individuele aangelegenheid.
Democratischer is de wereld ook niet geworden sinds die tijd. Integendeel: Er is een beweging richting niet-democratische vormen van bestuur op gang gekomen die zo'n beetje wereldwijd is. Het idee van een Global Village staat wel ver af van de politieke polarisatie die ook bijna overal de kop op heeft gestoken. 
Veel mensen hebben zich, op internet, opgesloten in hun eigen, al dan niet politieke bubbles. Dat laatste is trouwens ook een gevolg van de toepassing van bepaalde algoritmes die de digitalisering mee zich mee heeft gebracht. Internet registreert voorkeuren van individuen en geeft die individuen vervolgens nog slechts informatie en inzichten die stroken met die voorkeur. 
Internet werkt daardoor niet verbindend, zoals Toffler hoopte, maar scheidend, polariserend en vervreemdend.

Wat wel min of meer stookt met Toffler's visie is het gegeven dat de macht niet langer volledig in handen is van natiestaten. Multinationals, en dan vooral bedrijven als Google, Meta en anderen die aan de knoppen zitten van internet, hebben wereldwijd een enorme invloed verworven en zijn in staat politieke ontwikkelingen te beïnvloeden op een schaal die zorgwekkend is, omdat deze bedrijven aan geen enkele vorm van democratische controle zijn onderworpen.
Een vraag zou kunnen zijn in hoeverre de hierboven gesignaleerde trend naar niet-democratische vormen van bestuur in de hand is gewerkt door de bronnen waaruit mensen hun informatie halen en de bubbles waar ze door de algoritmes van Google, Meta en consorten in terecht zijn gekomen. 
Inmiddels is ook wel duidelijk dat de digitale infrastructuur en diezelfde bubbles door natiestaten, waarvan de macht nauwelijks is verminderd sinds 1980, worden misbruikt om de publieke opinie in andere natiestaten te beïnvloeden als er verkiezingen in aantocht zijn. Rusland schijnt erg zijn best te doen op dat front.
Dat roept op zijn beurt de vraag op of de grote IT-bedrijven een gericht beleid voeren op dit front. Met andere woorden: doet men moeite om nepnieuws en onderhuidse, maar grootschalige politieke propaganda tegen te gaan. Een tijdje heeft er op geleken dat dit het geval was: Google en Meta hadden fact checkers in dienst, die hun best deden om waarheid van fictie te scheiden. Inmiddels zijn we echter zover dat deze bedrijven, die in essentie toch gewoon Amerikaans zijn, op last van de zich snel ontwikkelende autocratie in de VS, met dat factchecken zijn gestopt.
Kennelijk is de macht van de Amerikaanse regering en daarmee van een natiestaat als de VS toch altijd nog groter dan die van Google en Meta.

Nog iets verder doordenkend lijkt er in die zin toch iets bijzonders aan de hand. 
Die anti-democratische tendens in de wereld kenmerkt zich door een soort conservatisme dat zich bedient van een instrument dat in essentie niet conservatief is. 
Het anti-democratische conservatisme wil allerlei dingen, die in de afgelopen tientallen jaren vrij algemeen zijn geaccepteerd als een gegeven, ontkennen, en de acceptatie daarvan terugdraaien. Een voorbeeld is afwijkende seksuele geaardheid in al zijn veelkleurigheid. Volgens de conservatieve tendens zijn er slechts mannen en vrouwen en alleen seks tussen mannen en vrouwen is normaal. 
Ook bestaat er in het conservatieve universum een universeel wantrouwen en weerzin tegen de wetenschap en wetenschappelijke feiten. Het klimaatprobleem bestaat niet in deze bubble. Corona was ook een Hoax en soms is er een duidelijke hang naar alternatieve geneeswijzen, die in de praktijk vaak op kwakzalverij lijken.
Wat in deze sfeer universeel is, is het terugvallen op een naar binnen gericht nationalisme. Make America Great Again is er een uiting van, en in ons eigen Nederland pleit Geert Wilders vooral voor het eigenbelang van de Nederlander. Als men daardoor in Afrika het wat minder heeft, is dat jammer, maar helaas. Naar de toekomst wordt nauwelijks gekeken. "Na ons de zondvloed" hoor ik nergens hardop roepen, maar lijkt wel een andere peiler te zijn waarop dit conservatisme steunt.
Het liefst zou men met de rug naar de rest van de wereld gaan staan en in veel opzichten wil men terug naar een maatschappij zoals die vijftig jaar geleden nog bestond. In de VS lijkt dat ondertussen zover te gaan dat men zelfs de rassenscheiding en de ongelijke behandeling van niet-blanken weer terug wil brengen. Wat anders zou er kunnen zitten achter het verwijderen van de panelen bij de ere-begraafplaats van Margraten die wezen op het werk van zwarte Amerikanen?
Dit conservatieve wereldbeeld is min of meer het tegendeel van wat Alvin Toffler van de derde golf verwachtte. Het tweeslachtige bij dit alles is dat het conservatisme juist de digitale infrastructuur heeft ingezet om de conservatieve, anti-democratische boodschap erin te hameren.

Maar wat Toffler toch goed heeft gezien; uiteindelijk is de digitale infrastructuur in zijn wezen toch beter geschikt voor het verruimen van de blik, het kennis nemen van andere inzichten en in het algemeen verder kijken dan je eigen neus lang is. Het ronddraaien in de eigen bubble is alleen mogelijk door de aanwezigheid van bepaalde algoritmes. 
Bevrijd van die algoritmes. en na het opheffen van de digitale vissenkommen waarin veel internetgebruikers zich inmiddels hebben laten opsluiten, zou die digitale infrastructuur alsnog kunnen worden wat Toffler voor ogen had.

De geschiedenis heeft altijd goflbewegingen gekend. Ook de nu op z'n hoogtepunt zijnde conservatieve golf zal wegebben. Op het moment dat er ruimte voor is, zal de macht van de algoritmes moeten worden gebroken en kunnen de Meta's en de Googles weer op hun plaats worden gezet: een dienende rol, met een daarop aangepast 'verdienmodel'.

Ik hoop het nog mee te maken.

zondag 21 september 2025

Het politieke landschap wordt een slagveld



















U zag het al aan de titel; dit wordt weer een politiek stukje. 
Kan ook bijna niet anders, met verkiezingen die nog maar iets meer dan een maand in de toekomst liggen en het algemeen gevoelde grote belang van die verkiezingen. 
De directe aanleiding was een opmerking van de hoofdredacteur van Vrij Nederland, die ik gisteren in de Volkskrant las.
Sander Heijne, want zo heet die hoofdredacteur, stelde het volgende: "We leven ook in een tijd waarin links-rechts niet meer de belangrijkste tegenstelling is in het politieke debat. We kunnen de partijen nu ook verdelen langs de as van democratisch en anti-democratisch".
Het laatste lijkt mij zonder meer een feit. Op de mening dat die onderverdeling daarmee ook belangrijker is dan het onderscheid links-rechts valt nog wel wat af te dingen, denk ik. Kenmerkend is namelijk wèl dat Heijne vervolgens PVV en Forum voor Democratie ondemocratisch noemt en BBB, JA21 en de VVD bestempelt als partijen, die als het hen zo uitkomt, ook wel 's ondemocratische praatjes verkopen. Daarmee heeft ie wel zo'n beetje alle serieus rechtse partijen genoemd.
 
Nu zijn er ter linkerzijde ook wel wat clubs waarvan je het democratische gehalte kunt betwijfelen. De SP, bijvoorbeeld, lijkt zijn Maoïstische verleden nog steeds niet helemaal te zijn ontgroeid. Maar verder kan ik aan de linkerkant van het politieke spectrum geen partij of andere organisatie noemen die wel eens twijfels oproept over haar houding tegenover de democratie.

Wat zou dus de conclusie kunnen zijn? 
Naar mijn idee dat de meest serieuze bedreiging voor de democratie inmiddels toch van rechts komt. Sander Heijne kan wel net doen alsof hij een nieuwe scheidslijn heeft ontdekt, die afwijkt van de traditionele links-rechts tegenstelling, maar in werkelijkheid is er, zeker sinds het communisme in de Nederlandse en zelfs in de internationale politiek geen factor van betekenis meer is, niks nieuws onder zon. Anti-democratisch is zo'n beetje synoniem met extreem rechts. 

Toen ik begon te schrijven aan dit stukje was op het Malieveld in Den Haag nèt de demonstratie begonnen die Els Rechts had georganiseerd tegen massa-immigratie in het bijzonder en alles wat links, woke en afwijkend is in het algemeen. Dit overigens zonder dat ik daarvan op de hoogte was. Pas gisterenavond, toen ik de bovenstaande regels al had geschreven, kwam het nieuws over Els, haar demonstratie en hoe die was geëindigd, tot mij.
Ik had eerlijk gezegd nog nooit van Els Rechts gehoord, maar wie haar website bezoekt, komt erachter dat Els een soort christelijke uitvoering is van andere extreem rechtse dames als Eva Vlaardingerbroek en Raïsa Blommensteijn. 
Ze was erin geslaagd om onder haar volgers enkele tienduizenden Euro's bij elkaar te scharrelen, waarmee ze de demonstratie had georganiseerd. Want de mensen die een podium met geluidsinstallatie voor je bouwen doen dat natuurlijk niet gratis.
 
Zo stond Els, die op dat moment eigenlijk niet veel meer vertegenwoordigde dan zichzelf, heel vredelievend op het Malieveld haar mening uit te dragen. Ik heb er wat video's van gezien en behalve veel Nederlandse vlaggen, een enkele oranje-blanje-bleu vlag (eertijds de vlag van de NSB) en een paar van BV-NL, de partij van meester-opportunist  Wybren van Haga, die er ook het woord voerde, waren er niet er niet veel uitingen van andere extreem rechtse partijen te zien. Geen vlaggen of andere reclame voor de PVV of FvD, bijvoorbeeld. Hoewel Geert Wilders de grote held van Els is en zij ook op de PVV zegt te stemmen.
Wel waren er wat christelijke uitingen, zoals mensen die met een geheven kruis rondliepen.

Vervolgens werd het hele gebeuren overgenomen door een legertje extreem rechtse relschoppers van clubjes als White Power Scheveningen en Netherlands Freedom Fighters, die de omgeving in een slagveld veranderen, twee politieauto's in brand staken en, na het ingooien van de ruiten, een poging deden het partijkantoor van D'66 in brand te steken.
Els was in tranen; dit was natuurlijk helemaal nooit de bedoeling geweest! 

Ik ben ervan overtuigd dat het geen krokodillentranen waren. 
Els is nog maar 26 jaar oud en heeft nog niet helemaal door wie er allemaal op een manifestatie als de hare afkomen. Els denkt dat zij christelijke waarden en extreem-rechts gedachtengoed, zoals geloof in de islamisering van Nederland, kan combineren. 
Bij alle christelijke waarden die Els zegt te verdedigen, kun je jezelf afvragen of zij daar niet een beetje selectief mee omgaat. 
Ik heb zelf ongeveer 12 jaar op christelijke scholen gezeten en hoewel ik inmiddels niet meer geloof in een hemel of een hel, onderschrijf ik in grote lijnen nog steeds de waarden die naar voren komen uit het Nieuwe Testament. 
Jezus brak een lans voor het helpen van de zwakken en behoeftigen en maakte ondubbelzinnig duidelijk dat men zijn welvaart moest delen met hen die minder welvarend waren. 
Naar mijn smaak strookt dat niet helemaal met de leus: 'Nederland voor de Nederlanders', die Els op haar website voert.

Wat Els zich kennelijk nooit heeft gerealiseerd, is dat er ook héél veel Nederlanders zijn die niet eens weten wat een christelijke moraal zoal zou moeten of kunnen inhouden, òf, als ze dat wèl weten dat aan hun laars lappen, maar de wèl haar rechtse denkbeelden delen En dat in nog veel extremere mate dan zij zelf. Een deel daarvan schroomt ook niet om hun mening met geweld over het voetlicht te brengen.

Nu is een verbond tussen extreem-rechts en bepaalde christenen niks nieuws.
In de Verenigde Staten bestaat het al jaren. Trump is daar mede aan de macht gekomen omdat veel orthodoxe christenen op hem hebben gestemd, nadat Trump dat kiezerspotentieel bewust had aangeboord door zich tegen abortus en anti-lhbti uit te spreken. En hoewel Trump, gezien zijn daden, helemaal niet gelooft in de hel, maakt hij wel degelijk zijn beloftes in dit opzicht waar. Dat dit zomaar blijkt te kunnen had niemand een paar jaar geleden voor mogelijk gehouden, maar het gebeurt gewoon en heel Amerika staat erbij en kijkt ernaar.
Ook hier in Nederland zien we de SGP al opschuiven richting extreem rechts.

Ik ben benieuwd wat het bovengenoemde gedoe op het Malieveld zal betekenen voor de komende verkiezingen.
Mogelijk zullen allerlei talking heads ter rechterzijde ook wat tranen plengen naar aanleiding van het gebeurde. Maar in tegenstelling tot de tranen van Els zullen dat wel in meer of mindere mate krokodillentranen zijn, ben ik bang. Mensen als Geert Wilders en Thierry Baudet hebben de geesten van de Nederlandse rechts-extremisten rijp gemaakt voor wat er gisteren gebeurde. En hoewel de volgende uitspraak op internet direct een Godwin zou worden genoemd, roept één en ander toch wel wat herinneringen op aan de bruinhemden die Hitler's machtsovername voorbereidden.

Het is nu wel duidelijk uit welke hoek de wind, ook in Nederland, inmiddels waait, denk ik.


maandag 23 december 2024

Mijn Nieuwjaarswens voor Nederland en de wereld

 

bron: someecards.com









Lezers die de titel van dit stukje vinden getuigen van misplaatste hoogmoed kan ik geruststellen; u mag die titel rustig beschouwen als een met ironie doordrenkte bon mot.

De inspiratie voor dit epistel borrelde op na het zien, gisteren, van het televisieprogramma Buitenhof. Dat zat deze keer, vond ik, vol met boeiende onderwerpen. 
Zo was er onder meer iemand die een Gedichtenapotheek had gepubliceerd. Als u wilt weten wat dat precies inhoudt, moet u maar maar even 'terugkijken' op uw interactieve televisie. Waarvan ik dan maar even aanneem dat u die heeft.

De echte inspiratie echter, kwam van Beatrice de Graaf, die onlangs de jaarlijkse Huizinga-lezing van de Universiteit Leiden voor haar rekening nam. 
In Buitenhof gaf ze, tijdens een interview door Pieter Jan Hagens, een soort samenvatting van die lezing. Het uitgangspunt was dat de visie van Johan Huizinga, eertijds hoogleraar in Leiden, met betrekking tot dingen als crisis, politieke mores en succesvol leiderschap nog steeds niet verouderd is.
De Graaf stak een gloedvol betoog af van een helderheid die tegenwoordig bij veel mensen die over ingewikkelde dingen praten nog wel eens ver te zoeken is. Ze produceerde niet alleen maar veel woorden, maar vooral woorden die iets betekenden en de visie van Huizinga glashelder over het voetlicht brachten.

Zo maakte ze onder andere duidelijk wat, volgens Huizinga, een politiek leider tot een succesvolle leider maakte. Daarbij ging het volgens hem in eerste instantie om deugden in de definitie van Aristoteles. Zo'n leider moest niet alleen slim zijn, maar vooral zó slim dat hij daarbij het hogere doel nooit uit het oog verloor, en dat op een zodanige manier dat er recht werd gedaan het belang van land en volk in de breedst mogelijke zin. Die deugden worden ook benoemd: beheersing, rechtvaardigheid, wijsheid en moed. De latere kerkvader Augustinus heeft daar nog geloof, hoop en liefde aan toegevoegd. Volgens Beatrice waren die zeven begrippen sinds de vroege middeleeuwen "het scharnierpunt" voor mensen die geacht werden te handelen in het publieke belang.

Pieter Jan Hagens trok vervolgens de vergelijking tussen de conflicten in het huidige kabinet, het gedrag van sommige kamerleden en deze deugden. Die waren, volgens hem, vaak niet bepaald in overeenstemming daarmee. Te vaak ging het om populistisch geschreeuw en electorale winst. 
Dat vond Beatrice ook; Huizinga zou één en ander hebben bestempeld als puerilisme. De term is door hem bedacht en werd voor het eerst gebruikt in zijn boek In de schaduwen van morgen. Kort gezegd laat het zich vertalen als 'kinderachtig gedrag'.

Huizinga schrijft in het genoemde boek onder meer: de gemakkelijk bevredigde maar nooit verzadigde behoefte aan banale verstrooiing, de zucht tot grove sensatie, de lust aan massavertoon. (...........) Een aantal eigenschappen, die psychologisch dieper geworteld liggen dan de genoemde, en die men eveneens het best onder den term puerilisme kan begrijpen, zijn het ontbreken van gevoel voor humor, het warmloopen op een woord, de verregaande engdenkendheid en onverdraagzaamheid tegenover nietgroepsgenooten, de matelooze overdrijving in lof en blaam, de toegankelijkheid voor elke illusie die de eigenliefde of het beroepsbesef vleit. 

De taal is misschien, evenals de genoemde deugden, een beetje archaïsch, maar het kan niet worden ontkend dat het hierboven beschreven gedrag ook vandaag weer volop aanwezig is in het publieke domein en zelfs in de tweede kamer en de regering opgang maakt.

Beatrice was van mening dat de deugden van Aristoteles, Augustinus en Huizinga bij veel van de huidige (wereld)leiders nogal op de achtergrond zijn geraakt. Dat valt ook niet te ontkennen, lijkt me. Mensen als Trump en Wilders zouden niet door de ballotage van het bovengenoemde drietal komen.

Het kwam er volgens de Graaf voor de leiders van nu op aan om hoop op vooruitgang te bieden. Dat houdt in dat leiders ook bereid moeten zijn om eerder gemaakte fouten te erkennen, en dat die erkenning eventueel tot een bijstelling van het beleid zal moeten leiden. Het 'benoemen' van problemen moet gepaard gaan met het bieden van perspectief. 
Van de bevolking mag worden gevraagd dat ze niet alleen maar vragen wat de leiding voor hen kan doen, maar ook of zij wat kunnen doen voor het land of de maatschappij.
De Graaf noemde ook het voorbeeld van Franklin D. Roosevelt, die in zijn jaren als president van de Verenigde Staten in staat bleek om het Amerikaanse volk een hart onder de riem te steken tijdens zijn zogenaamde fireside chats, waarin hij vrijelijk sprak over de problemen waar de VS voor stonden, maar zijn volk tevens voorhield hoe zij óók moed en wijsheid konden tonen. Zelf schiet me hier en nu Churchill te binnen, die er bij het begin van de Tweede Wereldoorlog er niet omheen draaide en meldde dat hij voorlopig niks anders te bieden had dan blood, sweat and tears, maar dat de wereld uiteindelijk zou moeten inzien dat this was their finest hour. 
Hij toonde de moed om de waarheid te vertellen, maar bood tegelijkertijd het perspectief dat er ook moet zijn om de burger het idee te geven dat zijn inzet nodig is.

Wat Beatrice de Graaf tenslotte nog zei over de grote conflicten van deze tijd vond ik ook behartigenswaardig. 
Ten aanzien van het Israëlische handelen in Gaza merkte ze op dat de Nederlandse regering de moed zou moeten opbrengen om, ondanks de steun die er van oudsher uit Nederland altijd was voor Israël, in dit geval toch zo langzamerhand eens wat kanttekeningen te plaatsen bij het handelen van Israël en daarbij niet te schromen om te spreken van oorlogsmisdaden. 
Dat neemt echter volgens haar niet weg dat de staat Israël een bestaande entiteit is, die eveneens perspectief nodig heeft. Het land zit feitelijk ook klem in de bestaande werkelijkheid. 
De Graaf pleitte ervoor dat, zeker nu er door de val van Assad in Syrië een nieuwe situatie is ontstaan, Europa, de Verenigde Staten en misschien ook Rusland de deugden beheersing, rechtvaardigheid, wijsheid, moed, geloof, hoop en liefde inzetten om in het Midden-Oosten iets te bewerkstelligen dat tot een verbetering van de algemene situatie zou kunnen leiden.

Maar ook wij, burgers onderling (en daar komt mijn nieuwjaarswens voor het komende jaar, en wat mij betreft voor vele jaren hierna) kunnen in het publieke debat en dat in de kennissenkring anders met elkaar omgaan dan we in dit tijdsgewricht nog wel eens doen, bewust of onbewust.
Zonder al te dogmatisch te hameren op bovenstaande zeven deugden, zou dat kunnen inhouden: minder prinzipienreiterei, de zaak eens van meerdere kanten bekijken, en vooral niet streven naar endgultige Endlösungen. Verbeteren en oplossen gaat vaak in kleine stapjes. 
Dat laatste hoeft geen bezwaar te zijn, als ermee wordt voorkomen dat een eenmaal ingeslagen weg toch niet begaanbaar blijkt, waardoor we vervolgens terug naar 'af' moeten.
Iets om over na te denken als u, al dan niet binnenkort, weer naar de stembus gaat.

Ik wens u allen plezierige dagen van ontspanning en bezinning, benevens een goede start van 2025

Keep calm and carry on.


donderdag 12 december 2024

Normaal?

















In de jaren zeventig en tachtig hingen her en der zilverkleurige posters met de tekst "ooit een normaal mens ontmoet? en..., beviel het?"

Ik werkte toen net op de faculteit Bouwkunde in Delft en had daar juist in korte tijd een flink aantal mensen ontmoet die mij niet helemaal normaal leken. Dat had alles te maken met het gegeven dat ik, als Zwijndrechtse provinciaal, ineens in een universum terecht was gekomen waarvan ik, tot dat moment, het bestaan niet had vermoed.
In het vaag gereformeerde milieu waar ik uit voortkwam, was iedereen wèl normaal. Zeker als we dat begrip uitleggen als: 'voldoen aan de norm'. Aan vaders kant was in de hele familie geen buitenbeentje te bekennen. Of het moest ome Wim zijn, die op zeker moment Nederland had verlaten en in Wallonië in de staalindustrie was gaan werken. Moeders kant kende wat meer vrijgevochten types. Wat wilder dan ik zelf was, zal ik maar zeggen. Enkele van de neven Van Well lazen de Aloha, bijvoorbeeld. Ook vond ik op hun kamer wel eens een Chick. Waarmee ik geen lekkere meid, maar een ander blaadje bedoel, waar overigens wèl lekkere meiden in stonden. Of wat daarvoor door moest gaan. 
Later is het met die neven Van Well helemaal goedgekomen, trouwens. Ze zijn netjes getrouwd en hebben een gezin gesticht. Met vervolgens weliswaar een echtscheiding hier en daar, maar tóch tamelijk normaal, dus.

Ook op Bouwkunde hing zo'n zilverkleurige poster en terugkijkend rijst het vermoeden dat dit niet helemaal toevallig was. Het instituut was, binnen het scala aan faculteiten dat samen de Technische Hogeschool vormde, een soort enclave waar alles, dat op die andere faculteiten nog abnormaal werd gevonden, een geaccepteerd verschijnsel was.
Ik kwam op Bouwkunde voor het eerst homoseksuelen tegen. Dat wil zeggen: mannen die er niet omheen draaiden dat ze dat waren. Er liepen merkwaardige individuen rond, die in een geheel eigen universum leken te leven. Alexander Mustert, bijvoorbeeld, directeur van zijn eigen Sprookjesmuseum. Nooit afgestudeerd, is hij desondanks een beroemde Delftenaar geworden. Googelt u maar eens. Of Joop Hardy, die colleges kunstgeschiedenis gaf, en bij een afbeelding van een schilderij uit de renaissance, waarop een bepaalde seksuele symboliek werd uitgebeeld, opmerkte: "jaa.. ze zegt het niet hardop, maar dat vrouwtje lust er wel pap van, hoor.."
Bouwkunde heeft op alle mogelijke fronten mijn blik verruimd. Ook waar het gaat over de relativiteit van het begrip 'normaal'.

Zelf ben ik ook niet normaal, geloof ik. Mijn vrouw is van mening dat ik licht-autistisch ben. Zelf hou ik het erop dat ik een hekel heb aan geklets over niks, dat ik nogal selectief ben in wat ik wèl en niet interessant vind, en ik haat de neiging van de zogenaamde vooruitgang tot het steeds ingewikkelder maken van allerlei zaken die ooit heel eenvoudig waren. En bleef het nou maar bij ingewikkeld maken; de werkelijkheid is helaas nog veel schadelijker
 
Internet; dat was in de jaren negentig van de vorige eeuw het schoolvoorbeeld van vooruitgang. 
Inmiddels is het een veelkoppig monster geworden dat constant om wachtwoorden vraagt en een niet aflatende stroom bagger produceert.
Ik moet in dat verband regelmatig denken aan een lied dat in 1973 door Frank Zappa op single werd uitgebracht: I'm the slime. De tekst van lied kan ik bijna geheel uit m'n hoofd reciteren (geen idee waarom; het is zo). Ze handelt over wat de televisie in de Verenigde Staten op dat moment te bieden had en de manipulatieve bedreigingen die daar vanuit gingen.
Terzijde: dat meidenkoortje in I'm the slime; dat zijn Tina Turner en de Ikettes.
Projecteer de tekst van het lied op het huidige internet, en je kunt constateren dat de angst van Zappa voor de Amerikaanse televisie-dictatuur klein bier was vergeleken bij wat er heden-ten-dage uit de krochten van internet opborrelt. Internet is, vergeleken met de Amerikaanse radio en televisie uit de jaren '70, eveneens een schoolvoorbeeld. Ditmaal van het gegeven dat het altijd nóg veel erger kan.

Onder noemer 'normaal' vielen in het verleden ook vormen van fatsoen, zoals niet discrimineren, gelijkheid voor de wet, niet liegen, het eerbiedigen van de grondwet en daarmee het ondersteunen van de democratie, die we in de afgelopen 80 jaar als iets vanzelfsprekends zijn gaan beschouwen.
Maar zelfs in Nederland is ondertussen sprake van een nieuw normaal, waarvan de laatste uiting een motie in de tweede kamer is, die voorstelt een soort gedachtenpolitie á la Orwell's 1984 in te voeren. Een motie die doodleuk een meerderheid kreeg.
En zoals ik al zei: het kan altijd nog erger. Want dat nieuwe normaal schiet niet alleen in Nederland wortel; dat gebeurt ook in de Verenigde Staten, Italië, Hongarije, Frankrijk en België. In andere landen, zoals Duitsland en Roemenië is het, al dan niet gestuurd vanuit een land dat eigenlijk nooit normaal is geweest, aan een opmars bezig. 

Veel van de genoemde landen maken deel uit van de Europese Unie, die, zoals ik hier al lang geleden heb betoogd, en ondanks alle gebreken die dit fenomeen nog kent, één van de beste ideeën blijft die in de 20e eeuw zijn bedacht. 
Maar het blijkt dat de exponenten van het nieuwe normaal ongelofelijk de schurft hebben aan de EU. Die EU moet ten gronde worden gericht, want gaat ten koste van de eigen identiteit, de eigen cultuur en de ook eigen achterlijkheid. De EU vindt bijvoorbeeld dat er met allerlei dingen, zoals de natuur, maar ook asielzoekers, min of meer fatsoenlijk moet worden omgegaan. En dat klimaatverandering moet worden bestreden door de CO2-uitstoot te verminderen. In de ogen van de nieuwe normalen allemaal hobbies van linkse gekkies. 
Het gekke is dat al die nieuwe normalen elkaar wel opzoeken en allianties smeden. 
Het nep-blonde opperhoofd van de ene nationale nieuw-normalenclub feliciteert het opperhoofd van een andere, veel grotere club nationale nieuw-normalen, die ook min of meer blond is, maar volgens mij een toupetje draagt, met zijn herwonnen presidentschap. Hetzelfde nep-blonde opperhoofd bezoekt ook bijeenkomsten van nieuw-normale baasjes. Want eigenlijk willen al die dictatortjes-in-de-dop (een paar zijn het gewoon al) hetzelfde. Terug naar hoe het was, klaar met allerlei vormen van emancipatie, stoppen met die klimaat-onzin, en nog een paar nieuw-normale dogma's.

Daarom moet de EU kapot en weg. 
Een merkwaardig gegeven, gezien het feit dat al die nieuw-normale baasjes min of meer hetzelfde willen. Wat is er dan logischer dan een unie vormen? Toch wil men vooral normaal zijn binnen de eigen landsgrenzen.
"Samen voor ons Eige", om met Jacobse en Van Es te spreken. Waarom mag Joost weten. Misschien om na het slopen van de EU weer lekker onderling oorlog te kunnen voeren? Al is het maar een handelsoorlog? Of zonder politiek correct gezeur de dikste vrienden met Vladimir Poetin te kunnen zijn?
Eigenlijk vrij raadselachtig allemaal. Welk voordeel zou er te behalen zijn met strict je eigen naadje naaien, met je rug naar de rest van de wereld te gaan staan, maar toch vriendjes te zijn met Poetin? 

Een breed gedragen definitie van 'normaal' doet ook vermoeden dat achter dat normaal iets van rationaliteit schuil gaat. Bij het 'nieuwe normaal' heb ik daar ernstige twijfels over. 
Het is eerder een soort misplaatst gevoel voor romantiek. Heimwee naar een wereld die voorbij is. Eentje met tevreden burgers, die hun plaats kennen, en wonen in hun gezellige dorpjes, waar de huisjes brievenbussen hebben waar een touwtje uit hangt, en waar Henk en Ingrid de zolder van opa opruimen, iets tegenkomen dat ze niet begrijpen, en vervolgens vragen "is dit kunst, of kan het weg?" 
Een sprookjeswereld waar alles weer goed is en alle kwalijke invloeden veilig zijn opgeborgen in takkietakkie-land of een ander ver buitengewest
Misschien loopt Roodkapje ook nog wel ergens in die wereld rond. 
Maar wat nu als dan ineens (niemand zag dat aankomen) de grote boze wolf zich manifesteert? En dan bedoel ik ècht groot. Hij vind al die eigenheimerige nationale identiteitjes maar onzin en hij lust, bij wijze van spreken, wel een heel leger van Roodkapjes en Henk en Ingrid erbij. 
Wat dan?