woensdag 29 september 2021

De foto's en het verhaal erachter

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Harold Arthur Cooper Bird-Wilson was een geluksvogel. 
Niet alleen werd hij geboren met een dubbele achternaam, iets waarmee je in Engeland meteen tot de upper classes wordt gerekend; ook in zijn latere leven zou het lot hem op cruciale momenten goed gezind zijn.
Zijn vader was theeplanter in Bengalen, waardoor hij de eerste jaren van zijn leven in het toenmalige Brits-Indië doorbracht. Terwijl zijn ouders in India bleven, stuurden ze hem op vierjarige leeftijd, samen met twee oudere zussen naar Engeland. 
Hij bezocht Liverpool College, de oudste Public School in Engeland. Hoewel minder bekend, was de school een equivalent van scholen als Eton en Rugby.
Tijdens vakanties op het eiland Wight zag hij de vliegtuigen die streden om de Schneider Trophy, een luchtrace tussen drijver-vliegtuigen, die in 1929 en 1931 boven de Solent werden gehouden. Het riep bij hem een verlangen wakker om ooit zelf te leren vliegen. 
Toen hij in 1937 zijn opleiding op Liverpool College afrondde, meldde hij zich bij de Royal Air Force. Hij kreeg een short-term commission als Pilot Officer. 
In de loop van zijn opleiding tot vlieger liep het al bijna verkeerd met hem af. Tijdens een oefenvlucht in september 1938 stortte hij in slecht weer neer. Terwijl een mede-inzittende het leven verloor, verloor Bird-Wilson zijn neus. Die overigens door de plastisch chirurg Archibald Mcindoe vakkundig werd gereconstrueerd. Mcindoe zou gedurende de tweede wereldoorlog een zekere faam verwerven vanwege zijn reparaties van beschadigde en gedeeltelijk verbrande vliegers.
Na zijn herstel pakte Bird-Wilson de draad weer op als lid van 17 squadron RAF. Een onderdeel dat bij zijn aankomst nog met tweedekkers vloog, maar in juni 1939 werd uitgerust met Hawker Hurricanes. 

Toen in september 1939 de oorlog uitbrak, veranderde er voor 17 squadron aanvankelijk niet veel. Behalve dat er zo af en toe een Duits verkenningsvliegtuig boven de Britse Eilanden verscheen, liet de vijand, na de bezetting van Polen, weinig van zich horen. Veel gevechtservaring deden de vliegers van Fighter Command niet op. Dat veranderde op 10 mei 1940.

De Duitse invasie van Nederland, België en Frankrijk was net een dag oud. 
Er was veel verwarring, vooral aan geallieerde zijde. Niemand wist wat de actuele situatie was. In Engeland had men begrepen dat de Duitsers met parachutisten en luchtlandingstroepen een aanval op de Nederlandse residentie hadden gedaan. Dat die na de eerste dag al grotendeels mislukt was, wisten ze niet. Daarom baarde het gegeven dat de vijand was doorgedrongen in het hart van de vesting Holland de Britten nog steeds grote zorgen. Het Britse opperbevel deed een oekaze uitgaan. Stuur wat jachtvliegtuigen naar de overkant en laat ze de boel verkennen, de situatie opnemen en tegelijkertijd de vijand zoveel mogelijk afbreuk doen.
Dat was de opdracht die 17 squadron kreeg op de middag van 11 mei. 
Kennelijk waren er meer vliegers dan vliegtuigen, want er werd geloot wie wel en wie niet meegingen. Bird-Wilson trok, tot zijn sjaggerijn, het kortste strootje. Van de nood een deugd makend, pakte hij zijn camera en maakte voor het vertrek foto's.
Daarop zien we vliegers druk in de weer met nagelnieuwe kaarten, die kort daarvoor nog opgerold in de kaartenkamer lagen. 
















 
 
Men bestudeerd het terra incognita dat men zal gaan verkennen. Kort na het maken van de foto zijn die kaarten waarschijnlijk gevouwen tot een formaat waarmee ze in de schacht van een vliegerlaars konden worden gepropt.
De volgende foto toont de eigenlijke hoofdrolspelers in dit verhaal.


















De vlieger die voorover buigt en wiens hoofd door die beweging wat onscherp is afgebeeld, is Pilot Officer George Slee. De jongeman die net langs de fotograaf heen kijkt, is Flight Lieutenant Micheal Donne. Hij lijkt zich er nauwelijks van bewust dat hij wordt gefotografeerd. Zijn gedachten zijn ergens anders. Meer dan waarschijnlijk bij het feit dat het nu ècht gaat gebeuren. 17 squadron gaat op verkenning, maar in de Biggles-verhalen kwalificeerde W.E. Johns dit soort operaties consequent als "op zoek gaan naar moeilijkheden".
En moeilijkheden kreeg 17 squadron, op de namiddag van 11 mei 1940.
 
Ik zal het verhaal kort houden. Wie het volledige relaas van de verkenning en de daarop volgende luchtgevechten met de Luftwaffe wil lezen, googelt maar even, met de voor hand liggende zoektermen.
 
De einduitslag was dat 17 squadron vier vliegers verloor en vijf vliegtuigen.
De eskader-commandant wist met een zwaar beschadigd vliegtuig een noodlanding te maken op een vliegveld aan de Vlaamse kust en keerde een paar dagen later terug naar Engeland. Twee vliegers verlieten per parachute hun vliegtuig en raakten krijgsgevangen. 
George Slee verliet boven 's Gravendeel eveneens zijn Hurricane, maar werd, terwijl hij waarschijnlijk al gewond was, hangend aan zijn parachute beschoten door Nederlandse soldaten. Hij overleed een dag later in een lokale Rode-Kruispost, 27 jaar oud.
Micheal Donne slaagde erin met zijn aangeschoten machine net ten oosten van Numansdorp een buiklanding te maken. Maar ook Donne was niet ongedeerd: een kogel had de pantserplaat, die in de Hurricane deel uitmaakt van de stoel voor de piloot, doorboord en hem zwaar verwond. Ook hij overleed, nog dezelfde dag, 23 jaar oud.
 
Ruim vijfendertig jaar later kom ik, als uitvloeisel van mijn eigen onderzoek naar de luchtoorlog boven de Zuid-Hollandse Eilanden, via de RAF in contact met Harold Bird-Wilson. 
Die is op dat moment nèt een paar jaar met pensioen. Ondanks het gegeven dat hij op 24 september 1940 zelf werd neergeschoten, was hersteld van zijn verwondingen en daarna was blijven vliegen als instructeur en gevechtsvlieger, had hij de oorlog overleefd. Hij was in de RAF gebleven en uiteindelijk geëindigd als Air Vice Marshal
Ik, als broekie van nèt twintig, wisselde een aantal brieven uit met de Air Vice Marshal. Hij bleek in het bezit van een foto-album en stuurde me afdrukken van bovenstaande foto's.

Ze zijn altijd het meest indrukwekkende resultaat van mijn luchtoorlog-research gebleven. 
Ik weet niet meer of ik die foto's nog met mede-onderzoekers heb gedeeld toen ik zelf nog in die zin actief was. Maar het feit dat ik ze had, was in die kringen bekend.
Jaren later, rond 2000, werd ik gebeld door Wim Wüst uit Oud-Beijerland. Hij had iets over die foto's gehoord en hij was bezig met een boek over de luchtoorlog boven de Hoekse Waard.
Zo verschenen ze voor het eerst in een boek.
Daarna zijn ze steeds wijder verspreid geraakt. De kans is groot dat u, na googelen met het nummer van het eskader, de datum 11 mei 1940 en de namen Donne en Slee, behalve het volledige verhaal ook deze foto's aantreft. Met allerlei bronvermeldingen, behalve Harold Bird-Wilson.
 
Dat zal hem misschien weinig hebben gedaan. Hij had zijn leven lang het noodlot kunnen tarten zonder fatale gevolgen en voldeed volledig aan de definitie die W.F.Hermans ooit gaf van een held: iemand die ongestraft onvoorzichtig is geweest. Desondanks zal hij nog vaak hebben gedacht aan de eerste collega's, misschien vrienden, die hem als gevolg van de oorlog ontvielen.
Zelf overleed hij in 2000, op 81-jarige leeftijd. 


De foto boven dit verhaal, gemaakt in augustus 1940, toont een Hurricane en een aantal vliegers van 17 squadron. Bird-Wilson zit op het stabilo van de Hurricane, uiterst links.