vrijdag 28 november 2025
De digitale deceptie
zondag 21 september 2025
Het politieke landschap wordt een slagveld
zondag 14 januari 2024
Mike Oldfield
zondag 12 november 2023
Jonathan Raban
Desondanks is het de afgelopen tien jaar tamelijk stil gebleven rond zijn persoon. Afgezien van enkele essays en interviews heeft Raban nauwelijks meer van zich doen spreken.
Maar eerder dit jaar keek ik ook al op het net of er nieuwe informatie over Raban te vinden was. Dat hij op 17 januari 2023 bleek te zijn overleden kwam, ondanks zijn eerdere aandoening en de daarop volgende stilte, toch als een schok.
zaterdag 18 december 2021
Onopgemerkt jubileum
| cartoon: Debra Goldstein |
Nu ben ik -mijn directe omgeving weet dit- geen man van verjaardagen.
Al lang geleden heb ik moeten constateren dat ik niet echt, zoals dat in het moderne newspeak heet, een mensen-mens ben. Ik kan prima de schijn ophouden, en als ik mijn best doe ervaren anderen mij mogelijk als een welopgevoede, vriendelijke man, aan wie je jezelf niet snel een buil valt. Ik blijf altijd beleefd en ik heb tamelijk goed door hoe ik contact kan leggen, zonder dat mensen van me schrikken. Maar in de praktijk spreek ik mensen altijd aan met een doel. Zelf zit ik nooit om een praatje verlegen. Er zijn uitzonderingen op die regel, maar dan hebben we het over de intimi, en dat zijn er maar een paar.
zondag 3 januari 2021
Nescio en het Marxisme
Esterik constateert desondanks nog wel dat Marx niet alleen maar een utopist was, wiens theorie tegenwoordig geen enkele waarde meer heeft. Hij merkt terecht op dat Marx' voorspelling, dat het kapitalisme uiteindelijk leidt tot een maatschappij waarin niets meer wordt gegeven of geruild, maar alles onderdeel wordt van de markt en te gelde wordt gemaakt, volledig is uitgekomen.
Toevallig verschijnt binnenkort de biografie van Nescio, geschreven door de Nescio-deskundige van dit moment, Lieneke Frerichs. Dat boek zal, naar ik vermoed, wel het laatste woord bieden als het gaat om Nescio’s politieke overtuiging. Als ie er al één had.
Het spijtige daarbij is wèl dat mijn tegenstrever uit nl.eeuwig.zonde (waar vooral onder pseudoniem werd geschreven) in de nevelen van de tijd is verdwenen. Zijn website, met daarop veel van zijn literaire productie, bestaat niet meer. Ik heb geen idee waar ik hem nu nog zou kunnen bereiken. Of hoe ik hem zijn gelijk zou kunnen geven, als Nescio toch een echte socialist blijkt te zijn geweest.
De discussie op nl.eeuwig.zonde is overigens nog steeds terug te vinden. Wie schrijft blijft!
dinsdag 29 oktober 2019
Bijzondere schrijvers
Behalve de krant lees ik de laatste jaren weinig. Net nu ik min of meer de tijd aan mezelf heb, heeft een eigenschap die ik altijd al had vormen aangenomen die me helemaal niet bevallen, maar waar ik kennelijk geen goed verweer tegen heb.
Tien jaar terug noemde ik het nog "een brede belangstelling". Zodra ik iets tegenkwam dat me boeide, ging ik me erin verdiepen. Die onderzoekdrift ging alle kanten op. De sporen die ik al doende volgde, liet ik soms na één artikeltje op Wikipedia weer rusten, maar vaker leidde het ene spoor naar het andere, of splitsten sporen zich. Dit soort activiteit is misschien aardig voor je algemene ontwikkeling, maar buiten veel feitenkennis leidt het in mijn geval uiteindelijk tot niets. Dat zo'n 'brede belangstelling' uiteindelijk wèl ergens toe kan leiden, behoort waarschijnlijk tot de uitzonderingen op de regel. Maar die uitzonderingen bestaan, zoals verderop zal blijken.
Dat we tegenwoordig zoiets hebben als internet, heeft ervoor gezorgd dat het verschijnsel bij mij wat uit de hand is gelopen. Temeer omdat mijn aandachtsspanne behoorlijk lijkt te krimpen. Eenmaal aangeland op YouTube spring ik van de hak op tak, want over alles dat me interesseert is wel wat te vinden. Soms in hoeveelheden waar ik van z'n lang-zal-ze-leven niet doorheen kom. En omdat de algoritmes van YouTube ondertussen aardig greep hebben gekregen op wat ik leuk vind, presenteert het in de zijlijn van alles en nog wat dat nog meer afleiding biedt.
Het zorgt er weliswaar voor dat ik me nooit verveel, maar stiekum miste ik toch wel het aangename van de wereld zijn als je voor de volle honderd procent wordt geboeid door een boek. Omdat het vergezichten opent die je nog niet eerder zag en niet, zoals YouTube, je slechts steeds meer geeft van wat je al kende.
Gelukkig is er op zeker moment het fenomeen vakantiereis. In het geval van mijn vrouw en mij betekende dit: kamperen in Frankrijk. Van de wifi op de meest Franse campings valt niet veel te verwachten, dus nam ik een paar boeken mee, waaronder Honorair Kozak van Tommy Wieringa. Een bundel korte stukjes; merendeels reisverhalen. Precies goed voor mijn beperkte attention span. Een aardig boekje, dat me bijna benieuwd maakte naar een roman van Wieringa.
Eén van de stukjes in Honorair Kozak ging over een reis naar de Oostkust van Engeland. Wieringa heeft een reden om daarheen te willen: hij is een liefhebber van de Duitse schrijver W.G. Sebald en in diens boek De ringen van Saturnus wordt een wandeltocht door Norfolk en Suffolk beschreven.
Als u het recente epos over mijn zeiltocht naar Engeland hebt gelezen, dan weet u dat ik tijdens deze tocht Suffolk heb bezocht. Ik koester al jaren een warme belangstelling voor de Engelse oostkust. Voor mij reden genoeg om de De ringen van Saturnus ook te willen lezen.
De Openbare Bibliotheek had dit boek niet, maar wel een andere bundel van Sebald: Campo Santo. Dat boek maakte in ieder geval duidelijk waarop Wierenga doelt, als hij schrijft over de onnavolgbare stijl van Sebald.
Om het eufemistisch uit te drukken: Sebald is geen rechtlijnige verteller. Het begint vaak met een wandeling of een bezoek aan een bepaald landschap of stad. Maar behalve dat hij een goed oog heeft voor wat de Britten sense of place noemen; het wezen van de plek, kan alles wat Sebald ziet aanleiding zijn tot associaties die leiden naar complete geschiedenissen, die zich mogelijk op een totaal andere plek of zelfs in een ander werelddeel hebben afgespeeld. Of handelen over een persoon waarvan vrijwel niemand ooit gehoord heeft, maar die voor Sebald (en na het lezen van het verhaal ook voor u) betekenis heeft.
Aldus verschuiven Sebalds teksten van een enkel beeld naar een verhaal dat reeds lang is bedekt door het stof van de tijd. De schrijver blaast erover en toont ons het bijna verloren gegane detail. Om na een aantal pagina's weer terug te komen bij de plek of het object dat dit exposé teweeg bracht.
Wieringa noemt bijvoorbeeld het verhaal verbonden aan de brug over de Blyth in de buurt van Southwold en het smalspoor-treintje dat daar ooit overheen reed.
Sebald passeert die brug en het noemt het gegeven dat op de locomotief die deze trein trok een heraldische Chinese draak schijnt te hebben gestaan. De locomotief en de rijtuigen werden namelijk ooit gemaakt in opdracht van het Chinese Keizerrijk. Dit leidt tot een bladzijden lange verhandeling over de verwikkelingen aan het Chinese hof die tot deze bestelling hebben geleid. Eindigend met de reden waarom die trein nooit in China terecht is gekomen en zijn werkzame leven uiteindelijk sleet op een lokaal lijntje in Suffolk van slecht 8 km. lang.
En passant heeft Sebald wel even uitgelegd hoe het Chinese Keizerrijk ophield te bestaan, wat de inleiding was tot tientallen jaren kommer en kwel voor de Chinezen in de vorm van koloniaal optreden door de Europese grootmachten van rond 1900, gevolgd door de Japanse bezetting, eind jaren '30 en het communistische regime van Mao Zedong, eind jaren '40.
Zelf toonde ik in mijn stukje over de Deben een plaatje van Bawdsey Manor, een laat-negentiende eeuws landhuis bij de mond van die rivier. Wandelend langs de kust komt Sebald ook daar langs, temeer omdat hij de Deben wil oversteken met de Felixstowe Ferry, een voetveer dat op de noordoever vlakbij Bawdsey Manor aanlegt. Ook de geschiedenis van dit stately home wordt bij Sebald een verhaal op zich. Of eigenlijk is het meer het verhaal van de man die Bawdsey Manor liet bouwen en die binnen de traditionele Britse klassen-maatschappij van die tijd een buitenbeentje was. Een typisch geval van nieuwe rijkdom, in plaats van oud geld.
Zo passeren, verspreid over de pagina's van het boek een reeks van historische personen en de dorpen, huizen of objecten waaraan hun namen zijn verbonden de revue. En over alles en iedereen vertelt Sebald in een geanimeerde stijl, die soms, als de ruimte en verlatenheid van het moorland waar hij doorheen wandelt, of de optredende natuurverschijnselen hem bedrukken, iets hallucinerends krijgt.
Uiteindelijk blijkt het één van de meer fascinerende boeken te zijn die ik gelezen heb en aanleiding om meer van dezelfde schrijver ter hand te nemen.
Na The rings of Saturn (dat ik in het Engels las, ondanks dat het oorspronkelijk in het Duits is geschreven) volgde On the Natural History of Destruction,
Sebald is een oorlogskind. Hij werd geboren in Zuid-Duitsland in 1944. Zonder de oorlog bewust te hebben meegemaakt, werd hij in zijn jonge jaren wel geconfronteerd met de staat waarin grote delen van Duitsland en met name de steden verkeerden, terwijl het Wirtschaftwunder op gang kwam. Hij zag de puinhopen en ook het gebrek aan van alles en nog wat, waaronder de Duitsers gebukt gingen.
Die herinneringen leidden uiteindelijk tot een onderzoek naar hoe de Duitse literatuur in de late jaren '40 en jaren '50 omging met Stunde 0 en het trauma dat deze verwoesting teweeg moet hebben gebracht. De aandacht van de schrijver richt zich voornamelijk op de gevolgen van de luchtoorlog die in de tweede helft van de oorlog tegen de Duitse steden werd ontketend en hoe daarover in het na-oorlogse Duitsland werd geschreven.
Voor mijzelf een interessant thema, omdat ik, zoals ik in oudere stukjes wel heb laten doorschemeren, een tijd hevig geïnteresseerd was in die luchtoorlog. Aanvankelijk zonder me veel zorgen te maken over de rechtvaardigheid of de desastreuze resultaten. De ruim vijftigduizend gesneuvelden van Bomber Command deden me meer dan de honderduizenden Duitsers die als gevolg van die bombardementen om het leven kwamen. Maar naarmate je langer met die oorlog bezig bent groeit het besef van het universele drama en het gegeven dat een voortijdige dood of onmenselijk lijden door mensenhand nooit rechtvaardig is.
Sebald kijkt er met eenzelfde blik naar. De vraag of de bombardementen Duitslands verdiende loon waren laat hij in het midden. Zijn conclusie is vooral dat de Duitsers hun eigen lijden altijd zijn blijven ontkennen. Het trauma, dat er moet zijn geweest, blijft in de literatuur, maar ook maatschappelijk, grotendeels onbesproken.
Sebald woonde de tweede helft van zijn leven in Engeland. Hij werkte vanaf 1970 aan de universiteit van East Anglia in Norwich, waar hij uiteindelijk hoogleraar in de Duitse literatuur werd.
Niet toevallig herbergden Norfolk en het daarnaast gelegen Lincolnshire de vliegvelden van waaruit de luchtoorlog tegen Duitsland werd gevoerd. Sommige van die vliegvelden liggen er nog, soms gedeeltelijk overwoekerd door de natuur, als stukken schuldig landschap.
Ik denk dat dit gegeven en de gevoeligheid van Sebald voor dit soort sporen, mede aanleiding was om uiteindelijk On the Natural History of Destruction te schrijven.
Het oeuvre van Sebald is helaas beperkt gebleven. In 2001 verloor hij als gevolg van een verkeersongeluk het leven. Hij werd slechts 57 jaar oud.
Er blijken ondertussen meer van dit soort schrijvers te zijn. Onbekend (in Nederland, althans) maar zeer lezenswaardig.
Toen wij vorige week enige tijd doorbrachten in het Franse huis van een oud-collega, vond ik daar een boek van Norman Lewis: Stemmen van de oude zee. Ik heb het nog niet uit, maar nu al weet ik dat ik meer van deze Lewis wil lezen. En hij heeft veel geschreven!
Tenslotte bracht internet (het staat niet helemaal vol met useless information) me, in de vorm van een stukje van een collega blogger, op het spoor van Patrick Leigh Fermor. Ik lees nu zijn Een voettocht lang Rijn en Donau. Ook het oeuvre deze Leigh Fermor is behoorlijk groot. Mogelijk voor jaren leesvoer.
Misschien komt het toch nog goed met mijn pogingen aan de klauwen van het internet te ontsnappen.
maandag 21 mei 2018
Cultuuroorlog
Er zijn tegenwoordig momenten waarop het virtuele werkelijkheid wordt, of de werkelijkheid zich virtueel toont. Althans; bepaalde mensen ervaren dit zo. Wanneer het één en wanneer het ander het geval is, is niet altijd even duidelijk. Soms lijkt men zelf ook niet meer precies te weten wanneer er sprake is van een echte tegenstelling en wanneer we slechts kijken naar een woord-en-beeld-oorlog, waarbij men de realiteit allang uit het oog heeft verloren en men feitelijk vecht tegen windmolens.
Ik keek gisteren naar een aflevering van VPRO's Tegenlicht, die al een paar weken oud was. Ik had hem opgenomen en kwam er nu pas toe hem te bekijken. De uitzending staat nog steeds online. U kunt hem hier bekijken.
Sinds Pim Fortuyn opkwam heb ik al niet begrepen waar mensen het precies over hadden, als ze zich met veel aplomb en hevig verontwaardigd beklaagden over alles "wat niet gezegd mocht worden". Zelf was ik juist doordrongen van het gegeven dat sinds de jaren '60, met televisieprogramma's als Zo is het toevallig ook nog 's een keer, eigenlijk alles gezegd mocht worden. En ook gezegd werd.
Maar met de komst van Pim bleek er een hele bevolkingsgroep te bestaan, een soort zwijgende meerderheid, die sterk het gevoel had dat bepaalde zaken niet mochten worden uitgesproken. Dat je de pest had aan buitenlanders en immigranten, bijvoorbeeld. Of dat je de islam een gevaarlijke godsdienst vond. Diezelfde groep mensen muntte ook het begrip Linkse Kerk. Dat was namelijk de maatschappelijke macht die verordonneerde dat je dat soort dingen niet mocht zeggen.
Ik heb daar altijd een beetje om moeten lachen. Toen men veertig jaar eerder dingen riep die eigenlijk niet gezegd mochten worden, was dat nog voorbehouden aan het linkse deel van de samenleving. Destijds heb ik nooit iemand van die groep horen klagen dat men dat niet mocht. Men deed het gewoon. En zelfs toen al had het zelden of nooit tot gevolg dat de roeptoeters voor het gerecht werden gesleept of anderszins ter verantwoording werden geroepen.
De geschiedenis herhaalt zich nooit, zegt men. Toch dacht ik na het zien van die aflevering van Tegenlicht: "daar hebben we het weer.."
Zo'n vijftien jaar terug, toen ik me nog regelmatig in de krochten van Usenet en zijn nieuwsgroepen begaf, kon je al merken dat de geest Pim Fortuyn op internet was doorgedrongen. Ik raakte nogal eens in discussie met mensen die rechtse praatjes verkochten, maar de kern van waar het volgens mij om ging volledig misten. Er was een onstuitbare drang om een zondebok aan te wijzen, waar men al z'n frustraties op kon uitleven en die de schuld moest dragen van alles wat er in de maatschappij was misgegaan. Daarbij ging men uit van het vreemde idee dat de macht in Nederland in de afgelopen veertig jaar in handen was geweest van de eerder genoemde Linkse Kerk. Eén blik op de parlementaire geschiedenis van Nederland sinds de jaren '70 is voldoende om te zien dat de macht in deze periode vooral is uitgeoefend door coalities van confessionelen en liberalen. Linkse partijen (in de praktijk de PvdA en in mindere mate D'66) kwamen er pas weer aan te pas met de paarse kabinetten, die halverwege de jaren negentig aantraden. Toen had de PvdA echter z'n ideologische veren al afgeschud. De partij deed enthousiast mee aan het neo-liberale beleid dat toen pas ècht vorm kreeg. Dus ook van die regeringen kan worden betwijfeld of ze links waren.
Dat derhalve en feitelijk centrum-rechts de bron van de frustratie van de Fortunisten was, ontging diezelfde groep volledig. Wat vreemd is, want de groep in kwestie bestond over het algemeen niet uit de bovenlaag van onze maatschappij; integendeel. De arbeidersklasse had zich bekeerd tot het Fortunisme and they were barking up the wrong tree, om het maar eens op z'n Engels te zeggen.
Ondertussen speelt zich op internet weer iets vergelijkbaars af. Waarvan ik zelf nog het meest frappant vind dat het me tot op heden grotendeels is ontgaan.
De documentaire die ik noemde, laat zien dat er een internetforum is dat 4chan heet. Vanuit dat forum is Kekistan ontstaan. Een virtueel land, met zelfs een heuse vlag (zie hierboven) waarvan de inwoners worden onderdrukt door de Normies. Wie zijn dan de Normies? Dat zijn de leden van de dominante, politiek correcte groep die de bepaalt wat wel en niet mag worden gezegd. Die Normies zitten volgens de Kekistani vooral in de linkerhoek van het politieke spectrum. Wordt er om een nadere specificatie gevraagd, dan worden genoemd: feministen, communisten en mensen die het individu proberen te corrumperen met hun "right and wrong"-denken. Zij stellen de normen, vandaar: Normies.
De Kekistani voelen zich vrijdenkers. Individuen, die geen ijzeren stelsel van normen en waarden opgelegd willen krijgen en vooral niet over één kam geschoren willen worden. Men is bijvoorbeeld tegen wat men identiteitspolitiek noemt; het in hokjes stoppen van mensen en die hokjes bestempelen met 'links' of 'rechts', 'racistisch' of 'fascistisch'.
Dat het verzet hiertegen juist de vorm aanneemt van het bedenken van een nieuwe groep, met een zekere identeit (je ben een Kekistani of niet, tenslotte), is al meteen de eerste tegenstrijdigheid in de opstelling van deze tegenstanders van identiteitspolitiek.
'Terence', die zich Kekistani noemt, zegt in de documentaire: "Normies zijn mensen die in de mainstream zitten, die niks van gamercultuur begrijpen, die eigenlijk niet kunnen internetten; die alles voor het eerst op Facebook zien".
Zo'n citaat maakt wat mij betreft al veel duidelijk. De Kekistani spelen vooral dat ze onderdrukt worden, maar in werkelijkheid voelen ze zich superieur aan de Normies, met hun achterlijke normen en waarden.
En ja; gamercultuur? Ik wil niet bestrijden dat dit een (sub)cultuur is, maar sinds wanneer is de cultuur van mensen, die een groot deel van hun tijd (want gamen doet men, zoveel is ook wel bekend, niet voor een halfuurtje per dag) doorbrengen in een virtuele droomwereld, van essentieel belang voor de gang van zaken in de echte wereld? Moeten we ons voor een goed begrip van de wereld daar ècht in verdiepen? En wanneer kun je niet internetten? Joost mag het weten.
Wat zou gamercultuur en kunnen internetten betekenen in de wereld van de grote bedrijven, multinationals en het neo-liberalisme, waar vooralsnog de grootste macht in de wereld ligt? In sommige gevallen is die macht groter dan die van nationale regeringen. Helemaal niets, ben ik bang. Ja, gamers zijn mogelijk een doelgroep waaraan men zijn producten (games) wil slijten. Veel verder zal het niet gaan. Dat de macht in de maatschappij ligt bij Normies, komt mij dan ook als een schromelijke vergissing voor.
Nu gaat het de Kekistani vooral om de macht die via de media wordt uitgeoefend. Zo zou bijvoorbeeld de publieke omroep geheel in handen zijn van de Normies; het linkse geluid zou daar overheersen. Toch hebben we tegenwoordig omroepen als WNL en PowNed. Met name die laatste omroep, voortkomend uit GeenStijl, lijkt de verpersoonlijking van het gedachtengoed van de Kekistani; niet-politiek-correcte grappen maken. Toch worden de Kekistani kennelijk niet massaal lid van PowNed, want ondertussen is duidelijk geworden dat deze omroep een kwijnend bestaan lijdt en op het punt staat weer uit het medialandschap te verdwijnen. Of zijn er in de praktijk gewoon heel erg weinig Kekistani en vormen ze daarom geen macht van betekenis?
Het lijkt er dus veel op dat we hier te maken hebben met het schijn-probleem van een groep mensen die verward zijn geraakt in een vreemde virtuele werkelijkheid en die op internet een heroïsche strijd tegen windmolens voeren. Voor wat naar mijn idee de werkelijke problemen in de wereld zijn (klimaatverandering en een rechtvaardige verdeling van de welvaart, om maar een paar dingen te noemen) heeft men in het geheel geen aandacht.
In plaats daarvan maakt men herrie binnen volledig in zichzelf gekeerde werelden als de internet-fora 4chan en Reddit, waar men lekker onder elkaar is en de meest gore grapjes kan maken zonder dat de Mainstream daar ook maar iets van merkt. Want hoewel ik zelf vind dat ik al teveel tijd op internet doorbreng, had ik tot het zien van bovengenoemde aflevering van Tegenlicht nog nooit van de heroïsche strijd van de Kekistani gehoord.
Terugkerend naar de vergelijking met de Fortunisten uit het eerste decennium van de 21e eeuw is er wel een duidelijk verschil tussen hen en de Kekistani. De harde kern van de Fortunisten kwam vooral voort uit gefrustreerde voormalige PvdA-stemmers, veelal arbeiders, modalen en beneden-modalen; als ik kijk naar Terence en andere Kekistani die in de documentaire aan het woord kwamen, dan dringt zich het idee op dat die groep bestaat uit hoog-opgeleide jongeren. Die bovendien een inkomen hebben waarvan ze zich een nieuwbouw-appartement in de Rotterdamse binnenstad kunnen veroorloven. Ik zie Terence tenminste van pakweg twintig hoog uitkijken over het centrum van die stad.
Misschien verklaart dat waarom het vermeende probleem van de Kekistani zo virtueel is. Materieel komen de dames en heren weinig te kort, zo te zien. Zou je jezelf dan van lieverlee en onvermijdelijk met schijnproblemen gaan bezighouden?
zondag 30 maart 2014
Vuile oorlog
Afgelopen maandag bleek mijn computer, zomaar, ineens, geïnfecteerd door een vervelend programma (malware, in de newspeak van het digitale tijdperk), dat geheel zelfstandig en ongevraagd mailtjes verzond. Die mailtjes zullen waarschijnlijk een of andere vorm van spam hebben bevat. Eén en ander kwam aan het licht door het gegeven dat ik een hele reeks mails terugkreeg, vooral van mailservers, die meldden dat het adres waarnaar het mailtje was verstuurd niet bestond. Ook waren er automatisch verzonden mails bij van mensen die meldden inmiddels een ander mailadres te hebben. Gek genoeg stond niet één van die oude adressen in het adresboek van mijn mailprogramma, maar dit terzijde.
Het gebeuren was een noviteit, in mijn geval. Ik wist dat het fenomeen bestond; iedereen krijgt wel eens spam van hem onbekende ogenschijnlijke privé-personen en waarschijnlijk wordt er duizenden keren per dag ingebroken in computers en worden er vervolgens honderdduizenden van dergelijke mailtjes verstuurd. Als ik zo'n mailtje ontving, dacht ik onwillekeurig aan de sukkel die er indirect voor verantwoordelijk was, omdat ie de beveiliging van zijn computer niet op orde had.
De wereld had me dus weer eens op m'n nummer gezet en me wat nieuwe bescheidenheid bijgebracht.
Nu was mijn computer wel een bijzonder geval. Hij kon namelijk opstarten met Windows XP èn met Ubuntu, zo'n beetje de meest gebruiksvriendelijke Linux-variant die ik had kunnen vinden. Op de XP-partitie gebruikte ik de de virusscanner die mijn provider gratis levert bij een abonnement. Het Ubuntu-deel had geen virusprotectie. Dat zou, volgens iedereen die er wat van meende te weten, niet nodig zijn, omdat Linux gewoon veel beter in in elkaar zat dan Windows en niet zo makkelijk te kraken zou zijn.
Mijn provider, XS4all, greep in voordat ik dat kon doen.
Het ophalen en versturen van mail via hun server werd geblokkeerd, maar via webmail kon ik nog wel bij mijn postbak. Daarin bevond zich een keurig mailtje van XS4all, waarin mij werd uitgelegd wat me te doen stond.
Ik moest twee andere antivirusprogramma's installeren. Het bestaande programma kon namelijk beschadigd zijn door de infectie. Nadat met behulp van die programma's de boel was opgeschoond, moest ik mijn mailwachtwoord veranderen en bij XS4all een deblokkeringsformulier invullen en indienen.
Zo gezegd, zo gedaan. Het ging allemaal redelijk voorspoedig. Bij het opschonen vonden de nieuwe virusscanners het nodige op de XP-schijf. Ook voor Linux bleken inmiddels antivirusprogramma's te bestaan. Dat zal wel een reden hebben, maar ook dit terzijde. Op de Ubuntu-partitie liet ik dus ook wat draaien, maar er werd niks gevonden. Of Linux ondertussen ook niet meer virusbestendig is, blijft me dus onduidelijk.
En passant werd één en ander wèl aanleiding om meteen maar een nieuwe start te maken, wat computers betreft. De geïnfecteerde machine stamde uit 2003, de harde schijf was al aardig volgelopen en bovendien heeft Microsoft aangekondigd dat de ondersteuning van XP per 8 april ophoudt. Misschien blijkt op 1 april dat dit laatste een grapje is, maar met de voortvarendheid waar ik tegenwoordig nogal last van heb, was een beslissing snel genomen: er moest een nieuwe computer komen. Binnen een half uur was, na wat research op internet, een keuze gemaakt en aangezien wij hier in Dordt tegenwoordig een Saturn hebben (ideale winkels om iets snel te scoren als je weet wat je hebben wilt), stond het apparaat van mijn keuze woensdagavond al thuis.
De computer in kwestie was onvermijdelijk uitgerust met Windows 8.
Iets anders is eigenlijk niet meer te koop; een jaartje geleden lukte het me nog een netboekje te kopen met Windows 7, maar inmiddels is het slikken of stikken, wat Windows 8 betreft.
Tenzij je een Apple koopt, natuurlijk. Nu waren mijn eerste twee eigen computers allebei Macs en was ik ooit een echte Apple-exegeet, maar sinds Apple zich van een licht-anarchistisch bedrijfje heeft ontwikkeld tot één van de vuigste multinationals die er bestaan, ben ik wel een beetje klaar met het merk.
Wat scheelt is dat mijn vriendin al vorig jaar met Windows 8 te maken kreeg en ik haar nieuwe computer gebruiksklaar moest maken.
Het was de eerste keer dat ik me realiseerde dat de digitale revolutie op me was uitgelopen. Ik heb heb mezelf namelijk altijd beschouwd als iemand die ooit in de voorhoede van die revolutie zat. Op de TH-Delft stonden we in 1981, op wat toen nog het Rekencentrum heette, te kijken naar de eerste IBM PC en werd ons verteld dat dit de toekomst was. In 1985 aanschouwde ik het wonder van de grotendeels muisgestuurde oer-Macintosh, met een menubalk die je binnen een paar uur helemaal vertrouwd maakte met een wildvreemd programma. Begin jaren negentig hingen de universiteiten als eerste aan het internet. Ik had dus al wel het één en ander gezien, dacht ik.
Maar Windows 8 was het eerste stuk software dat grote irritatie en zelfs woede in mij opwekte. Ook twee dingen die ik in de afgelopen jaren steeds beter had leren te vermijden. Microsofts grootste innovatie van de laatste jaren zette me dus in allerlei opzichten een paar stappen terug. Tel uit je winst.
Eén en ander nam eigenlijk ook meteen de vorm aan van een generatieconflict. Ik wilde helemaal niks te maken hebben met een besturingssysteem dat het computerscherm eruit laat zien als een hele grote smartphone en dat vindt dat mail ophalen bij je provider uit de tijd is. Dat moet volgens de jongens en meisjes van MS namelijk exclusief uit de cloud komen. Liefst het wolkje van MS zelf, natuurlijk, dat spreekt.
Nou ja; uiteindelijk blijkt dat die superfeestelijke tegels, waarmee de computer opstart, wel te vermijden zijn en mailen via de provider kan gewoon worden geregeld door een apart mailprogramma te installeren. 'Thunderbird' van Mozilla, bijvoorbeeld. Ook de onvermijdelijke kantoorsoftware haalde ik uit diezelfde hoek, namelijk OpenOffice. Een programma dat vrijwel exact hetzelfde kan als MS Office, maar geheel gratis kan worden gedownload. Welke machinaties achter dit laatste zitten, heb ik tot heden niet weten te achterhalen. De ervaring leert dat niets van enige kwaliteit in deze wereld gratis is. Maar het feit ligt er: OpenOffice werkt, heeft geen ongewenste bijwerkingen en het kost niks.
Tot zover lukte het, na de aanvankelijke boosheid om zoveel eigenwijsheid en dwingelandij van Windows 8, nog wel.
Toen ik opnieuw met Windows 8 aan de gang ging op mijn eigen nieuwe computer, stuitte ik echter op een fenomeen dat ik bij mijn eerste confrontatie met het systeem nog niet was tegengekomen.
MS levert bij Windows 8 nog steeds de eigen internetbrowser, Internet Explorer.
Over de strijd tussen de verschillende browsers, om een zo groot mogelijk stuk van de taart in te pikken, is al veel geschreven, maar dat IE inmiddels wordt ingezet om het downloaden van MS-onwelgevallige zaken tegen te gaan, was nieuw voor me.
Bij een poging opnieuw Thunderbird en OpenOffice te downloaden, vond ik de bewuste sites moeiteloos, maar bleek het downloadknopje onvindbaar. Het bleef een vrij raadselachtig gegeven, totdat ik ergens op internet de tip vond om die downloads niet via IE te benaderen, maar met Firefox, een van de concurrenten van IE en niet toevallig uit dezelfde OpenSource-stal als Thunderbird en OpenOffice. Het downloaden van Firefox lukt zonder meer. De sites van Thunderbird en OpenOffice, benaderd met Firefox, tonen wèl de downloadknoppen op plekken, waar IE niks laat zien.
Eén en ander heeft mijn idee van normen en waarden binnen de schimmige wereld van de IT-multinationals opnieuw bijgesteld. Het begint alle trekken van een vuile oorlog te krijgen, die over de rug de van consument wordt uitgevochten. Het lastige is ook dat er geen good guys en bad guys lijken te zijn. Iedereen vecht om zijn eigen graaicapaciteit zo groot mogelijk te houden. De leveranciers van Thunderbird, OpenOffice en Firefox lijken in dit verhaal filantropische instellingen, maar ik twijfel er niet aan of ook in die hoek spelen financiële belangen een rol. Niemand werkt voor niks en zeker niet in de IT-industrie. Die gratis software kost iets, hoewel de leverancier graag de mythe in stand houdt dat het allemaal vrijwilligerswerk is.
Dat neemt niet weg dat de consument met een beetje manoeuvreren zijn eigen optimum kan en moet zoeken, als hij zich niet door een gigant als Microsoft voor enkele honderden euro's MS-Office wil laten aansmeren. Want vanzelfsprekend is een proefversie van dat programma wel degelijk meegeleverd op mijn nieuwe computer. Dertig dagen mag ik daarmee spelen, daarna moet er betaald worden, of werkt het programma niet meer.
Het icoontje van MS-Office, dat standaard op de onderste menubalk van Windows 8 stond, heb ik inmiddels verwijderd.









