Net als Gerrit was Willem min of meer een collega. Eentje uit de laatste periode van mijn werkzame leven.
Hij werkte bij Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente Dordrecht. Ik was vanaf november 2001 min of meer bij die dienst ingehuisd, omdat ik secretaris va de Welstandscommissie was. Tussen mij en de plantoetsers van die dienst was regelmatig overleg over ingediende bouwaanvragen. 'Redelijke eisen van welstand' was tenslotte een onderdeel van de 'heilige drie-eenheid' bestemmingsplan - bouwbesluit - redelijke eisen van welstand, waaraan een bouwplan moet voldoen om een bouwvergunning te krijgen.
Bouw- en Woningtoezicht als zodanig bestaat inmiddels niet meer; een kleine twintig jaar geleden werd deze diensten landelijk samengevoegd met de milieudiensten en de daaruit resulterende dienst heet sindsdien 'Omgevingsdienst'.
In deze context was Willem gedurende veertien jaar mijn collega.
Bouw- en woningtoezicht van de gemeente Dordrecht maakte in de periode vóór de vorming van de Omgevingsdienst deel uit van de dienst Stadsontwikkeling van de gemeente Dordrecht. Dit destijds vrij omvangrijke gezelschap was van een bonte pluimage. Zowel Monumentenzorg (Dordt heeft meer dan 1000 monumentale panden) als Stedenbouw maakten er deel van uit, evenals Vastgoedbeheer en Grondzaken.
Stadsontwikkeling had bovendien, binnen het gemeentelijke apparaat als geheel, ook een reputatie als zijnde een verzameling feestnummers en bonte honden.
Dat gold in zekere mate ook voor het toenmalige Bouw- en Woningtoezicht. De dienst had een hoofd, maar een deel van de werknemers vulde de hun toegewezen taken geheel naar eigen inzicht in en maakte het zichzelf daarbij niet moeilijker dan strikt nodig was. Bij de dienst leerde ik bijvoorbeeld het begrip 'artikel 5' kennen. De toepassing daarvan kwam neer op het door de vingers zien van allerlei zaken die enerzijds niet helemaal in overstemming waren met de voorschriften, maar anderzijds niet zó schadelijk werden geacht dat er 'moeilijk' over moest worden gedaan.
Dit laatste is meteen een mooi aanknopingspunt om wat meer te vertellen over passant Willem.
Voor Willem bestond 'artikel 5' namelijk niet. Hij deed alles volgens het boekje. Een standaard ambtenaar zoals die leeft in de voorstelling van de gemiddelde niet-ambtenaar. Binnen het gezelschap van plantoetsers was hij één van de hoger opgeleiden; als ik me niet vergis had hij de HTS voltooid. Willem was een peuteraar, niet alleen in zijn werk, maar, zoals bleek toen ik hem wat beter leerde kennen, ook op andere fronten.
Dat hij van wijn bleek te houden zou wat mij betreft weer in zijn voordeel kunnen spreken. Kennelijk was hij in bepaalde opzichten toch een levensgenieter. Maar dat hij regelmatig wijn dronk werd pas duidelijk toen hij me op een onbewaakt ogenblik vertelde dat hij de bezitter was van een klimaatkast voor zijn wijnvoorraad. Ook hier had de hang naar perfectie toegeslagen.
Van lieverlee werd duidelijk dat Willem ook door zijn directe collega's als een wat wereldvreemd buitenbeentje werd beschouwd. Toen Bouw- en woningtoezicht eenmaal was opgegaan in de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en we waren verhuisd naar een ander gebouw in de stad, leidde deze verandering tot aanzienlijke problemen met zijn werkplek. Willem maakte melding van lichamelijk ongemak dat hij weet aan straling die volgens hem uit het plafond kwam. De bron zou, dacht hij, leidingwerk zijn dat electro-magnetische golven uitzond. Tot welke lichamelijke klachten dit bij hem leidde, is mij nooit helemaal duidelijk geworden.
Zijn klachten werden door de leiding in zoverre serieus genomen dat er binnen de grote ruimte waar de plantoetsers zaten, met zijn persoonlijke werkplek werd geschoven. Uiteindelijk werd er een plek gevonden waar hij minder last had van de door hem ervaren negatieve effecten, maar helemaal tevreden is Willem na de transitie van de dienst nooit meer geworden, geloof ik.
Cynisme kreeg bij Willem de overhand.
Toen, al vrij kort na de vorming van de Omgevingsdienst, de Tweede Kamer besloot dat plantoetsing en bouwtoezicht op termijn bij marktpartijen zouden worden ondergebracht en plantoetsers en inspecteurs een mogelijk ontslag zagen opdoemen, was Willem steevast degene die het meest zwarte scenario schilderde.
In 2016 ging ik met pensioen. De Omgevingsdienst huisde inmiddels in het oude (en eigenlijke ook meteen het laatste) postkantoor van Dordrecht, dat op loopafstand van mijn huis ligt. Sommige jongens van de Omgevingsdienst liepen bij mooi weer en rond lunchtijd graag een rondje door de binnenstad, terwijl ze ondertussen de meegebrachte boterhammen oppeuzelden. Zo kwam ik Willem, meestal in het gezelschap van één of meerdere anderen, nog diverse keren tegen.
De laatste keer dat dit gebeurde moet in de periode 2020 - 2022 zijn geweest. Het was Corona-tijd. Willem was alleen en misschien was dat de reden dat we even de tijd namen voor een praatje.
Als ik het me goed herinner was het ergste van de Corona-epidemie al achter de rug; in ieder geval werd er bij Omgevingsdienst weer op kantoor gewerkt. Vanzelfsprekend was de achterliggende periode vrijwel direct onderwerp van gesprek. Al heel snel bleek hoe Willem daar naar keek; Corona was een complot. Het was niet gewoon een epidemie van een toe dan toe onbekend virus. Er waren duistere krachten de gang geweest en ze waren nog lang niet klaar met ons, onwetende burgers.
In een poging om het gesprek in andere vaarwater te leiden, probeerde ik van onderwerp te veranderen en begon ik over een ander maatschappelijk fenomeen. Wat dat precies was weet ik niet meer, maar ook hier zag Willem allerlei geheime manipulaties van de overheid of andere machten.
Eén en ander leidde tot een versneld afscheid. Daarna heb ik Willem niet meer gezien.
De hele traditie van het rondje rond het middaguur schijnt sowieso te zijn afgeschaft, want ook de andere collega's kom ik tegenwoordig nooit meer tegen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten