vrijdag 9 oktober 2026

De krant en mijn humeur




















Het lezen van de krant is steeds minder bevorderlijk voor mijn humeur.
Nu kan dat mede veroorzaakt worden door het gegeven dat ik de Volkskrant lees. Rechtse mensen betichten die krant er steevast van "zuur" te zijn. Waarbij wel moet worden aangetekend dat dit "zuur" mensen aan de rechterkant voor in de mond bestorven ligt, zodra het om uitingen gaat die als 'links' kunnen worden aangemerkt. Wel een merkwaardig woord in deze context. Zodra iets door rechts als "zuur" wordt weggezet, gaat het meestal om een voor rechts onwelgevallige waarheid.  Het lijfblad van rechts, de Telegraaf, daarentegen, is niet zuur, maar neigt nogal 's naar een soort hysterie. Die door een deel van de rechterhelft van dit land wordt geïnterpreteerd als 'de waarheid'
Nou ja; hier laat je wat, daar vindt je wat, zei mijn moeder vaak. Of: geen koe zo bont of er is wel een vlekje aan.

Maar goed; wat las ik in de krant dat mijn goede humeur enigszins aantastte?
Een artikel in de krant van gisteren, dat handelde over het gegeven dat Nederlanders nogal actief zijn op de Spaanse woningmarkt. Het had zelfs de voorpagina gehaald. Nederlanders kopen niet alleen huizen in Spanje; ze bouwen ze ook. Het aantal Nederlanders dat in Spanje een huis koopt stijgt de laatste tijd sterk.
Al lezende in het artikel blijkt hoe de vork in de steel zit.
Veel van die Nederlanders zijn niet zozeer op zoek naar een vakantiehuisje. In veel gevallen ontvluchten ze Nederland. Niet omdat ze daar geen huis kunnen kopen (Nederland kent, net als Spanje een nogal overspannen woningmarkt) maar omdat ze "Nederland zat zijn". 
Een verschijnsel dat ik, sinds de documentaire-reeks 'Wakker in Paraguay', het Paraguay-effect zou willen noemen.
Nu was de groep die we naar dit Zuid-Amerikaanse land zagen verkassen vrij divers van samenstelling. Onder hen waren mensen die meenden dat we in Nederland werden vergiftigd door contrails, maar de groep kende ook de nodige opportunisten die moeite hadden met "regeltjes" en dachten in hun eigen gated community in Paraguay min of meer een klein staatje-in-de-staat te kunnen vestigen. Waar alleen hun eigen waarden en normen, voor zover ze die hadden, ertoe deden. Dat gold niet in het minst voor het duo dat deze exodus organiseerde, Jeroen Pols en Jan Engel. Voor hen was het, naast een project op basis van een vage ideologie, ook gewoon een verdienmodel, vermoed ik.

In het artikel in de Volkskrant kwam een een Nederlandse projectontwikkelaar aan het woord voor wie ideologische motieven geen rol speelden; hij deed al tientallen jaren in Spaans vastgoed. Het was zijn business en meer niet. Maar omdat hij al zo lang op deze manier actief was, kon hij wel constateren dat er duidelijk sprake was van een flinke groei. Wat niet veranderd was: zijn klanten waren bijna zonder uitzondering Nederlanders.
Maar wat voor een deel wèl was veranderd: de motivatie van die Nederlanders om een huis in Spanje te kopen. Die huizen zijn niet altijd meer bedoeld voor een paar maanden per jaar, of om in Spanje te overwinteren. Veel kopers vinden er niks meer aan in Nederland en willen ons land verlaten.
Aan het woord komt onder andere snackbar-eigenaar Sander Bos, 33 jaar oud: "Ik was helemaal klaar met Nederland. Klaar met de huizenmarkt, klaar met het ondernemersklimaat en klaar met de regeltjes". Hij woont nog in een huurwoning, is geïnteresseerd in het kopen van een woning in Spanje en heeft in Alicante een snackbar geopend. "Probeer in Nederland maar eens zo'n zaak te openen, met uitzicht op zee. Vergeet het maar". De zaak lijkt niet heel erg goed te draaien, maar: "Ik kan altijd nog terug. Dat is dan wel weer het voordeel van Nederland". Om het laatste te illustreren houdt ie z'n hand op: "je kunt altijd nog zó doen".
Niks menselijks is Sander Bos vreemd: ook niet van twee walletjes eten, als het zo uitkomt.

Een andere categorie van Nederlandse huizenkopers koopt de huizen als belegging. Ze ontvluchten de strengere regels voor huurwoningen in Nederland: "Je moet in Nederland meer belasting betalen, terwijl je minder rendement kunt verwachten". Dat die rendementen in de jaren hiervoor schandalig hoog waren komt niet aan de orde. Geld verdienen met vastgoed is tegenwoordig kennelijk een ratrace. Het moet snel heel veel geld opleveren, anders is het niet interessant. 

In Torrevieja staat café Het Elfde Gebot, dat vol zit met Nederlanders die Nederland ook "helemaal zat" zijn. Als kapitaalkrachtige vluchteling fulmineert men hier tegen de asielzoekers in Nederland. Er is desondanks een vaag besef dat men zelf in Spanje ook een buitenstaander is: "Ik voel me soms zelf een gelukszoeker. Door hier een huis te kopen, sluit ik een Spanjaard buiten die het misschien ook had willen hebben". Het blijkt een praatje voor de vaak: "Maar ja, ik kan niet de hele wereld op mijn rug nemen". Inderdaad: je hebt het geld ervoor, of je hebt het niet en in dat geval heb je gewoon pech gehad.

Wat is er toch net de Nederlander gebeurd in de afgelopen veertig jaar?
Ieder gevoel voor collectiviteit is verdwenen. De heersende instelling lijkt 'ieder voor zich en God voor ons allen' te zijn geworden. Een bepaalde klasse Nederlanders heeft geleerd om goed voor zichzelf te zorgen. De welvaart is een zaak van het individu geworden. Collectieve voorzieningen? De Nederlander wil geen sinterklaas meer zijn van de klasse zonder geld. De voorzieningen die hij nodig heeft, koopt ie zelf wel in. Wie daar geen geld voor heeft, heeft het gewoon slecht met zichzelf getroffen. Omdat ik aan de hand van het kenteken redelijk kan inschatten hoe oud een auto is, kan ik, rondrijdend in Nederland, zien dat het merendeel van de auto's niet ouder is dan een jaar of twee, drie. En het zijn vaak geen kleine auto's.
In Nederland zit heel veel geld bij het individu, terwijl de collectieve voorzieningen kapot worden bezuinigd
 
Maar ook in de wijken waar de modalen en beneden-modalen wonen heeft men zich op zichzelf teruggetrokken. 
Nog bij mijn ouders heb ik in een huurhuis gewoond dat in de jaren vijftig is gebouwd. Bouwgrond was toen nog wat goedkoper en deze huizen hebben voor de huidige begrippen heel royale achtertuinen. Ze staan er nog steeds, en een paar jaar geleden ben ik er nog eens langsgegaan, waarbij ik ook de brandgangen achter de huizen bewandelde.
In de tijd dat ik er woonde, bestonden de erfscheidingen overal uit ligusterheggen. Bijna alle bewoners hielden die heggen op een hoogte van een ruime meter. Als ik bij ons thuis achter in de tuin stond, reikte de blik tot de begane grond van de huizen achter ons, maar ook tot die van de huizen het andere einde van het blok, op ruim 200 m. afstand.
Bij mijn laatste bezoek bleek dit niet meer het geval. Iedereen had de ligusterheggen vervangen door meer dan manshoge schuttingen. De brandgang die tussen de twee blokken huizen doorloopt, was een kloof geworden met steile wanden van 2,5 m. hoog.
Zelfs de mensen zónder een ton op de bank hebben een muur opgetrokken om de buitenwereld buiten te sluiten..

Welke conclusie kan ik uit één en ander trekken?
Voornamelijk dat ik inmiddels te oud ben om zelf mijn hielen te lichten uit dit aan zichzelf overgeleverde land, om vervolgens mijn heil te zoeken in een klein Frans dorp of de Scandinavische natuur. Nederland schiet er ook helemaal niks mee op, als ik vertrek. Ook de hoop dat Nederland opknapt als iedereen die het land "helemaal zat is" ophoepelt, lijkt me ijdel. 
Het enige wat erop zit is door te gaan met ademhalen en vooral mezelf zo sociaal mogelijk op te stellen, denk ik. En een beetje hoop kan blijven koesteren
De hoop dat ik nog een kantelpunt ga meemaken. 
Het moment waarop de meerderheid inziet dat we samen een maatschappij vormen en dat een maatschappij staat of valt bij een sociale opstelling, empathie en gevoel voor collectiviteit. En dat de Nederlanders daadwerkelijk gevolg geven aan dat inzicht.

Amen.