Posts tonen met het label politiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label politiek. Alle posts tonen

vrijdag 28 november 2025

De digitale deceptie

bron: Chapatte.com















Lang geleden, in 1980, verscheen het boek The third wave. 
Het was geschreven door wat destijds een futuroloog werd genoemd; iemand die een visie had met betrekking tot hoe de maatschappij en de techniek zich in de niet al te ver verwijderde toekomst zouden gaan ontwikkelen. En als zodanig meende de toekomst te kunnen voorspellen.
Je hoort het woord tegenwoordig zelden meer gebruiken. Het lijkt alsof de futuroloog een beetje heeft afgedaan, of minder serieus wordt genomen. Misschien niet zonder reden, zoals later in dit stukje zal blijken.

De futuroloog die The third wave schreef was Alvin Toffler. 
De hoogleraar waarvoor ik toen werkte op de TU-Delft, was nogal van het boek onder de indruk, en aan de lunchtafel was het meermalen onderwerp van gesprek.
De 'derde golf' van Toffler was niks meer of minder dan de digitale revolutie, die in 1980 min of meer op het punt van beginnen stond. In de visie van Toffler was die digitale revolutie van een zelfde orde als de overgang van jagen en verzamelen naar landbouw en veeteelt die de mensheid zo'n zevenduizend jaar eerder had doorgemaakt (de eerste golf), en als de industriële revolutie van de 19e eeuw, die, naast een enorme technologische omwenteling, een trek van het platteland naar de steden had bewerkstelligd. Toffler zag die industriële revolutie als de tweede golf.

We kunnen, denk ik, wel constateren dat Toffler, met het bestempelen van de digitale revolutie als de derde golf in de ontwikkeling van de menselijke samenleving, er niet ver naast zat. 
De opkomst van de personal computer, het internet en de smartphone hebben de maatschappij blijvend veranderd, en de invloed van één en ander op het persoonlijke leven van mensen, en de maatschappij als geheel, is nog steeds groeiende.
Dat zijn dingen die Toffler al in 1980 voorspelde. De eerste IBM PC verscheen in augustus 1981 en internet voor algemeen gebruik kwam in de eerste helft van de jaren '90 van de grond.

Toffler's visie op deze ontwikkelingen was optimistisch van aard.
Hij stelde dat het industriële tijdperk, zoals dat zich in de 20e eeuw in zijn ultieme vorm had gemanifesteerd, werd gekenmerkt door massa-productie, standaardisatie, organisatie van bedrijven en instellingen die van boven naar beneden werkte (top down), en wat Toffler een factory-type education system noemde. Massaliteit en grootschaligheid waren bepalende factoren.
De Derde Golf, zoals Toffler die zich voorstelde, zou daarmee in scherp contrast staan. In het algemeen zou er in de toekomst sprake zijn van post-industriële samenleving. Productiemethodes zouden kleinschaliger worden en massa-productie en one size fits all zou worden vervangen door maatwerk en productie on demand.
Het top down principe bij het maken van beleid door regeringen en organisaties zou plaats maken voor een gedecentraliseerde, meer open en meer democratische vorm van beleid maken en leiding geven. Dat zou mede worden bevorderd door het gegeven dat de digitalisering en iets als internet ieder individu onbeperkt toegang zou geven tot alle vormen van informatie. 
Er zou een open samenleving ontstaan, waarbij iedere wereldburger in contact zou staan met iedere andere wereldburger, en onbeperkt informatie zou kunnen uitwisselen. In dat verband werd ook het begrip Global Village gemunt. 
Wat Toffler ook voorspelde: het afnemen van de betekenis van natie-staten. Daar zou zowel van beneden als van boven aan geknabbeld worden. Van beneden door het uiteenvallen van nationale samenlevingen in kleinere eenheden als deel-republieken, en van boven af door toenemende invloed van NGO's en multinationals. Met betrekking tot de wenselijkheid en de uiteindelijke uitkomst van de laatstgenoemde ontwikkelingen zijn door Toffler nooit uitspraken gedaan. Ik kom daar nog op terug.

We kunnen, denk ik, vijf-en-veertig jaar na het verschijnen van 'TheThid Wave' constateren dat Toffler's voorspellingen deels zijn uitgekomen. 
Internet heeft gezorgd voor een enorme hoeveelheid beschikbare informatie. De mogelijkheden  voor allerlei vormen van communicatie zijn groter dan ooit tevoren. Eén en ander heeft het levenstempo van veel mensen overigens ook sterkt opgevoerd. In een mate waarbij hypes en hysterie nogal al eens de sfeer bepalen. Of één en ander in alle opzichten een positieve ontwikkeling is valt te betwisten.
 
Helaas moet ook worden vastgesteld dat veel van Toffler's toekomstvisioen niet is uitgekomen. Van een open samenleving is misschien nog minder sprake dan tijdens de jaren '70 het geval was. Het onderwijs is grotendeels nog steeds een vrij massale en weinig individuele aangelegenheid.
Democratischer is de wereld ook niet geworden sinds die tijd. Integendeel: Er is een beweging richting niet-democratische vormen van bestuur op gang gekomen die zo'n beetje wereldwijd is. Het idee van een Global Village staat wel ver af van de politieke polarisatie die ook bijna overal de kop op heeft gestoken. 
Veel mensen hebben zich, op internet, opgesloten in hun eigen, al dan niet politieke bubbles. Dat laatste is trouwens ook een gevolg van de toepassing van bepaalde algoritmes die de digitalisering mee zich mee heeft gebracht. Internet registreert voorkeuren van individuen en geeft die individuen vervolgens nog slechts informatie en inzichten die stroken met die voorkeur. 
Internet werkt daardoor niet verbindend, zoals Toffler hoopte, maar scheidend, polariserend en vervreemdend.

Wat wel min of meer stookt met Toffler's visie is het gegeven dat de macht niet langer volledig in handen is van natiestaten. Multinationals, en dan vooral bedrijven als Google, Meta en anderen die aan de knoppen zitten van internet, hebben wereldwijd een enorme invloed verworven en zijn in staat politieke ontwikkelingen te beïnvloeden op een schaal die zorgwekkend is, omdat deze bedrijven aan geen enkele vorm van democratische controle zijn onderworpen.
Een vraag zou kunnen zijn in hoeverre de hierboven gesignaleerde trend naar niet-democratische vormen van bestuur in de hand is gewerkt door de bronnen waaruit mensen hun informatie halen en de bubbles waar ze door de algoritmes van Google, Meta en consorten in terecht zijn gekomen. 
Inmiddels is ook wel duidelijk dat de digitale infrastructuur en diezelfde bubbles door natiestaten, waarvan de macht nauwelijks is verminderd sinds 1980, worden misbruikt om de publieke opinie in andere natiestaten te beïnvloeden als er verkiezingen in aantocht zijn. Rusland schijnt erg zijn best te doen op dat front.
Dat roept op zijn beurt de vraag op of de grote IT-bedrijven een gericht beleid voeren op dit front. Met andere woorden: doet men moeite om nepnieuws en onderhuidse, maar grootschalige politieke propaganda tegen te gaan. Een tijdje heeft er op geleken dat dit het geval was: Google en Meta hadden fact checkers in dienst, die hun best deden om waarheid van fictie te scheiden. Inmiddels zijn we echter zover dat deze bedrijven, die in essentie toch gewoon Amerikaans zijn, op last van de zich snel ontwikkelende autocratie in de VS, met dat factchecken zijn gestopt.
Kennelijk is de macht van de Amerikaanse regering en daarmee van een natiestaat als de VS toch altijd nog groter dan die van Google en Meta.

Nog iets verder doordenkend lijkt er in die zin toch iets bijzonders aan de hand. 
Die anti-democratische tendens in de wereld kenmerkt zich door een soort conservatisme dat zich bedient van een instrument dat in essentie niet conservatief is. 
Het anti-democratische conservatisme wil allerlei dingen, die in de afgelopen tientallen jaren vrij algemeen zijn geaccepteerd als een gegeven, ontkennen, en de acceptatie daarvan terugdraaien. Een voorbeeld is afwijkende seksuele geaardheid in al zijn veelkleurigheid. Volgens de conservatieve tendens zijn er slechts mannen en vrouwen en alleen seks tussen mannen en vrouwen is normaal. 
Ook bestaat er in het conservatieve universum een universeel wantrouwen en weerzin tegen de wetenschap en wetenschappelijke feiten. Het klimaatprobleem bestaat niet in deze bubble. Corona was ook een Hoax en soms is er een duidelijke hang naar alternatieve geneeswijzen, die in de praktijk vaak op kwakzalverij lijken.
Wat in deze sfeer universeel is, is het terugvallen op een naar binnen gericht nationalisme. Make America Great Again is er een uiting van, en in ons eigen Nederland pleit Geert Wilders vooral voor het eigenbelang van de Nederlander. Als men daardoor in Afrika het wat minder heeft, is dat jammer, maar helaas. Naar de toekomst wordt nauwelijks gekeken. "Na ons de zondvloed" hoor ik nergens hardop roepen, maar lijkt wel een andere peiler te zijn waarop dit conservatisme steunt.
Het liefst zou men met de rug naar de rest van de wereld gaan staan en in veel opzichten wil men terug naar een maatschappij zoals die vijftig jaar geleden nog bestond. In de VS lijkt dat ondertussen zover te gaan dat men zelfs de rassenscheiding en de ongelijke behandeling van niet-blanken weer terug wil brengen. Wat anders zou er kunnen zitten achter het verwijderen van de panelen bij de ere-begraafplaats van Margraten die wezen op het werk van zwarte Amerikanen?
Dit conservatieve wereldbeeld is min of meer het tegendeel van wat Alvin Toffler van de derde golf verwachtte. Het tweeslachtige bij dit alles is dat het conservatisme juist de digitale infrastructuur heeft ingezet om de conservatieve, anti-democratische boodschap erin te hameren.

Maar wat Toffler toch goed heeft gezien; uiteindelijk is de digitale infrastructuur in zijn wezen toch beter geschikt voor het verruimen van de blik, het kennis nemen van andere inzichten en in het algemeen verder kijken dan je eigen neus lang is. Het ronddraaien in de eigen bubble is alleen mogelijk door de aanwezigheid van bepaalde algoritmes. 
Bevrijd van die algoritmes. en na het opheffen van de digitale vissenkommen waarin veel internetgebruikers zich inmiddels hebben laten opsluiten, zou die digitale infrastructuur alsnog kunnen worden wat Toffler voor ogen had.

De geschiedenis heeft altijd goflbewegingen gekend. Ook de nu op z'n hoogtepunt zijnde conservatieve golf zal wegebben. Op het moment dat er ruimte voor is, zal de macht van de algoritmes moeten worden gebroken en kunnen de Meta's en de Googles weer op hun plaats worden gezet: een dienende rol, met een daarop aangepast 'verdienmodel'.

Ik hoop het nog mee te maken.

zondag 21 september 2025

Het politieke landschap wordt een slagveld



















U zag het al aan de titel; dit wordt weer een politiek stukje. 
Kan ook bijna niet anders, met verkiezingen die nog maar iets meer dan een maand in de toekomst liggen en het algemeen gevoelde grote belang van die verkiezingen. 
De directe aanleiding was een opmerking van de hoofdredacteur van Vrij Nederland, die ik gisteren in de Volkskrant las.
Sander Heijne, want zo heet die hoofdredacteur, stelde het volgende: "We leven ook in een tijd waarin links-rechts niet meer de belangrijkste tegenstelling is in het politieke debat. We kunnen de partijen nu ook verdelen langs de as van democratisch en anti-democratisch".
Het laatste lijkt mij zonder meer een feit. Op de mening dat die onderverdeling daarmee ook belangrijker is dan het onderscheid links-rechts valt nog wel wat af te dingen, denk ik. Kenmerkend is namelijk wèl dat Heijne vervolgens PVV en Forum voor Democratie ondemocratisch noemt en BBB, JA21 en de VVD bestempelt als partijen, die als het hen zo uitkomt, ook wel 's ondemocratische praatjes verkopen. Daarmee heeft ie wel zo'n beetje alle serieus rechtse partijen genoemd.
 
Nu zijn er ter linkerzijde ook wel wat clubs waarvan je het democratische gehalte kunt betwijfelen. De SP, bijvoorbeeld, lijkt zijn Maoïstische verleden nog steeds niet helemaal te zijn ontgroeid. Maar verder kan ik aan de linkerkant van het politieke spectrum geen partij of andere organisatie noemen die wel eens twijfels oproept over haar houding tegenover de democratie.

Wat zou dus de conclusie kunnen zijn? 
Naar mijn idee dat de meest serieuze bedreiging voor de democratie inmiddels toch van rechts komt. Sander Heijne kan wel net doen alsof hij een nieuwe scheidslijn heeft ontdekt, die afwijkt van de traditionele links-rechts tegenstelling, maar in werkelijkheid is er, zeker sinds het communisme in de Nederlandse en zelfs in de internationale politiek geen factor van betekenis meer is, niks nieuws onder zon. Anti-democratisch is zo'n beetje synoniem met extreem rechts. 

Toen ik begon te schrijven aan dit stukje was op het Malieveld in Den Haag nèt de demonstratie begonnen die Els Rechts had georganiseerd tegen massa-immigratie in het bijzonder en alles wat links, woke en afwijkend is in het algemeen. Dit overigens zonder dat ik daarvan op de hoogte was. Pas gisterenavond, toen ik de bovenstaande regels al had geschreven, kwam het nieuws over Els, haar demonstratie en hoe die was geëindigd, tot mij.
Ik had eerlijk gezegd nog nooit van Els Rechts gehoord, maar wie haar website bezoekt, komt erachter dat Els een soort christelijke uitvoering is van andere extreem rechtse dames als Eva Vlaardingerbroek en Raïsa Blommensteijn. 
Ze was erin geslaagd om onder haar volgers enkele tienduizenden Euro's bij elkaar te scharrelen, waarmee ze de demonstratie had georganiseerd. Want de mensen die een podium met geluidsinstallatie voor je bouwen doen dat natuurlijk niet gratis.
 
Zo stond Els, die op dat moment eigenlijk niet veel meer vertegenwoordigde dan zichzelf, heel vredelievend op het Malieveld haar mening uit te dragen. Ik heb er wat video's van gezien en behalve veel Nederlandse vlaggen, een enkele oranje-blanje-bleu vlag (eertijds de vlag van de NSB) en een paar van BV-NL, de partij van meester-opportunist  Wybren van Haga, die er ook het woord voerde, waren er niet er niet veel uitingen van andere extreem rechtse partijen te zien. Geen vlaggen of andere reclame voor de PVV of FvD, bijvoorbeeld. Hoewel Geert Wilders de grote held van Els is en zij ook op de PVV zegt te stemmen.
Wel waren er wat christelijke uitingen, zoals mensen die met een geheven kruis rondliepen.

Vervolgens werd het hele gebeuren overgenomen door een legertje extreem rechtse relschoppers van clubjes als White Power Scheveningen en Netherlands Freedom Fighters, die de omgeving in een slagveld veranderen, twee politieauto's in brand staken en, na het ingooien van de ruiten, een poging deden het partijkantoor van D'66 in brand te steken.
Els was in tranen; dit was natuurlijk helemaal nooit de bedoeling geweest! 

Ik ben ervan overtuigd dat het geen krokodillentranen waren. 
Els is nog maar 26 jaar oud en heeft nog niet helemaal door wie er allemaal op een manifestatie als de hare afkomen. Els denkt dat zij christelijke waarden en extreem-rechts gedachtengoed, zoals geloof in de islamisering van Nederland, kan combineren. 
Bij alle christelijke waarden die Els zegt te verdedigen, kun je jezelf afvragen of zij daar niet een beetje selectief mee omgaat. 
Ik heb zelf ongeveer 12 jaar op christelijke scholen gezeten en hoewel ik inmiddels niet meer geloof in een hemel of een hel, onderschrijf ik in grote lijnen nog steeds de waarden die naar voren komen uit het Nieuwe Testament. 
Jezus brak een lans voor het helpen van de zwakken en behoeftigen en maakte ondubbelzinnig duidelijk dat men zijn welvaart moest delen met hen die minder welvarend waren. 
Naar mijn smaak strookt dat niet helemaal met de leus: 'Nederland voor de Nederlanders', die Els op haar website voert.

Wat Els zich kennelijk nooit heeft gerealiseerd, is dat er ook héél veel Nederlanders zijn die niet eens weten wat een christelijke moraal zoal zou moeten of kunnen inhouden, òf, als ze dat wèl weten dat aan hun laars lappen, maar de wèl haar rechtse denkbeelden delen En dat in nog veel extremere mate dan zij zelf. Een deel daarvan schroomt ook niet om hun mening met geweld over het voetlicht te brengen.

Nu is een verbond tussen extreem-rechts en bepaalde christenen niks nieuws.
In de Verenigde Staten bestaat het al jaren. Trump is daar mede aan de macht gekomen omdat veel orthodoxe christenen op hem hebben gestemd, nadat Trump dat kiezerspotentieel bewust had aangeboord door zich tegen abortus en anti-lhbti uit te spreken. En hoewel Trump, gezien zijn daden, helemaal niet gelooft in de hel, maakt hij wel degelijk zijn beloftes in dit opzicht waar. Dat dit zomaar blijkt te kunnen had niemand een paar jaar geleden voor mogelijk gehouden, maar het gebeurt gewoon en heel Amerika staat erbij en kijkt ernaar.
Ook hier in Nederland zien we de SGP al opschuiven richting extreem rechts.

Ik ben benieuwd wat het bovengenoemde gedoe op het Malieveld zal betekenen voor de komende verkiezingen.
Mogelijk zullen allerlei talking heads ter rechterzijde ook wat tranen plengen naar aanleiding van het gebeurde. Maar in tegenstelling tot de tranen van Els zullen dat wel in meer of mindere mate krokodillentranen zijn, ben ik bang. Mensen als Geert Wilders en Thierry Baudet hebben de geesten van de Nederlandse rechts-extremisten rijp gemaakt voor wat er gisteren gebeurde. En hoewel de volgende uitspraak op internet direct een Godwin zou worden genoemd, roept één en ander toch wel wat herinneringen op aan de bruinhemden die Hitler's machtsovername voorbereidden.

Het is nu wel duidelijk uit welke hoek de wind, ook in Nederland, inmiddels waait, denk ik.


maandag 23 december 2024

Mijn Nieuwjaarswens voor Nederland en de wereld

 

bron: someecards.com









Lezers die de titel van dit stukje vinden getuigen van misplaatste hoogmoed kan ik geruststellen; u mag die titel rustig beschouwen als een met ironie doordrenkte bon mot.

De inspiratie voor dit epistel borrelde op na het zien, gisteren, van het televisieprogramma BuitenhofDat zat deze keer, vond ik, vol met boeiende onderwerpen. 
Zo was er onder meer iemand die een Gedichtenapotheek had gepubliceerd. Als u wilt weten wat dat precies inhoudt, moet u maar maar even 'terugkijken' op uw interactieve televisie. Waarvan ik dan maar even aanneem dat u die heeft.

De echte inspiratie echter, kwam van Beatrice de Graaf, die onlangs de jaarlijkse Huizinga-lezing van de Universiteit Leiden voor haar rekening nam. 
In Buitenhof gaf ze, tijdens een interview door Pieter Jan Hagens, een soort samenvatting van die lezing. Het uitgangspunt was dat de visie van Johan Huizinga, eertijds hoogleraar in Leiden, met betrekking tot dingen als crisis, politieke mores en succesvol leiderschap nog steeds niet verouderd is.
De Graaf stak een gloedvol betoog af van een helderheid die tegenwoordig bij veel mensen die over ingewikkelde dingen praten nog wel eens ver te zoeken is. Ze produceerde niet alleen maar veel woorden, maar vooral woorden die iets betekenden en de visie van Huizinga glashelder over het voetlicht brachten.

Zo maakte ze onder andere duidelijk wat, volgens Huizinga, een politiek leider tot een succesvolle leider maakte. Daarbij ging het volgens hem in eerste instantie om deugden in de definitie van Aristoteles. Zo'n leider moest niet alleen slim zijn, maar vooral zó slim dat hij daarbij het hogere doel nooit uit het oog verloor, en dat op een zodanige manier dat er recht werd gedaan het belang van land en volk in de breedst mogelijke zin. Die deugden worden ook benoemd: beheersing, rechtvaardigheid, wijsheid en moed. De latere kerkvader Augustinus heeft daar nog geloof, hoop en liefde aan toegevoegd. Volgens Beatrice waren die zeven begrippen sinds de vroege middeleeuwen "het scharnierpunt" voor mensen die geacht werden te handelen in het publieke belang.

Pieter Jan Hagens trok vervolgens de vergelijking tussen de conflicten in het huidige kabinet, het gedrag van sommige kamerleden en deze deugden. Die waren, volgens hem, vaak niet bepaald in overeenstemming daarmee. Te vaak ging het om populistisch geschreeuw en electorale winst. 
Dat vond Beatrice ook; Huizinga zou één en ander hebben bestempeld als puerilisme. De term is door hem bedacht en werd voor het eerst gebruikt in zijn boek In de schaduwen van morgen. Kort gezegd laat het zich vertalen als 'kinderachtig gedrag'.

Huizinga schrijft in het genoemde boek onder meer: de gemakkelijk bevredigde maar nooit verzadigde behoefte aan banale verstrooiing, de zucht tot grove sensatie, de lust aan massavertoon. (...........) Een aantal eigenschappen, die psychologisch dieper geworteld liggen dan de genoemde, en die men eveneens het best onder den term puerilisme kan begrijpen, zijn het ontbreken van gevoel voor humor, het warmloopen op een woord, de verregaande engdenkendheid en onverdraagzaamheid tegenover nietgroepsgenooten, de matelooze overdrijving in lof en blaam, de toegankelijkheid voor elke illusie die de eigenliefde of het beroepsbesef vleit. 

De taal is misschien, evenals de genoemde deugden, een beetje archaïsch, maar het kan niet worden ontkend dat het hierboven beschreven gedrag ook vandaag weer volop aanwezig is in het publieke domein en zelfs in de tweede kamer en de regering opgang maakt.

Beatrice was van mening dat de deugden van Aristoteles, Augustinus en Huizinga bij veel van de huidige (wereld)leiders nogal op de achtergrond zijn geraakt. Dat valt ook niet te ontkennen, lijkt me. Mensen als Trump en Wilders zouden niet door de ballotage van het bovengenoemde drietal komen.

Het kwam er volgens de Graaf voor de leiders van nu op aan om hoop op vooruitgang te bieden. Dat houdt in dat leiders ook bereid moeten zijn om eerder gemaakte fouten te erkennen, en dat die erkenning eventueel tot een bijstelling van het beleid zal moeten leiden. Het 'benoemen' van problemen moet gepaard gaan met het bieden van perspectief. 
Van de bevolking mag worden gevraagd dat ze niet alleen maar vragen wat de leiding voor hen kan doen, maar ook of zij wat kunnen doen voor het land of de maatschappij.
De Graaf noemde ook het voorbeeld van Franklin D. Roosevelt, die in zijn jaren als president van de Verenigde Staten in staat bleek om het Amerikaanse volk een hart onder de riem te steken tijdens zijn zogenaamde fireside chats, waarin hij vrijelijk sprak over de problemen waar de VS voor stonden, maar zijn volk tevens voorhield hoe zij óók moed en wijsheid konden tonen. Zelf schiet me hier en nu Churchill te binnen, die er bij het begin van de Tweede Wereldoorlog er niet omheen draaide en meldde dat hij voorlopig niks anders te bieden had dan blood, sweat and tears, maar dat de wereld uiteindelijk zou moeten inzien dat this was their finest hour. 
Hij toonde de moed om de waarheid te vertellen, maar bood tegelijkertijd het perspectief dat er ook moet zijn om de burger het idee te geven dat zijn inzet nodig is.

Wat Beatrice de Graaf tenslotte nog zei over de grote conflicten van deze tijd vond ik ook behartigenswaardig. 
Ten aanzien van het Israëlische handelen in Gaza merkte ze op dat de Nederlandse regering de moed zou moeten opbrengen om, ondanks de steun die er van oudsher uit Nederland altijd was voor Israël, in dit geval toch zo langzamerhand eens wat kanttekeningen te plaatsen bij het handelen van Israël en daarbij niet te schromen om te spreken van oorlogsmisdaden. 
Dat neemt echter volgens haar niet weg dat de staat Israël een bestaande entiteit is, die eveneens perspectief nodig heeft. Het land zit feitelijk ook klem in de bestaande werkelijkheid. 
De Graaf pleitte ervoor dat, zeker nu er door de val van Assad in Syrië een nieuwe situatie is ontstaan, Europa, de Verenigde Staten en misschien ook Rusland de deugden beheersing, rechtvaardigheid, wijsheid, moed, geloof, hoop en liefde inzetten om in het Midden-Oosten iets te bewerkstelligen dat tot een verbetering van de algemene situatie zou kunnen leiden.

Maar ook wij, burgers onderling (en daar komt mijn nieuwjaarswens voor het komende jaar, en wat mij betreft voor vele jaren hierna) kunnen in het publieke debat en dat in de kennissenkring anders met elkaar omgaan dan we in dit tijdsgewricht nog wel eens doen, bewust of onbewust.
Zonder al te dogmatisch te hameren op bovenstaande zeven deugden, zou dat kunnen inhouden: minder prinzipienreiterei, de zaak eens van meerdere kanten bekijken, en vooral niet streven naar endgultige Endlösungen. Verbeteren en oplossen gaat vaak in kleine stapjes. 
Dat laatste hoeft geen bezwaar te zijn, als ermee wordt voorkomen dat een eenmaal ingeslagen weg toch niet begaanbaar blijkt, waardoor we vervolgens terug naar 'af' moeten.
Iets om over na te denken als u, al dan niet binnenkort, weer naar de stembus gaat.

Ik wens u allen plezierige dagen van ontspanning en bezinning, benevens een goede start van 2025

Keep calm and carry on.


donderdag 12 december 2024

Normaal?

















In de jaren zeventig en tachtig hingen her en der zilverkleurige posters met de tekst "ooit een normaal mens ontmoet? en..., beviel het?"

Ik werkte toen net op de faculteit Bouwkunde in Delft en had daar juist in korte tijd een flink aantal mensen ontmoet die mij niet helemaal normaal leken. Dat had alles te maken met het gegeven dat ik, als Zwijndrechtse provinciaal, ineens in een universum terecht was gekomen waarvan ik, tot dat moment, het bestaan niet had vermoed.
In het vaag gereformeerde milieu waar ik uit voortkwam, was iedereen wèl normaal. Zeker als we dat begrip uitleggen als: 'voldoen aan de norm'. Aan vaders kant was in de hele familie geen buitenbeentje te bekennen. Of het moest ome Wim zijn, die op zeker moment Nederland had verlaten en in Wallonië in de staalindustrie was gaan werken. Moeders kant kende wat meer vrijgevochten types. Wat wilder dan ik zelf was, zal ik maar zeggen. Enkele van de neven Van Well lazen de Aloha, bijvoorbeeld. Ook vond ik op hun kamer wel eens een Chick. Waarmee ik geen lekkere meid, maar een ander blaadje bedoel, waar overigens wèl lekkere meiden in stonden. Of wat daarvoor door moest gaan. 
Later is het met die neven Van Well helemaal goedgekomen, trouwens. Ze zijn netjes getrouwd en hebben een gezin gesticht. Met vervolgens weliswaar een echtscheiding hier en daar, maar tóch tamelijk normaal, dus.

Ook op Bouwkunde hing zo'n zilverkleurige poster en terugkijkend rijst het vermoeden dat dit niet helemaal toevallig was. Het instituut was, binnen het scala aan faculteiten dat samen de Technische Hogeschool vormde, een soort enclave waar alles, dat op die andere faculteiten nog abnormaal werd gevonden, een geaccepteerd verschijnsel was.
Ik kwam op Bouwkunde voor het eerst homoseksuelen tegen. Dat wil zeggen: mannen die er niet omheen draaiden dat ze dat waren. Er liepen merkwaardige individuen rond, die in een geheel eigen universum leken te leven. Alexander Mustert, bijvoorbeeld, directeur van zijn eigen Sprookjesmuseum. Nooit afgestudeerd, is hij desondanks een beroemde Delftenaar geworden. Googelt u maar eens. Of Joop Hardy, die colleges kunstgeschiedenis gaf, en bij een afbeelding van een schilderij uit de renaissance, waarop een bepaalde seksuele symboliek werd uitgebeeld, opmerkte: "jaa.. ze zegt het niet hardop, maar dat vrouwtje lust er wel pap van, hoor.."
Bouwkunde heeft op alle mogelijke fronten mijn blik verruimd. Ook waar het gaat over de relativiteit van het begrip 'normaal'.

Zelf ben ik ook niet normaal, geloof ik. Mijn vrouw is van mening dat ik licht-autistisch ben. Zelf hou ik het erop dat ik een hekel heb aan geklets over niks, dat ik nogal selectief ben in wat ik wèl en niet interessant vind, en ik haat de neiging van de zogenaamde vooruitgang tot het steeds ingewikkelder maken van allerlei zaken die ooit heel eenvoudig waren. En bleef het nou maar bij ingewikkeld maken; de werkelijkheid is helaas nog veel schadelijker
 
Internet; dat was in de jaren negentig van de vorige eeuw het schoolvoorbeeld van vooruitgang. 
Inmiddels is het een veelkoppig monster geworden dat constant om wachtwoorden vraagt en een niet aflatende stroom bagger produceert.
Ik moet in dat verband regelmatig denken aan een lied dat in 1973 door Frank Zappa op single werd uitgebracht: I'm the slimeDe tekst van lied kan ik bijna geheel uit m'n hoofd reciteren (geen idee waarom; het is zo). Ze handelt over wat de televisie in de Verenigde Staten op dat moment te bieden had en de manipulatieve bedreigingen die daar vanuit gingen.
Terzijde: dat meidenkoortje in I'm the slime; dat zijn Tina Turner en de Ikettes.
Projecteer de tekst van het lied op het huidige internet, en je kunt constateren dat de angst van Zappa voor de Amerikaanse televisie-dictatuur klein bier was vergeleken bij wat er heden-ten-dage uit de krochten van internet opborrelt. Internet is, vergeleken met de Amerikaanse radio en televisie uit de jaren '70, eveneens een schoolvoorbeeld. Ditmaal van het gegeven dat het altijd nóg veel erger kan.

Onder noemer 'normaal' vielen in het verleden ook vormen van fatsoen, zoals niet discrimineren, gelijkheid voor de wet, niet liegen, het eerbiedigen van de grondwet en daarmee het ondersteunen van de democratie, die we in de afgelopen 80 jaar als iets vanzelfsprekends zijn gaan beschouwen.
Maar zelfs in Nederland is ondertussen sprake van een nieuw normaal, waarvan de laatste uiting een motie in de tweede kamer is, die voorstelt een soort gedachtenpolitie á la Orwell's 1984 in te voeren. Een motie die doodleuk een meerderheid kreeg.
En zoals ik al zei: het kan altijd nog erger. Want dat nieuwe normaal schiet niet alleen in Nederland wortel; dat gebeurt ook in de Verenigde Staten, Italië, Hongarije, Frankrijk en België. In andere landen, zoals Duitsland en Roemenië is het, al dan niet gestuurd vanuit een land dat eigenlijk nooit normaal is geweest, aan een opmars bezig. 

Veel van de genoemde landen maken deel uit van de Europese Unie, die, zoals ik hier al lang geleden heb betoogd, en ondanks alle gebreken die dit fenomeen nog kent, één van de beste ideeën blijft die in de 20e eeuw zijn bedacht. 
Maar het blijkt dat de exponenten van het nieuwe normaal ongelofelijk de schurft hebben aan de EU. Die EU moet ten gronde worden gericht, want gaat ten koste van de eigen identiteit, de eigen cultuur en de ook eigen achterlijkheid. De EU vindt bijvoorbeeld dat er met allerlei dingen, zoals de natuur, maar ook asielzoekers, min of meer fatsoenlijk moet worden omgegaan. En dat klimaatverandering moet worden bestreden door de CO2-uitstoot te verminderen. In de ogen van de nieuwe normalen allemaal hobbies van linkse gekkies
Het gekke is dat al die nieuwe normalen elkaar wel opzoeken en allianties smeden. 
Het nep-blonde opperhoofd van de ene nationale nieuw-normalenclub feliciteert het opperhoofd van een andere, veel grotere club nationale nieuw-normalen, die ook min of meer blond is, maar volgens mij een toupetje draagt, met zijn herwonnen presidentschap. Hetzelfde nep-blonde opperhoofd bezoekt ook bijeenkomsten van nieuw-normale baasjes. Want eigenlijk willen al die dictatortjes-in-de-dop (een paar zijn het gewoon al) hetzelfde. Terug naar hoe het was, klaar met allerlei vormen van emancipatie, stoppen met die klimaat-onzin, en nog een paar nieuw-normale dogma's.

Daarom moet de EU kapot en weg. 
Een merkwaardig gegeven, gezien het feit dat al die nieuw-normale baasjes min of meer hetzelfde willen. Wat is er dan logischer dan een unie vormen? Toch wil men vooral normaal zijn binnen de eigen landsgrenzen.
"Samen voor ons Eige", om met Jacobse en Van Es te spreken. Waarom mag Joost weten. Misschien om na het slopen van de EU weer lekker onderling oorlog te kunnen voeren? Al is het maar een handelsoorlog? Of zonder politiek correct gezeur de dikste vrienden met Vladimir Poetin te kunnen zijn?
Eigenlijk vrij raadselachtig allemaal. Welk voordeel zou er te behalen zijn met strict je eigen naadje naaien, met je rug naar de rest van de wereld te gaan staan, maar toch vriendjes te zijn met Poetin? 

Een breed gedragen definitie van 'normaal' doet ook vermoeden dat achter dat normaal iets van rationaliteit schuil gaat. Bij het 'nieuwe normaal' heb ik daar ernstige twijfels over. 
Het is eerder een soort misplaatst gevoel voor romantiek. Heimwee naar een wereld die voorbij is. Eentje met tevreden burgers, die hun plaats kennen, en wonen in hun gezellige dorpjes, waar de huisjes brievenbussen hebben waar een touwtje uit hangt, en waar Henk en Ingrid de zolder van opa opruimen, iets tegenkomen dat ze niet begrijpen, en vervolgens vragen "is dit kunst, of kan het weg?" 
Een sprookjeswereld waar alles weer goed is en alle kwalijke invloeden veilig zijn opgeborgen in takkietakkie-land of een ander ver buitengewest
Misschien loopt Roodkapje ook nog wel ergens in die wereld rond. 
Maar wat nu als dan ineens (niemand zag dat aankomen) de grote boze wolf zich manifesteert? En dan bedoel ik ècht groot. Hij vind al die eigenheimerige nationale identiteitjes maar onzin en hij lust, bij wijze van spreken, wel een heel leger van Roodkapjes en Henk en Ingrid erbij. 
Wat dan?






maandag 2 december 2024

T.E. Lawrence




Een paar dagen geleden had ik de gelegenheid om de film Lawrence of Arabia van David Lean te bekijken. 
Opgenomen van televisiekanaal ONS, dat naar eigen zeggen grossiert in "De mooiste nostalgische programma's". En inderdaad; het kanaal presenteert nogal eens films uit een tamelijk ver verleden.
Lawrence of Arabia werd uitgebracht in 1962 en wordt heden ten dage nog steeds beschouwd als een klassieke film. Een andere film van David Lean, Doctor. Zhivago (1965) is misschien nog beroemder, maar iedereen die in de jaren zestig zijn tienerjaren beleefde, heeft ooit van Lawrence of Arabia gehoord.
Zelf was ik nog maar negen jaar oud toen de film in roulatie kwam. Op die leeftijd kwam ik nog niet in bioscopen. Hij zal vast eerder op de televisie zijn geweest, maar ik kan me zo'n gelegenheid niet herinneren. Voor m'n gevoel zag ik de film voor de eerste keer. 
Desondanks was ik wel min of meer op de hoogte van wie T.E. Lawrence was, en welke rol in de geschiedenis hij had gespeeld.

Lawrence of Arabia is, bijna twee-en-zestig jaar na zijn premiére, wat mij betreft nog steeds een genoegen om naar te kijken. De film doet niet gedateerd aan.
Los van het avonturen- en oorlogsverhaal, wat de film ook is, en de spectaculaire, massale actie-scènes, kent hij ook een zekere gelaagdheid. Het personage Lawrence krijgt diepte. Zijn mentale toestand lijkt in de loop van de film heen-en-weer te slingeren tussen risicovolle dadendrang en depressieve hopeloosheid. Niet direct het gedrag van de archetypische Action Hero
Lawrence had al de nodige tijd in de Arabische wereld doorgebracht voor de Eerste Wereldoorlog begon, het tijdsgewricht waarin de film zich afspeelt. 
Als kind had hij al een grote belangstelling voor geschiedenis en dan met name de middeleeuwen. Via een studie van de kruistochten raakte hij ook steeds meer geboeid door het Midden-Oosten en de Arabische cultuur. Na een academische studie werkte hij, net voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog, als archeoloog in Syrië en Irak.
De eerste volledige biografie van Lawrence moet ik nog lezen, maar op het Engelstalige Wikipedia is al een uitgebreide beschrijving van de man en zijn leven te vinden. De complexiteit van zijn karakter komt in de film goed tot uiting. Het is één van de dingen die de film, zoveel jaar na dato, nog steeds de moeite waard maken. 

Zo is er bijvoorbeeld de dubbelzinnige verhouding met geweld, die de hoofdpersoon op diverse momenten in de film laat zien. Enerzijds verafschuwd Lawrence het doden van mensen, maar als een dreigende vete tussen twee Arabische stammen moet worden bezworen, schiet hij, na enige aarzeling, de aanstichter van die vete, die een moord op zijn geweten heeft, zonder meer dood en voldoet daarmee aan de Arabische mores. Later in de film komt die daad weer ter sprake en bekent Lawrence dat het doden van de moordenaar hem genoegen deed. 
Op een ander moment in de film stuit zijn Arabische guerilla-strijdmacht op een door de Turken uitgemoord Arabisch dorp. Zijn leger, dat zich op paarden en kamelen snel kan verplaatsen, zet de achtervolging in op de verantwoordelijke Turkse colonne. Als die is achterhaald, is er weer die aarzeling, maar als één van de Arabieren zijn ongeduld niet langer kan bedwingen, in zijn eentje te paard en met geheven kromzwaard op de Turken afstormt, en door hen wordt neergeschoten, gaat ook bij Lawrence de knop om en doet hij naar hartelust, zo lijkt het, mee aan het afslachten van de Turken.
Op zeker moment waagt Lawrence zich, met slechts één medestrijder, in de door Turken bezette stad Dehra. Hij wordt door de Turken opgepakt en door hen gemarteld en verkracht. Dat laatste wordt in de film niet expliciet getoond, maar de suggestie is er wel. Daarna gooien de Turken hem weer op straat, maar hij is onmiskenbaar geknakt door de vernedering
en zinkt, zij het tijdelijk, weg in een zwaar depressieve stemming.

Dat alles neemt niet weg dat Lawrence zich op het Arabische sub-continent als een vis in het water voelt. Hij begrijpt de Arabieren en hun cultuur en vindt in de woestijn een geestelijke rust die bijna boeddhistisch aandoet. Als hem in de film door een op sensatie beluste Amerikaanse journalist wordt gevraagd wat hem aantrekt in het leven in de woestijn, antwoordt hij: "omdat zij schoon is".

De gelaagdheid, waarover ik eerder sprak, gaat nog wat verder dan de wisselende stemmingen van de hoofdpersoon en zijn liefde voor Arabië en de Arabieren. 
Ook wie de film met hedendaagse ogen bekijkt, zal opmerken dat Lawrence in de film, in zijn uiterlijk en gedrag, androgyne eigenschappen vertoont. Hij heeft, zoals hij door Peter O'Toole wordt gespeeld, zekere vrouwelijke trekjes. 
Voor de hoofdrolspeler  was Lawrence of Arabia de rol waarmee hij internationale bekendheid verwierf. O'Tool had hemelsblauwe ogen en blond haar en vergeleken met foto's van de echte Lawrence kan een zekere overeenkomst in uiterlijk niet worden ontkend.
In andere rollen was O'Toole een archetypische 'mannelijke' man, zoals hij bijvoorbeeld liet zien in de film Beckett uit 1964, waarin hij en Richard Burton de hoofdrollen vervulden.
Dat vrouwelijke van Lawrence in de film was dus gespeelde vrouwelijkheid; iets dat regisseur en acteur bewust deel van de persoonlijkheid van Lawrence wilden maken.
Dat idee kwam niet uit de lucht vallen. 
Het Wikipedia-lemma over T.E. Lawrence spreekt er niet over, maar wie verder zoekt op internet, komt erachter dat diverse biografen in de loop der jaren het vermoeden hebben geuit dat Lawrence homoseksueel was. De film suggereert iets dergelijks door de manier waarop de hoofdpersoon over het voetlicht wordt gebracht.. 
Wat voor een film uit 1962 opmerkelijk mag worden genoemd. Homoseksualiteit was in het Engeland van dat jaar nog strafbaar.
Uit de diverse biografieën blijkt overigens ook dat Lawrence nooit een liefdesrelatie van betekenis heeft gehad met een man, noch met een vrouw. 
Het idee van zijn afwijkende sexualiteit gaat echter nog wat verder dan alleen het vermoeden dat Lawrence gay was
Er is niet alleen veel òver Lawrence geschreven; hij schreef zelf ook. Zijn bekendste boek is The Seven Pillars of Wisdom. Daaruit komt het volgende  citaat:

"The Arab was by nature continent; and the use of universal marriage had nearly abolished irregular courses in his tribes. The public women of the rare settlement we encountered in our months of wandering would have been nothing to our numbers, even had their raddled meat been palatable to a man of healthy parts. In horror of such sordid commerce our youths began indifferently to slake one another’s few needs in their own clean bodies — a cold convenience that, by comparison, seemed sexless and even pure. Later, some began to justify this sterile process, and swore that friends quivering together in the yielding sand with intimate hot limbs in supreme embrace, found there hidden in the darkness a sensual co-efficient of the mental passion which was welding our souls and spirits in one flaming effort. Several, thirsting to punish appetites they could not wholly prevent, took a savage pride in degrading the body, and offered themselves fiercely in any habit which promised physical pain or filth.

De tekst bevat niet alleen de suggestie van homoseksualiteit, maar bevat ook een hint naar sado-masochisme. En ook voor dat laatste hebben de biografen aanwijzingen gevonden.

Hoewel de film de bovenstaande suggesties doet, draait de kern van het verhaal om een heel andere geschiedenis.
T.E. Lawrence kreeg, op grond van zijn kennis van de Arabische cultuur, de opdracht een Arabische opstand tegen de Turken te organiseren en te leiden. Dat gebeurde onder de belofte aan de Arabieren dat zij, na het verdrijven van de Turken, die een groot deel van het Midden-Oosten hadden gekoloniseerd, een eigen Arabische staat zouden krijgen.
Toen uiteindelijk de eerste wereldoorlog op z'n eind liep en de Turken inderdaad waren verslagen, werd deze belofte door de nieuwe koloniale machten Engeland en Frankrijk geschonden. Frankrijk kreeg Libanon en Syrië; Engeland kreeg Palestina, en wat nu Jordanië en Irak is.
Officieel werden dit protectoraten, maar in essentie hadden de genoemde westerse landen de macht en bepaalden zij wat wèl en niet kon in deze gebieden. Jordanië en Irak kregen een koning, maar Palestina kwam rechtstreeks onder Brits bestuur..Uit dit gegeven kwam ook de zogenaamde Balfour Declaration uit 1917 voort, waarin de Britten aangaven dat Palesitna deels bestemd was om als 'thuisland' te gaan dienen voor de Joden. De verklaring gaf het Zionisme (het streven naar een Joodse staat), dat al sinds het eind van de 19e eeuw bestond, een grote impuls. Al voor de tweede wereldoorlog trokken Joden, vooral uit Oost-Europa en Rusland, waar pogroms een regelmatig optredend verschijnsel waren, naar Palestina.
De mensen die al voor 1917 in Palestina woonden en die voor het merendeel moslims en voor een kleiner deel christenen waren, konden de Balfour-verklaring niet waarderen. 
Direct na de Holocaust nam de trek van Joden naar Palestina dusdanige vormen aan, dat zelfs de Britten zich zorgen gingen maken. Het Midden Oosten bestond inmiddels uit onafhankelijk staten en de Britten waren zéér afhankelijk van Arabische olie. Het oorspronkelijke Britse idee over een thuisland voor de Joden werd in tweede instantie een blok aan hun been, omdat de volledige Arabische wereld tegen zo'n Joods thuisland was.
De Britten probeerden, in reactie daarop, de Joodse immigratie in Palestina een halt toe te roepen maar het hek bleek van de dam. Het Verenigd Koninkrijk vroeg de Verenigde naties een plan op te stellen voor de verdeling van Palestina tussen Arabieren en Joden. Op 14 mei 1948 werd de staat Israël uitgeroepen.

De rest is, zoals het gevleugelde woord luidt, geschiedenis.
Maar voor wie zich afvraagt waar de Arabisch-Islamitische weerzin tegen het Westen zijn wortels heeft, kan dit verhaal misschien een deel van het antwoord zijn.


woensdag 22 mei 2024

Wereldbeeld





I












In februari van dit jaar overleed Dries van Agt.
Voor veel millennials betekende zijn naam op dat moment weinig tot niets, waarschijnlijk, maar in mijn wat jongere jaren was Van Agt wèl iemand, en dat in aanzienlijke mate. 
Hoewel ik toen, wat betreft gedachtengoed, veel minder links was dan tegenwoordig, had ik destijds een hekel aan de man. Voor mij was ie een oerconservatief, die niets van de moderne tijd begreep en ze bovendien (zoals we dat in die tijd noemden) 'behoorlijk achter de ellebogen had'.

Met de kennis van nu denk ik daar inmiddels toch wat anders over.
Uit de vele woorden die na zijn overlijden in de media aan Van Agt werden gewijd, komt een beeld naar voren dat onwillekeurig leidde tot een ruimere blik op wat men 'het wereldbeeld' van een mens zou kunnen noemen. 

Eén van de wapenfeiten van Van Agt was de slinkse manier waarop hij Joop den Uyl in 1977 zijn tweede kabinet onthield. In de vier jaar daarvoor was Van Agt minister van Justitie en vicepremier geweest in het eerste kabinet Den Uyl. 
Dat kabinet zat nèt niet de volle vier jaar uit, maar maakte in die periode wel een reeks moeilijke momenten door. De verkiezingen die daarop volgden werden met ruime cijfers door de PvdA gewonnen. Den Uyl zat op dat moment op het toppunt van zijn populariteit en links was nog ècht links, in die zin dat sociale rechtvaardigheid bij de PvdA op nummer één stond. 
De kiezer was dik tevreden met wat het eerste kabinet Den Uyl voor elkaar had gekregen, hoewel Dries van Agt in dat kabinet geen glansrol had gespeeld, om het eufemistisch uit te drukken.
Het linkse deel van het kabinet leek vooral bezig met de eerder genoemde sociale rechtvaardigheid; Van Agt leek een obsessie te hebben met normen en waarden.. Op zich niet vreemd. In de jaren '70 van de vorige eeuw verschoven normen en waarden snel en Van Agt moet zich vaak een roepende in de woestijn hebben gevoeld.
Van Agt was katholiek tot in zijn haarvaten en dat niet alleen; hij kwam uit de katholieke elite. Zijn vader was textielfabrikant. Hij was, om het klassenbewust uit te drukken, met een gouden lepel in zijn mond geboren. Een gezegde dat tegenwoordig niet veel meer wordt gebruikt, maar nog steeds op veel rijkeluiskinderen van toepassing is. 
Het heeft Van Agt in zijn jeugd, in ieder geval in materiële zin, aan niks ontbroken. Met minder goed bedeelden heeft hij hoogstwaarschijnlijk in zijn vormende jaren weinig te maken gehad.
Vanuit dat perspectief vond Van Agt de nadruk die het kabinet Den Uyl legde op de positie van de Nederlandse arbeidersklasse, die toen nog echt bestond, niet de hoogste prioriteit. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig waren ook jaren waarin een nieuw Sodom en Gomorra zich leek aan te dienen. Daar maakte Van Agt zich veel meer zorgen over.

Dit stukje heeft 'Wereldbeeld' als titel. Een woord dat de huidige millennial misschien eveneens maar moeilijk in iets tastbaars kan vertalen. 
Bubble is een woord dat je tegenwoordig veel vaker hoort. Hoewel het een Engels woord is, hoef je aan moderne mensen die een krant lezen meestal niet uit te leggen wat een bubble is. 
Hoewel het niet exact hetzelfde dekt als 'wereldbeeld', zijn er duidelijke overlappen. 
Bij een wereldbeeld hoort, zou je kunnen zeggen, de aanname dat dit is gevormd door een combinatie van verworven kennis van geschiedenis en maatschappij en de eigen interpretatie daarvan. Je neemt van alles tot je en in combinatie met je eigen normen en waarden vormt zich je wereldbeeld.
Van een bubble wordt aangenomen dat deze wordt gevormd door je directe omgeving en de meningen die daar worden gehuldigd. Je familie, je vrienden en de andere mensen die je kent, vinden iets van de maatschappij en de wereld. De stemmen die daarin de meerderheid vormen, vormen ook jouw mening over van alles en nog wat.
De vergelijking maakt ook duidelijk wat het manco is van een bubble; je vormt jezelf geen onafhankelijke mening. Het wereldbeeld dat eruit voortkomt is niet dat van jezelf, maar dat van je omgeving. Daarom wordt een bubble een bubble genoemd; het is je eigen vissenkom, zeg maar.

We kunnen constateren dat het wereldbeeld van Van Agt in de jaren '70 eigenlijk vooral was gevormd door de bubble waar hij uit kwam.
Toch is Van Agts wereldbeeld op een zeker moment aan het schuiven gegaan. 
Vrijwel de volledige tweede kamer en ook de publieke opinie stond in de jaren '70 als één man achter Israel. In Nederlandse ogen was het land de David die Goliath wist te weerstaan, maar desondanks permanent in zijn voortbestaan werd bedreigd. Ook Van Agt was destijds die mening toegedaan.
Over het lot van de Palestijnen, voor wie de staat Israel iets was waar ze niet om hadden gevraagd en dat zonder hen iets te vragen in het leven was geroepen, maakten nog maar weinig mensen zich zorgen.
Ook dat gegeven is in de loop de jaren gaan schuiven. 

Nadat hij de politiek achter zich had gelaten, maakte Van Agt in 1999 een reis naar het 'Heilige Land'. 
Hij zag daar met eigen ogen hoe er door Israel met de Palestijnen werd omgegaan en "hoeveel onheiligs er gebeurde in het Heilige Land".
Van Agt ontwikkelde zich tot een voorvechter van de Palestijnse belangen. 
Dat ging zo ver, dat hij uiteindelijk vervreemdde van het CDA. In 2017 maakte hij openbaar dat hij niet op die partij zou stemmen bij de verkiezing voor de Tweede Kamer van dat jaar. Omdat het CDA de voortgaande Israëlische kolonisatie van de Westelijke Jordaanoever niet wilde veroordelen, zei hij in 2021 zijn lidmaatschap van de partij op. Dat ging niet van harte; "ik zeg u vaarwel in treurnis", aldus Van Agt. Maar hij kon "de onbarmhartigheid van het CDA jegens het Palestijnse volk niet langer verdragen".

Zelf heb ik ook een verschuiving van inzichten doorgemaakt, hoewel dat zich veel eerder in mijn leven voltrok dan bij Van Agt.
Tot in de eerste helft van de jaren '70 was ik er nog van overtuigd dat de Amerikanen in Vietnam terecht streden tegen het communisme, dat in die tijd als de grote bedreiger van de westerse democratie werd gezien. Hoewel ik uit een milieu kwam waar het geld niet bepaald tegen de plinten op klotste, had ik van begrippen als klassenstrijd en sociale rechtvaardigheid nog geen kaas gegeten..
Waarschijnlijk kwam dat voornamelijk  door de bubble waarin ik toen verkeerde. Mijn vader was weliswaar lid van een vakbond (het CNV) maar stemde consequent op de ARP. Een partij met veel meer gevoel voor sociale rechtvaardigheid dan het het latere CDA, waarin de partij uiteindelijk op ging, maar toch vooral een Christelijke partij, die elke drang tot ingrijpende veranderingen vreemd was; de afkorting stond voor Anti Revolutionaire Partij. Mijn vader had bovendien de oorlog meegemaakt en de Amerikanen konden in zijn ogen geen kwaad doen.
Zelf had ik een regelrechte hekel aan de toen vaak modieuze linkse praatjes, waarmee ik destijds in mijn stamcafé een buitenbeentje was.

In latere jaren is dat wereldbeeld langzaam veranderd in een tamelijk linkse visie op de wereld en de maatschappij.
Ondanks het feit dat er bij mij thuis nooit ècht gebrek werd geleden, realiseerde ik mezelf dat ik ook niet bepaald met een gouden lepel in mijn mond was geboren. Integendeel. Pas toen ik tien jaar oud was ging ik voor eerst een weekje op vakantie. Een auto heeft mijn vader nooit gehad en zelf kwam ik (hoewel dat grotendeels een eigen keuze was) uit eindelijk na LTS, MTS en de avond-HTS op HBO-niveau. Tegen de tijd dat ik veertig was had ik ook het inkomen dat daar zo ongeveer bij hoorde. 
Vanaf het moment dat ik bij de TU-Delft werkte, kreeg ik steeds meer inzicht in de klassen waarin onze maatschappij nog steeds verdeeld is. Ook internationaal. Ik begon te begrijpen waarom Che Guevara de held van revolutionair Zuid Amerika werd en waarom de Chinezen in meerderheid voor Mao Zedong kozen en niet voor Chiang Kai-sjek.

Maar ik zag ook hoe links zich soms verloor in richtingenstrijd en stijfheid in de leer.
Mijn belangstelling voor de tweede wereldoorlog zorgde ervoor dat ik de aard en de drijfveren van het fascisme leerde kennen, maar ook hoe de excessen van fascisme en communisme niet voor elkaar onderdeden. Hitler, Stalin en Mao waren allen gesels der mensheid, hoewel de Endlösung van Hitler en consorten in omvang en gruwelijkheid tot op heden door niets is overtroffen.
Meer recent toonden vier kabinetten Rutte aan hoe je als bewindsman namens de VVD in een bubble kunt zitten die je, al dan niet onbewust, het zicht ontneemt op het feit dat er in je "toffe landje" een toeslagenaffaire gaande is.

Ik ben er zonder meer van overtuigd dat een partij als de VVD niet uit in-en-in slechte mensen bestaat. Maar de gemiddelde VVD-er en ook de VVD-stemmer heeft het goed en komt niks te kort. Waarbij ik me nog enigszins eufemistisch uitdruk, waarschijnlijk.
Toch lijkt het erop dat veel VVD-ers geen zelf ontwikkeld wereldbeeld hebben. Ze zitten vooral in de bubble die door hun eigen sociale klasse wordt gevormd. Dat een aanzienlijk deel van de Nederlanders het wat minder hebben, ontgaat hen volledig, of, als het wèl wordt opgemerkt, gooit men er het in die kringen populaire gezegde "succes is een keuze" tegenaan.

Wereldbeeld en bubble
Twee dingen die wel iets met elkaar te maken hebben, maar waar het één hopelijk is gevormd is door het eigen streven naar kennis en inzicht, is het andere toch vooral het meedrijven op de meningen van je directe omgeving. 
Wat daar nog bijkomt: wie zich zèlf een wereldbeeld tracht te vormen, en daarbij zijn kennis en inzichten voornamelijk zoekt op internet, zal merken dat, zodra de algoritmes doorkrijgen dat je voor wat betreft je interesse overhelt naar de een of andere richting, je vooral steeds meer links naar die visie gepresenteerd krijgt. Internet schept, als je niet uitkijkt, je eigen hoogstpersoonlijke bubble, waar jouw mening consequent wordt bevestigd als de juiste.

En dat, terwijl de futuroloog Alwin Toffler in de jaren '80 nog dacht dat internet tot een enorme democratisering van de maatschappij zou leiden. Het zou alle informatie voor elke burger ontsluiten. Niets zou meer verborgen blijven; er zou een open samenleving ontstaan zoals we die tot dat moment nog niet kenden.
Dat idee mogen we ondertussen wel als achterhaald beschouwen. Internet draait inmiddels vooral om grootschalig informatie verzamelen en daarmee macht verwerven, gecombineerd met zakkenvullen. Ook als bron van informatie is het niet betrouwbaar, speciaal als het om maatschappelijke kwesties gaat.

Eigenlijk blijft een wereldbeeld dat is gevormd door het lezen van kranten en boeken aangevuld met selectief gebruik van internet nog het meest objectieve wereldbeeld. 
Voor zover dit laatste bestaat, want het wordt in laatste instantie altijd bepaald door de morele waarden van de persoon in kwestie. 
Tussen goed en kwaad zit een grijs gebied, maar waar het individu zijn streep trekt, blijft een persoonlijke zaak. 




dinsdag 28 november 2023

Wat is het risico?

foto: NY Times

















Eigenlijk heb ik geen idee waar de voorkeuren liggen van de mensen die met enige regelmaat mijn stukjes lezen. Niet dat ik me erg veel gelegen zou laten liggen aan die voorkeuren als ze ooit boven water zouden komen, maar ik kijk regelmatig terug naar mijn epistels en de afgelopen tijd valt me op dat ze wel èrg vaak over politiek gaan. 
En als ik er even wat langer over nadenk, moet ik toegeven dat deze politieke teksten waarschijnlijk vrij zinloos zijn. Dat ik met mijn uiterst beperkte lezersschare ook maar enige invloed op de publieke opinie uitoefen, lijkt me vrijwel uitgesloten. Het lucht m'n gemoed weliswaar een beetje, want ik kan niet ontkennen dat ik zo nu en dan tamelijk gefrustreerd ben over de gang van zaken in de Nederlandse politiek, maar dan hebben we het voor wat betreft het nut van dit soort geschrijf echt wel gehad.
Dit even als inleiding op wat, naar wat ik me heb voorgenomen, voorlopig m'n laatste stukje over politiek is.

De politieke aardverschuiving (ik ben te lui om een nieuwe beeldspraak voor het fenomeen te bedenken) van afgelopen woensdag heb ik even op mezelf laten inwerken.
Ondertussen is er al weer van alles gebeurd, waardoor het gebeuren alweer wat bijgekleurd is, maar de vraag blijft wat het voorland van de Nederlandse samenleving is.
Een mooi woord: samenleving. Wat positiever dan het neutrale 'maatschappij'. Dat samen is toch een beetje waar het om draait. Een samenleving is geen maatschappij waarin ieder voor zich en God voor ons allen bovenaan staat. Een samenleving is ook geen maatschappij waarin de één minder rechten en meer plichten heeft dan de ander. 
Een béétje fatsoenlijk mens beaamt dat en gaat niet aan de grondwet morrelen om dat te veranderen. Tenminste, dat vind ik, want ik houd mezelf voor zo'n fatsoenlijk mens. 

Maar inmiddels is gebleken dat een groeiende groep Nederlanders daar anders over denkt. De mate waarin men daar anders over denkt loopt uiteen, maar het idee van hoe een fatsoenlijke maatschappij eruit dient te zien is duidelijk aan het schuiven. 
Dat meer dan 20 procent van de stemmers Wilders de ruimte wil geven om zijn programma door te voeren is één ding. Maar dat de stemmers op VVD en BBB in meerderheid een coalitie willen vormen met de milde versie van Wilders, die zijn partijprogramma gewoon handhaaft en alleen maar zegt dat een deel van dat programma in de ijskast gaat, is bedenkelijker. 
Negen-en-dertig procent van de Nederlandse kiezer wil na de verkiezingen een rechts kabinet, waarvan die kiezers ook wel weten dat dit zonder deelname van de PVV onmogelijk is. Dat de PVV meedoet is door de kiezer dus ingecalculeerd. 
Kortom, een aanzienlijk deel van het volk lijkt bereid bepaalde grondrechten te willen inleveren als er nu dan eindelijk maar eens een regering komt die orde op zaken stelt. Toen ik me dat realiseerde, schoot me onwillekeurig een uitspraak van mijn vader te binnen, die ik nooit meer ben vergeten: "Hitler was een klootzak, maar de treinen reden wèl op tijd!".
Als zo'n gedachtengang breed wordt gedragen, zijn we in Nederland zo langzamerhand en bijna zonder dat we het in de gaten hadden toch wel op een hellend vlak belandt, naar mijn idee.

Aanvankelijk was ik van mening dat het kabinet Wilders er maar gewoon moest komen. Want hoe democratisch is het om Wilders, na een dergelijke verkiezingsuitslag, opnieuw te isoleren en kalt zu stellen? Dit nog los van de kans dat hem dit bij een volgende verkiezing nog meer stemmen op zou leveren.
Maar gedurende die paar dagen dat ik de verkiezingsuitslag verwerkte, ben ik toch gaan twijfelen. 
In de Eerste Kamer heeft rechts geen absolute meerderheid (als je tenminste het CDA, 50 plus en OSF niet mee rekent), maar links is absoluut in de minderheid.
Als de VVD tòch meedoet met het te vormen rechtse kabinet, of het stevig gedoogt, zoals de bedoeling schijnt te zijn, heeft het in de Eerste Kamer een stevige basis om haar wetsvoorstellen erdoor te krijgen.
En stel nu eens dat men aan de grondwet zou willen gaan sleutelen; wie van de Eerste Kamerleden houdt dan zijn rug recht, als die wijzigingen ongelijkheid in de hand werken?
Die rechte ruggen waren bij het aanstellen van de eerste verkenner, een paar dagen geleden, al bijna onvindbaar. Tegen de eerdere afspreken in werd toch weer een politiek actieve verkenner goedgekeurd.

Toegegeven, dit is zo'n beetje het zwartste scenario dat denkbaar is, maar hoe onwaarschijnlijk is het? Wie durft daar na de laatste verkiezingsuitslag nog wat over te zeggen? Wie durft op zeker moment tegen de wil van het volk in te gaan als die wil niet strookt met de eigen morele principes?
Ziedaar het risico uit de titel van dit stukje.

Ik kan het nog dramatischer maken door te verwijzen naar de manier waarop de NSDAP in 1933 de absolute macht aan zich trok. Dat verhaal ga ik hier niet van a tot z opdienen, het Wikipedia-lemma Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij legt het allemaal keurig uit.
De essentie is dat Hitler aanvankelijk door verkiezingen aan de macht kwam en dankzij enkele ander rechtse partijen een regeringscoalitie kon vormen. Die partijen steunden hem toen hij vervolgens de Rijksdag ontbond en nogmaals nieuwe verkiezingen uitschreef, waarna hij zijn gelijkschakeling kon beginnen.

Nu was de situatie in Duitsland in de eerste helft van de jaren '30 heel anders dan in Nederland. De armoede en de werkloosheid waren van een heel ander niveau dan in het Nederland van nu. Het percentage mensen in Duitsland dat ècht wat te klagen had was een stuk groter dan in het huidige Nederland.
Maar de krachteloosheid van de Weimar-republiek vertoont wel enige gelijkenis met het beleid van vier kabinetten Rutte. En ook die krachteloosheid was veel Duitsers een doorn in het oog, net zoals die van de Nederlandse politiek in de afgelopen tien jaar dat bij de Nederlandse kiezer is.
Toch lijkt zo'n vergelijking nog steeds wat overdreven.

Voorlopig moet het kabinet Wilders er nog komen. 
Komt het er niet en worden nieuwe verkiezingen noodzakelijk, dan kan er van alles gebeuren.
Ik laat het voorlopig aan me voorbijkomen en hoop als volgend stukje iets te presenteren waarin wat meer waardenvrije romantiek zit. Hoe lang ik die houding volhoud zal moet blijken.
Wat de politiek betreft zien elkaar wel weer ergens aan de andere kant van de tunnel.







woensdag 15 november 2023

Ondermaanse hilariteit (deel 1?)

foto: ANP

















Gisteren keek ik eens weer eens naar een aflevering van Ongehoord Nieuws. Een programma dat voor een béétje linksgeaarde Gutmensch één doorlopende bron van ongenoegen kan zijn en dat meestal ook ook is. Meestal, maar niet altijd, zo bleek bij deze editie van dit quasi-nieuwsprogramma. 
'Quasi' want bij 'nieuws' verwacht je een feitelijke weergave van gebeurtenissen. ON produceert echter een constante stroom rechts populistische agitprop, niet zelden doorspekt met suggestieve beeldmontage en aantoonbaar onjuiste informatie. Eén en ander in de vorm van een soort talkshow, waarbij de deelnemers het altijd ontzettend met elkaar eens zijn.
Met de feiten namen diverse deelnemers aan het gesprek het ook gisteren niet zo nauw, maar toch moest ik regelmatig hardop lachen.

Om de één of andere onduidelijke reden heeft Ongehoord Nieuws, in de aanloop naar de verkiezingen voor de tweede kamer, dubbele zendtijd gekregen. Om die extra tijd te vullen heeft ON een ogenschijnlijk lofwaardig initiatief genomen: men nodigt, in plaats van de gebruikelijke extreem-rechtse complotdenkers, lijsttrekkers van kleine (ongehoorde) partijen uit om hun zegje te doen.
Dat leidde gisteren tot één van de leukste edities van ON die ik tot nu toe heb gezien.
Uitgenodigd waren de lijstrekkers van de Piratenpartij (Mark van Treuren), Samen voor Nederland (Michel Reijnga), de Libertarische Partij (Tom van Lamoen) en LEF, de jongerenpartij (Daniël van Duijn). 
Raïsa Blommestijn was de presentatrice  van dienst en tot op zekere hoogte de gespreksleider, hoewel het haar op bepaalde momenten aardig over de schoenen liep.

Achteraf is het ook een beetje de vraag of de deelnemers vooraf door de redactie van ON waren gescreend. De lijstrekker van Samen voor Nederland paste helemaal in het vaste patroon dat zich bij ON meestal ontrolt: 'Nederland is vol', 'het World Economic Form wil ons allen onderwerpen' en 'Covid was een Hoax' zijn bij die partij serieuze thema's. De Libertarische partij paste gedeeltelijk binnen de ON-ideologie, maar hangt een dusdanig radicale maatschappijvisie aan, dat zelfs Raïsa Blommestijn, rechtsfilosoof en gepromoveerd op een proefschrift over de Weimarrepubliek, de uiteenzettingen van Van Lamoen af en toe niet helemaal leek te kunnen volgen. 
Als terzijde moet ik er wèl bij zeggen dat ik dat van die rechtsfilosofie en die promotie net op Wikipedia heb gevonden. Ik zou het niet hebben vermoed aan de hand van wat ze bij Ongehoord Nieuws zegt en de vragen die ze stelt. 
In ieder geval kon ze zich de maatschappij die de Libertairen voor ogen hebben niet echt voorstellen, geloof ik. Terwijl die principes voor iemand met een academische opleiding in de rechtsfilosofie toch wel gesneden koek moeten zijn. 
Kort gezegd komt de ideologie van de LP neer op een zo klein mogelijke overheid en verder vooral op: ieder voor zich en God voor ons allen. Hoewel de meeste Libertairen, denk ik, niet in God geloven. Wie niet voor zichzelf kan zorgen is in de praktijk dus reddeloos verloren.

Mark van Treuren en Daniël van Duijn pasten echter niet ècht, respectievelijk in het geheel niet binnen de politieke kaders waarbinnen Ongehoord Nederland opereert. 
Van Treuren was voor een piraat opvallend genuanceerd en behoorlijk welbespraakt. Ik kon me in een aantal van zijn standpunten goed vinden. 
Daniël van Duijn was binnen Ongehoord Nieuws een regelrecht paard van Troje.
Hij verkondigde een aantal onversneden linkse standpunten en maakte gehakt van de Libertaire principes van Lamoen: "Ben jij dan niet blij met een overheid die de straat heeft aangelegd waaraan je woont?" Over asielzoekers was Van Duijn ook vrij uitgesproken. Die moeten niet maanden- of jarenlang in asielzoekerscentra worden opgehokt. Ze moesten gewoon kunnen werken, zodat ze konden integreren en normaal lid van de samenleving konden worden. 
Hij zei één en ander in reactie op weer zo'n suggestief videootje waarin we onder andere een zwarte jongen twee vingers tegen de camera zagen opsteken en een huilerige bezitter van een flinke vrijstaande woning zijn beklag mocht doen over het feit dat er een asielzoekersopvang voor 200 - 300 jonge asielzoekers in de buurt van zijn stulpje zou komen.

Raïsa raakte van de linkse praatjes van Daniël danig in de war. Er werd snel overgeschakeld op een ander onderwerp. 
Maar daar bleef het wat Van Duijn betreft niet bij; hij zei nog veel meer ON-onwelgevallige dingen. Ik zag de wanhoop in Raïsa's ogen groeien; dit ging helemaal de verkeerde kant op.
Daniël leek echter behoorlijk te genieten van één van de eerste gelegenheden om zichzelf en zijn partij landelijk ècht goed te kunnen presenteren. Eerder had ik hem elders even in beeld gezien, waarbij hij niet verder kwam dan de verzuchting dat hij bij geen enkel lijsttrekkersdebat werd uitgenodigd en dat hij dat zéér onrechtvaardig vond.
Hij zal ook best blij zijn geweest toen vanmorgen bleek dat hij met zijn optreden ook nog 's de Volkskrant had gehaald. De krant volstond weliswaar met slechts één schriftelijk uitgewerkte soundbite uit zijn optreden bij ON, maar dat was dan ook een perfecte karakterisering van Ongehoord Nederland:

Dit is de meest racistische omroep die je maar kunt bedenken.
Jullie ventileren omvolkingstheorieën, jullie zijn tegen iedere immigrant, jullie geven Forum voor Democratie en complotdenkers een podium waardoor Nederlanders minder vertrouwen krijgen in de Democratie.. 
Ik zou veel liever bij een normale omroep aanschuiven.

Voor alle duidelijkheid: dit was zo'n beetje het eerste wat Daniël in Ongehoord Nieuws zei, nadat Blommestijn de aftrap had gegeven met een fragment uit het programma Buitenhof, waar Daniël er in slaagde van buitenaf twee verkiezingsposters van LEF tegen de ruiten te plakken, zodat ze van binnenuit en dus ook on camera leesbaar waren, net toen Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren daar werd ondervraagd. 
Toen Blommestijn hem daarover wat wilde vragen, maakte hij maar meteen duidelijk dat hij daar alleen zat om zichzelf en LEF te vertegenwoordigen en niet van plan was mee te huilen met de wolven in het ON-bos. 
Later bleek dat hij het eigenlijk alleen met ON en enkele andere aanwezigen eens was dat Pieter Omtzigt's partij geen èchte aanwinst voor de Nederlandse Politiek was.

Ik vermoed dat Ongehoord Nieuws volledig live wordt uitgezonden, want dit begin, en alles wat er daarna nog op volgde, moet voor Ongehoord Nederland tamelijk pijnlijk zijn geweest. De deconfiture was echter nòg groter geweest als men Van Duijn voor het oog van heel Nederland het zwijgen had opgelegd. ON heeft als een boer met kiespijn door de zure appel heen moeten bijten en zal zich in de toekomst waarschijnlijk wel onthouden van het uitnodigen van politieke tegenstanders, vermoed ik. 

LEF zal waarschijnlijk mijn stem niet krijgen, maar Daniël van Duijn gaat wat mij betreft de geschiedenis in als de man die Ongehoord Nederland, in eigen huis nog wel, tamelijk behendig op z'n nummer zette.


Wie Ongehoord Nieuws van 14 november 2023 nog niet heeft gezien kan de uitzending hier alsnog bekijken.