woensdag 4 november 2026

Keert het tij?

Cartoon: Harm Bengen















Het was niet het eerste waar ik aan dacht toen ik vanmorgen wakker werd. 
Een vreemde droom, waarvan ik er de laatste tijd wel meer heb, hield me even bezig. Maar  terwijl ik thee zette en een paar boterhammen zaagde van mijn gisteren zelfgebakken brood (een liefhebberij waar ik binnenkort een aparte blog aan zal wijden), schoot het me weer te binnen: de Midterms in de Verenigde Staten.

Vooraf was, naast de voor de Democraten positieve peilingen, ook veel praat gemaakt van de notoire onbetrouwbaarheid van die peilingen in de VS. Ik nam derhalve niet bij voorbaat aan dat deze verkiezingen Trump de das om zouden doen.
Tussen hoop en vrees opende ik de Volkskrant app, die ik tegenwoordig naast de normale digitale krant consulteer, als ik dicht op de actualiteit wil zitten.
Wat ik zag overtrof zo te zien niet alleen mijn verwachtingen, maar ook die van de Volkskrant-redacteuren en mogelijk ook die van de Amerikanen zelf. Op het moment van schrijven lijkt het er onontkoombaar op dat de Democraten in zowel het Huis van Afgevaardigden als in de Senaat de meerderheid hebben verworven. 
En, misschien wel nòg verbazingwekkender: Trump lijkt de nederlaag te accepteren, wat waarschijnlijk mede een gevolg is van de cijfers waarmee de Republikeinen zijn verslagen. De verschuivingen zijn over heel de VS tè groot en algemeen om nog geloofwaardig over stembusfraude te kunnen beginnen.

Dit verlies maakt de regering Trump zo goed als vleugellam.
Gecombineerd met de winst van Lula in Brazilië, het verlies van Orban in Hongarije, de omwenteling in Servië, en een nieuwe, mogelijk niet-zo-rabiate regering in Israel, zou één en ander kunnen leiden tot het idee dat de trend richting extreem rechtse, semi-fascistische regimes wereldwijd is gekeerd. 
Zou het kunnen zijn dat de kiezer in het algemeen toch democratischer gezind is dan hij de laatste jaren leek te zijn?

In de Volkskrant van vanmorgen nog niks over de winst van de Democraten in de VS.
Er was wèl een column van Merel van Vroonhoven. 
Voor het geval u niet op hoogte bent van haar levensloop tot nu toe: tot 2019 vervulde zij tal van maatschappelijke èn commerciële functies bij een reeks van bedrijven en instellingen. In dat jaar liet ze zich, tot veler verrassing, omscholen tot leerkracht in het basisonderwijs. Ze werkt nu in het speciaal onderwijs onder andere met autistische kinderen, terwijl ze ook nog steeds in het bedrijfsleven actief is, o.a. als commissaris van het Rotterdamse Havenbedrijf.
Mevrouw Van Vroonhoven lijkt me daardoor iemand met een breed inzicht in alle aspecten van de Nederlandse maatschappij èn de Nederlandse politiek.
In haar column van vandaag brak ze de staf over diezelfde politiek en benoemde het fenomeen van het voortdurend in de 'campagnestand' staan van de Nederlandse politici, waarbij overigens ook links (te weten: PRO) niet werd gespaard. Maar, voor mij bijna vanzelfsprekend, de VVD kreeg de stevigste veeg uit de pan, met name omdat die partij nu in de regering zit en "besturen al tijden verwart met campagnevoeren". 
In deze context hekelt ze ook het gebrek aan staatsmanschap van veel politici, die het landsbelang ondergeschikt maken aan het partijbelang.
Inderdaad lijkt de tijd van mannen als Drees, of zelfs Lubbers en Kok ongelofelijk ver achter ons te liggen. 
De huidige politiek en ook het regeringsbeleid wordt overheerst door minderheidsbelangen; van onze miljonairs tot onze boeren. Identiteitspolitiek, het belang van minderheden als LHBTI-ers, zwarte Nederlanders en wat dies meer zij, krijgt veel aandacht. 
Ik zou niet willen beweren dat die aandacht voor belangen van minderheidsgroepen altijd onterecht is, maar ik heb wèl het gevoel dat het tot veel energieverlies leidt. Mijn persoonlijke idee is dat hun problemen ook dichter bij een oplossing komen als de maatschappij in het algemeen wat meer de menselijke kant opgaat. Meer collectiviteit betekent naar mijn idee ook meer inclusiviteit. We zijn allemaal mensen, tenslotte.

De ommezwaai in de VS roept desondanks een zeker optimisme bij me op. 
Er zijn daar ondertussen mensen die zichzelf publiekelijk 'socialist' durven noemen. In Nederland zitten we met een grote partij, waarvan de leiding nog steeds in een stuip raakt zodra het woord 'socialisme' valt. Daar lijkt men nog tegen socialisme aan te kijken zoals men dat tot voor kort vrij algemeen in de VS deed. Terwijl allang duidelijk is dat het marktdenken op vrijwel alle fronten heeft gefaald. Behalve misschien voor de eerder genoemde miljonairs.
Maar als het idee dat alles wat in de VS tot de populaire cultuur gaat behoren binnen een paar jaar ook in Nederland aan de orde is nog steeds klopt, dan is er alle reden tot hoop.

We gaan het zien.