dinsdag 30 juni 2026

Je leest weer 's een boek, of: op weg naar het einde

























Herstellende van een operatie, waarover ik voor dit moment even niet in detail wil treden, heb ik ongeveer zes weken in depressief makende inertie doorgebracht. Ook met dat laatste zal ik de lezer niet teveel vermoeien, maar één en ander nam, onder andere, de vorm aan van veel nutteloze uren op internet. Vooral die zogenaamde 'shorts' van YouTube zijn, ondanks het vaak volslagen debiele gehalte van de filmpjes, zonder meer verslavend. Je blijft klikken tot er weer een halve dag is verstrekken, om vervolgens te constateren dat het werkelijk niets anders heeft opgeleverd dan verbeuzelde tijd. En als je, om met Reve te spreken, op weg bent naar het einde, is dat een tamelijke sneue constatering. De laatste fase van het leven moet met iets beter te vullen zijn. 
Voor  u nu van alles gaat denken: ik ben niet méér of sneller op weg naar het einde dan elk willekeurig ander mens, maar soms is het besef dat vroeg of laat de koek op is wat sterker aanwezig dan op andere momenten.
Een weekje geleden had ik qua YouTube-verslaving kennelijk mijn tax bereikt; ik besloot naar de bibliotheek te wandelen om een paar boeken te lenen. Geen romans, natuurlijk. Ik heb hier al vaker betoogd dat ik, als ik lees, ik liever over èchte levens lees. 

Over Hermans en Mulisch heb ik op dit blog al eens geschreven, Aan Reve, volgens de canon eveneens behorend tot de zogenaamde 'grote drie' van de Nederlandse literatuur uit de tweede helft van 20e eeuw, heb ik tot nu toe nooit veel woorden besteed. 
Vanzelfsprekend heb ik in de loop der jaren wel het nodige meegekregen over zijn kleurrijke levensloop. En ik heb een paar boeken van hem gelezen. Ook was ik mezelf ervan bewust dat geen enkele andere Nederlandse schrijver een fanbase had, en heeft, die vergelijkbaar is met die van Reve. De 'reviaan' is een bestaand type mens, en ik vermoed dat de revianen er tot in lengte van jaren voor zullen zorgen dat Reve voorlopig niet vergeten wordt.

Derhalve was één van de boeken waarmee ik thuiskwam het eerste deel van de Reve-biografie van Nop Maas 'De vroege jaren 1923 - 1962'.
Snel samengevat was het lezen daarvan een tamelijk bevredigende ervaring, hoewel Maas als schrijver zelf ook wat merkwaardige trekjes vertoont. Zo hecht hij eraan om 'kloeg' te schrijven als hij 'klaagde' bedoelt. Deze schrijf- en zegswijze schijnt hier en daar in Vlaanderen nog voor te komen, maar is in Nederland nauwelijks bekend c.q. uitgestorven. Ook is er bij de biograaf een zekere voorkeur voor het gebruik van moeilijke woorden, ook als er een voor iedereen te begrijpen Nederlands equivalent voor bestaat. Maas schrijft 'irenisch' als hij 'vredelievend' bedoelt, bijvoorbeeld. 
Gelukkig worden de noten direct onderaan de betreffende pagina weergegeven. Ze zijn, om het eufemistisch uit te drukken, nogal talrijk. Steeds naar het eind van het hoofdstuk, of achterin het boek bladeren zou het leesplezier behoorlijk hebben bedorven.
De mate van detail leidde er soms wel toe dat ik regelmatig een paar bladzijden diagonaal las, tot mijn oog weer bleef hangen aan een naam of een zinsnede die mijn aandacht trok.

Wat betreft Reve's eerste veertig levensjaren zijn er twee dingen die er wat mij betreft uitspringen.
Ten eerste is daar het gegeven dat de schrijver, na het succes van zijn eerste boeken ('De avonden' en 'Werther Nieland/ De ondergang van de familie Boslowits') meer dan tien jaar op zoek is geweest naar zichzelf en naar de literaire vorm waarmee hij uiteindelijk pas ècht deel van de eerder genoemde 'grote drie' werd. 
Hoewel Maas het verhaal van deze periode doorspekt met lachwekkende anekdotes, is de algemene indruk van Reve in deze periode toch die van een getormenteerd mens, die bovendien vaker wel dan niet een plaag is voor zijn omgeving. Hij is weinig productief en zijn leven wordt vooral door anderen bekostigd. 'Parasitair is een woord dat opkomt.
Dat parasitaire, en dat is het tweede dat nogal op de voorgrond treedt, geldt vooral voor zijn huwelijk met Hanny Michaelis. Zij heeft nogal wat van Reve moeten verduren en heeft voor de steun die ze hem, gedurende de elf jaar dat ze met hem getrouwd was, gaf betrekkelijk weinig teruggekregen. 
Men kan zich afvragen wat er gebeurd zou zijn als Reve zich eerder had verzoend met zijn homoseksualiteit, en hij de relatie met Michaelis nooit was aangegaan. Er waren dan, naar mijn idee, twee opties geweest: één: Reve had eerder zijn vorm gevonden en was al in een veel eerder stadium een groot schrijver geworden, of twéé: hij was volledig vastgelopen in zijn neuroses, financiële problemen en algemene onaangepastheid, en was daar al ver voor zijn veertigste levensjaar aan ten onder gegaan.

Hoe dan ook, ondanks het gegeven dat het boek uitstekend leesbaar is, is het geen lectuur waar je van opknapt, als je eigen levensvreugde even wat minder is..
Deel 2 van de biografie heeft als ondertitel 'De rampjaren' Ik denk dat ik het lezen daarvan nog maar even uitstel. Het kan, in het geval van Reve, kennelijk allemaal nóg erger.

Van de weeromstuit ging ik aansluitend even op zoek naar wat ik zelf van Reve had staan en het eerste dat ik vond was 'Oud en eenzaam'. 
Daarin komt onder andere de bouw van zijn geheime kasteel 'Notre Reine' op een "platte, 749 m. hoge berg" aan de orde. Reve noemt ook het dorp La Paillette, dat er vlakbij ligt. Mijn fascinatie voor plekken waar iets gebeurd is, al dan niet schuldige landschappen zo u wilt, bracht me ertoe om via GoogleMaps en internet te achterhalen waar 'Notre Reine' precies lag.
Die zoektocht leidde me onder andere naar het blog Keesjemaduraatje
De maker van het blog had Reve's Franse stulpje, ondanks het feit dat hij een zelfbenoemd reviaan is, nooit ècht bereikt, maar in de reacties gaf iemand de coördinaten in lengte- en breedtegraden en zo weet ik nu precies waar het ligt; 5 km. ten zuiden van Vesc, in de Drôme, Frankrijk.

Uit de kop van het blog ("0ver Palestijnen, terrorisme, islam, Israël misstanden en persoonlijke belevenissen") bleek echter dat het reviaanse verhaal een uitzondering op de regel was. De schrijver, die in het echt ook Kees heet, put zich al sinds december 2005 voornamelijk uit in agitprop tegen de Palestijnse zaak en de Islam, en vóór Israël. Zeker in de eerste jaren scheef hij honderden berichten per jaar. Na het lezen van een paar van die berichten kom je tot de conclusie dat het woord 'rabiaat' hier op z'n plaats is; elke nuance ontbreekt. Kees ziet slechts één kant van de zaak; de tienduizenden doden in Gaza spelen in zijn overwegingen geen enkele rol.
Eén en ander was dusdanig intrigerend, dat ik nog even verder zocht op 'keesjemaduraatje'. Uiteindelijk vind je dan dat Kees ook actief was in de krakersbeweging van de jaren tachtig.

Het kan verkeren.
 
Ooit stuitte ik op de theorie dat links en rechts extremisme, naarmate ze extremistischer worden, zich soms in een soort tegenstelde cirkelbeweging bewegen, waardoor ze uiteindelijk elkaar naderden en links-extremisme bij individuen soms vrij abrupt kan omslaan in rechts-extremisme.  
Hoewel het misschien te ver gaat om Pim Fortuyn een extremist te noemen, zijn er wel mensen geweest die zijn omslag van radicaal links naar radicaal rechts op deze manier hebben verklaard. Ook Reve maakte een dergelijke omwenteling in denken door en om bij mezelf te blijven: zonder dat ik het toen in de gaten had was ik lang geleden zelf ook 'rechts', waarna ik van lieverlee steeds 'linkser' ben geworden. Maar ik geloof dat ik er redelijk in ben geslaagd om weg te blijven van extremisme.

Hoe een vrij onschuldige obsessie met 'plekken', na het lezen van een biografie waarin verloren tijd een grote rol speelt, uiteindelijk leidt tot het opduikelen van nòg iemand die zijn tijd en energie op grote schaal verspilt met bezigheden die uiteindelijk tot niets positiefs leiden.

Ook Kees, die waarschijnlijk niet veel jonger is dan ik, is op weg naar einde.  
Soms probeer ik me wel eens een voorstelling te maken van waar je aan zou kunnen denken als je laatste uur geslagen heeft. Dat je dan hopelijk het idee hebt dat je, ondanks alles, je leven niet verspild hebt, bijvoorbeeld
In de biografie van Reve komt ergens, eind jaren vijftig, ook nog een brief van W.F. Hermans aan Reve aan de orde, waarin hij aangeeft ten aanzien van laatstgenoemde "agressief medelijden" te voelen. Hij was  het geklaag en de vruchteloze pogingen van Reve om een  Engelstalige schrijver te worden een beetje zat, en zei om die reden de aanvankelijke vriendschap min of meer op.
Zelf ben ik het totaal niet eens met de politieke stellingname van Keesjemaduraatje, maar meer nog ben ik ontdaan door de zinloosheid van zijn al twintig jaar voortdurende fanatisme. Naast wrevel met betrekking tot zijn politieke standpunt, voel ik een zekere medelijden. Ik heb, bij wijze van spreken, met hem te doen.
Agressief medelijden; ik begrijp nu pas goed wat Hermans daarmee bedoelde, denk ik.

zondag 14 juni 2026

There's something in the water!





















Afgelopen vrijdagavond, rond half negen, werden de inwoners van Dordrecht, Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht verrast met een mailtje van Evides, het lokale waterleidingbedrijf. De E-coli bacterie was aangetroffen in het drinkwater en Evides adviseerde voor de eerstkomende 72 uur het water voor consumptie 3 minuten te koken.
Ongeveer twee uur volgde een NL-Alert van dezelfde strekking, via de telefoon. Toch goed dat de vanouds vertrouwde luchtalarm-sirenes voorlopig niet door het NL-alert worden vervangen, dacht ik.
Nu had mijn vrouw, die altijd wat gevoeliger is voor de mogelijkheid van allerlei calamiteiten, al paar 2-liter pakken bronwater klaar staan; nog niet zo lang geleden aangeschaft toen de burgers van Nederland werd aangeraden een noodpakket in huis te nemen. Bovendien kookte ze meteen het nodige water en vulde daarmee een verzameling doppers en thermosflessen die uit alle hoeken en gaten werden verzameld.
In de loop van de volgende dag bleken we daar als dagvoorraad ruim voldoende aan te hebben. Extra bronwater werd dus niet aangeschaft en de pakken die we wel hadden bleven voorlopig dicht.
Gisterenavond (zaterdag) kwam er om kwart voor acht een nieuw mailtje met de boodschap dat het eerdere kookadvies was opgeheven. Nadere onderzoeken hadden uitgewezen dat er van besmet leidingwater geen sprake was. Een vals alarm dus waarschijnlijk. NL-Alert was dit keer wat meer bij de tijd; enkele minuten na de mail gaf dat dezelfde melding.

Vanmorgen keek ik even bij AD-De Dordtenaar, waar ik, voornamelijk om ook enigszins op de hoogte blijven van het lokale nieuws, een digitaal abonnementje heb lopen.
Vanzelfsprekend was ook het afgegeven en weer snel ingetrokken kookadvies nieuws waaraan de krant niet voorbij kon gaan. 
‘Valse’ melding van poepbacterie in drinkwater, hoe kon dat gebeuren? luidde één de koppen. Want gewoontegetrouw moet er een schuldige worden gevonden voor het leed dat de burger is aangedaan.
Het voornaamste leed deden burgers echter zichzelf aan.
Onder de kop Massale run op waterflessen na besmet drinkwater in Drechtsteden: ‘Mensen denken alleen aan zichzelf’ berichtte AD-De Dordtenaar over de taferelen die zich bij de Dordtse supermarkten hadden afgespeeld. Het hamsteren had tamelijk hysterische vormen aangenomen; sommige klanten namen in één keer bijna100 liter bronwater mee. Bij de Jumbo in Sterrenburg liep het hamsteren vrijdagavond zó uit de hand dat de politie eraan te pas moest komen.
Aangezien de meeste supermarkten op vrijdag om 21.00 u. sluiten en het nieuws om ongeveer 20.30 u. bekend werd, zijn hele volksstammen dus in het laatste halfuurtje dat de supermarkten open waren direct in actie gekomen, om toch maar vooral niks tekort te komen. Of zouden er andere motieven aan de orde zijn geweest, zoals speculeren op een langdurig tekort en zwarthandel? Of was het een combinatie van het één en het ander?

Ik vraag me af hoe snel de vlam in de pan gaat, als zich in de nabije toekomst een ècht serieus probleem voordoet. Het lijkt er wel eens op dat er in meer dan één opzicht sprake is van something in the water.
Het menselijk tekort was hier en daar weer eens vrij onontkoombaar aanwezig.








zondag 24 mei 2026

Nagelknipper uit Kirkenes















Sinds ongeveer vier weken heb ik een nieuwe nagelknipper. Ik kreeg er een keurig houdertje bij; je kunt hem desgewenst  aan de muur hangen. 
In het verleden zat er altijd één in mijn toilettas, maar ze hebben de neiging om op zeker moment daaruit te verdwijnen, en dan ben ik gedwongen mijn heil te zoeken bij de nagelknipper voor thuisgebruik, die in een kastje in de badkamer ligt. 
Maar ik was niet thuis, toen ik het ding vier weken geleden nodig had. Ik was in Kirkenes.

Voor we daar arriveerden, hadden we al een reeks van havens en haventjes langs de Noorse kust aangedaan. De genius loci varieerde van plaats tot plaats. Trondheim en Tromsø, bijvoorbeeld, zijn serieuze steden. Torvik is waarschijnlijk het kleinste gehucht waar werd aangelegd. 
Torvik bestaat uit een paar huizen en een goederenloods met kade, korter dan het schip zelf. Evengoed wordt vanuit de flank van het schip een klep neergelaten. Een heftruck rijdt een paar keer in en uit met een paar pakketten en één auto gaat van boord. Een kwartier nadat het schip, de Nordkapp in ons geval, heeft aangelegd, is het weer onderweg.
























































Samenvattend: we hebben gevaren wat de scheepvaartmaatschappij Hurtigruten de 'klassieke kustreis' noemt: in 12 dagen van Bergen naar Kirkenes en weer terug.
De maatschappij vaart al sinds 1893 een vaste route langs de Noorse kust. Aanvankelijk van Trondheim naar Tromsø en Hammerfest. Men vervoert van oudsher een combinatie van passagiers en vracht, maar de schoonheid van de Noorse kust heeft er in de loop der jaren toe geleid dat het toeristische aspect de overhand heeft gekregen.

Het laatste stuk van de route voor het keerpunt Kirkenes is, landschappelijk gesproken, niet het meest spectaculaire deel, maar Kirkenes zelf is de ultieme buitenpost van Noorwegen. 
De plek waar de Nordkapp aanlegt, ligt hemelsbreed iets meer dan 7 km. van de grens met Rusland. Misschien heeft dat gegeven invloed op de manier waarop het dorp (Kirkenes heeft 4000 inwoners) wordt ervaren. 
Wij liepen er op zaterdagmorgen een paar uur rond en constateerden dat er een soort oostblok-sfeer hing, totaal afwijkend van andere Noorse dorpen van vergelijkbare grootte. Alles leek grauwer doodser. Alle winkels waren gesloten en buiten onze mede-passagiers vertoonde zich vrijwel niemand op straat.
Tijdens de tweede wereldoorlog werd Kirkenes in oktober 1944 bevrijd door het Russische leger. Na de oorlog was er, ondanks de koude oorlog en zeker na het beëindigen daarvan, toch het één en ander aan verkeer over de grens. Hoewel Noorwegen in de jaren '80 en '90 van de vorige eeuw nog niet zo rijk was als tegenwoordig, was er van alles te koop waar men in Moermansk, hemelsbreed 100 km. van Kirkenes, best in geïnteresseerd was. En omdat er derhalve regelmatig Russen in Kirkenes kwamen, waren de Noren zo vriendelijk om de belangrijkste straten in het dorp van tweetalige straatnaamborden te voorzien: Noors en Russisch.



















Sinds de Russische inval in Oekraïne zijn de verhoudingen opnieuw bekoeld.
Wandelend van het schip naar het centrum van het dorp, kwamen we toevallig langs het monument dat de bevrijding van Kirkenes door de Russen gedenkt. Vermoedelijk is het door de Russen zelf neergezet; het spreekt helemaal de stalinistische beeldtaal die Russische oorlogsmonumenten steevast aankleeft. Een Russische soldaat die met zijn wapen in de aanslag moedig voorwaarts gaat.
De Noren hebben er inmiddels een contrapunt naast gezet in de vorm van een blauw-geel gespoten busje met de tekst "STOP WAR STOP PUTIN".



















Op de terugweg uit het centrum passeerden we nòg een herinnering aan de tweede wereldoorlog; een Duitse bunker die uitziet over de fjord die Kirkenes verbindt met de zee.  Een pragmatisch ingestelde Noor vond het na de oorlog een goede fundering voor zijn houten huis, dat hij pontificaal bovenop de bunker bouwde. Mogelijk is het de oostelijkse bunker van de Atlantic Wall. Niet de noordelijkste, want enkele uren later, niet ver van Värdø, zag ik een Blockhaus,  dat in noordelijke richting uitkeek richting de Noordpool, en Vardø ligt noordelijker dan Kirkenes. Het huis lijkt ondertussen alweer leeg te staan; de geschiedenis gaat voort.



















Vlakbij de aanlegplaats van de Nordkapp, eigenlijk buiten het dorp, was de supermarkt waar ik de nagelknipper kocht. Eén van de weinige faciliteiten in Kirkenes die wèl open was.

De hele reis beschrijven is ondoenlijk. Om dat woorden soms tekortschieten, zou het uitmonden in vrij krachteloos proza.
We raakten wèl steeds meer in de ban van het noorden. 
Waar we vorig jaar de Lofoten nog èrg noordelijk vonden en twijfelden of we met ons mini-campertje ooit nog verder naar het noorden zouden rijden, zijn er inmiddels toch plannen in die richting ontstaan, op grond van wat we op deze reis hebben gezien.
Ik zou graag bijvoorbeeld nog eens naar het eerder genoemde Vardø gaan. 
Niet vanwege dat Blockhaus, maar vanwege de nabijheid van het eilandje Hornøya. 
Tijdens het uurtje dat we in Vardø mochten rondlopen, kwamen we erachter dat er in het voorjaar en de zomer een bootje naar Hornøya vaart. Hornøya is één van de belangrijkste broedplaatsen van zeevogels in Noorwegen.



















Tijdens het aanlopen van Vardø zagen we net ten zuiden van Hornøya enorme groepen zeevogels op het water. Maar zoals die dingen gaan: te ver weg om soorten goed te kunnen onderscheiden.

Hornøya, gezien van de verkeerde kant..



















Tijdens het wandelingetje op Vardø; een Papegaaiduiker van
héél dichtbij, maar helaas alleen de kop..




















Ik heb me dus voorgenomen om daar in de goeie tijd van het jaar nog eens terug te keren, als we de tijd aan ons zelf hebben.

We zagen een Zeearend van heel dichtbij bij de ingang van de Trollfjord op de Lofoten, en mijn vrouw spotte nabij Stamsund in een flits de rugvinnen van een groep Orca's, terwijl ik nèt aan de verkeerde kant van het schip stond..















Een ander moment dat ik nooit meer vergeet was de stop in Risøyhamn. 
Dat dorp is weer zo'n onaanzienlijk gehucht, waar de boot slechts voor korte tijd aanlegt. Het ligt op het eiland Andøya en telt volgens Wikipedia 222 inwoners. Een bijzonderheid is dat de zeestraat, die het dorp en het eiland Andøya scheidt van de rest van Noorwegen, heel ondiep is. Er liggen zandbanken en op veel plaatsen staat minder een meter water. Pas toen er ongeveer 100 jaar geleden vanuit het noorden een lange geul werd gebaggerd, werd de kade van Risøyhamn bereikbaar voor de schepen van de Hurtigruten. 

In de verte rechts Risøyhamn














We naderden de plaats rond half tien in de morgen, nadat we de nodige zware sneeuwbuien over ons heen hadden gekregen. Hier en daar lag een paar centimeter sneeuw aan dek. Terwijl we door het genoemde geultje voeren, klaarde het op en eenmaal voor de wal was het vrijwel windstil en zonnig. Het water werd als een spiegel, en dat is het moment dat je ook alles wat op het water zit ziet bewegen. Naast Eidereenden ook IJseenden, Zeekoeten en Zwarte Zeekoeten. Die laatste soort had ik nooit eerder gezien. Het water weerspiegelde de besneeuwde bergen in de omgeving, die soms nog werden omgeven door de restanten van sneeuwbuien.
De rest van de dag kon niet meer stuk.




Vertrek uit Risøyhamn (links); achteruit onder de brug door.




Honningsvåg. Over de weg 50 km van de Noordkaap







De Lofoten





















Een Sieidi; een voor de Sami heilige rotsformatie.


















































Stokvis in Svolvær




























Na terugkeer in Bergen zijn we daar nog twee dagen gebleven. 
De stad is even oud als Oslo, en telt 300.000 inwoners, die erg verspreid wonen; de stad kent uitbreide buitenwijken. Het historische centrum is prima te belopen en aangenaam kleinschalig. De stad staat bekend om het gegeven dat het er nogal vaak regent, maar wij troffen het: we hadden twee dagen stralend weer.
Een mooie groene plek is Nordnessparken, op de kop van het schiereiland waarop het grootste deel van het centrum ligt. Je wandelt er op enkele tientallen meters boven het water tussen oude loofbomen, langs een openluchtzwembad dat in de fjord ligt, de gebouwen van de Universiteit en een oud fort.

Bij het openluchtzwembad van Bergen.















In het centrum, niet ver van het station, ligt het Lille Lungegårdsvannet, een grote vijver in het vlakste deel van de stad. Aan de zuidwestkant ervan liggen de kunstmusea die de stad rijk is. Wij bekeken er de Rasmus Meyer-collectie. Zoals de naam al doet vermoeden een verzameling kunst, die door de verzamelaar van die naam aan de stad Bergen is geschonken. Er hangen veel 19e eeuwse romantische schilderijen, maar ook wel wat expressionistischer werk en een flink aantal schilderijen van Edvard Munch.















Ondanks al die cultuur is de natuur in Bergen niet ver weg
We gingen vanuit het centrum ruim 300 m. omhoog met de Fløybanen een tandradbaantje dat eindigt op de berg Fløyen bij een uitspanning vanwaar je een prachtig uitzicht over de stad en de fjord hebt. Er is het nodige te doen voor kinderen, inclusief het aaien van een aantal geiten, die bij de inventaris horen. 
Vanaf dit punt kun je nog een flink eind verder wandelen. Uiteindelijk kwamen wij tot ongeveer 500 m. boven zeeniveau in een landschap dat sterk doet denken aan de Hardangervida. Echte wildernis. Niet voor Noorse begrippen, natuurlijk, maar toch; de beschaving leek er, op hemelsbreed 3 km. van het centrum van Bergen, vér weg.















In een vorig epistel over Noorwegen heb ik me wel eens lichtelijk negatief uitgelaten over de Noren zelf. Na onze reis van vorig jaar en helemaal na deze reis, moet ik bekennen dat ik daarmee te voorbarig was.
Hoewel de Hurtigruten een commerciële organisatie is, was de sfeer aan boord van de boot aangenaam informeel en ontspannen. Het personeel moet, met name tijdens de maaltijden, hard werken, maar doet dat heel joyeus en heeft daarbij vaak nog tijd voor praatje. Ook in Bergen troffen we dezelfde sfeer. Eén behulpzame Bergenaar liep zelfs enkele honderden meters met ons mee, om ons bij het busstation de halte van de bus naar vliegveld te tonen.
Want, ja; we hebben wel weer 2x anderhalf uur gevlogen dit jaar.

We zijn niet voor de laatste keer in Noorwegen geweest, als het aan mij ligt.





 

vrijdag 15 mei 2026

Komen er Tribunalen?

cartoon: Paresh Nath

















Mogelijk zet ik de lezer met de titel van dit epistel op het verkeerde been. 
Ooit was er een lid van Forum voor Democratie, Pepijn van Houwelingen, tevens Tweede Kamer-lid, die een ander kamerlid; Sjoerd Sjoerdsma van D'66, waarschuwde met de tekst "er komen tribunalen". D'66 is óók een partij die democratie in de partijnaam heeft verwerkt, want daar staat de 'D' van D'66 voor.
Dat zet de a-politieke lezer ook al lelijk op het verkeerde been, want of FvD en D'66 dezelfde definitie van democratie hanteren moet ernstig worden betwijfeld.

Het gaat mij in dit verband echter om de democratie in een ander land, te weten de Verenigde Staten van Amerika. Daar is op dit moment een regering aan de macht die ook zo zijn eigen opvatting heeft over wat democratie nu eigenlijk inhoudt.
We kunnen rustig stellen dat de manier waarop Donald Trump en consorten met de veegwagen door de Amerikaanse instituties razen en van alles doen en niet doen, vaak zonder de daarvoor benodigde toestemming van het Congres en/of het Huis van Afgevaardigden te vragen, niet ècht democratisch is. Zonder overdrijven kan worden gezegd dat de regering-Trump autocratische en zelfs fascistische kenmerken vertoont.
De volle omvang van de schade die dat de VS nu en op langere termijn berokkend is nog niet duidelijk, maar zelfs Trump's politieke achterban in de vorm van de MAGA-beweging binnen de Republikeinse Partij begint in te zien dat er sprake is van schade 
Veroordeelde gevangen, zoals de aanstichters van de Capitoolbestorming,  zonder meer gratie verlenen en vrijlaten werd, hoewel illegaal, nog luidkeels verwelkomd. Ook het schaamteloos combineren van het presidentschap met allerlei commerciële activiteiten, die Trump en zijn gevolg geld in het laadje brachten, veroorzaakte nauwelijks ophef. 
Maar het op straat doodschieten doodschieten van twee onschuldige burgers, zonder dat daar veroordelingen op volgden, en vooral het starten van een oorlog, waarvan Trump beloofde dat hij dat nooit meer zou doen, heeft zelfs de hardliners onder Republikeinen aan het denken gezet.
De betere leefomstandigheden die Trump zijn kiezers heeft beloofd blijven uit. De Amerikanen beginnen zich te realiseren dat ze er sinds zijn aantreden eigenlijk alleen maar op achteruit zijn gegaan. 

De actualiteit van de laatste weken laat zien dat de oorlog tegen Iran een degelijk strategisch plan ontbeert. De strijd duurt al veel langer dan Trump, zijn vice-president Vance en de Minister van Oorlog (inderdaad: van Oorlog) Hegseth verwachtten, iets dat zelfs ik ze vooraf had kunnen vertellen. Al sinds de Tweede Wereldoorlog is duidelijk dat het onmogelijk is een oorlog te winnen met alleen luchtaanvallen. Tijden die laatste oorlog dacht 'Bomber' Harris, het hoofd van het Britse Bomber Command, dat Duitsland op de knieën kon worden gedwongen door de Duitse steden één voor één volledig plat te gooien. Dat platgooien op zich lukte wel, maar de Duitsers keerden Hitler niet de rug toe, zoals Harris verwachtte. 
In Vietnam probeerden de Amerikanen het opnieuw. Drie-en-een-half jaar lang, van maart 1965 tot november 1968 bombardeerden de Amerikanen Noord-Vietnam, zonder dat dit veel resultaat had in hun voordeel; uiteindelijk werden zij de indirecte verliezers van die oorlog; Vietnam werd geheel communistisch.
Maar mede op advies van een Minister van Oorlog, die weliswaar enige militaire ervaring heeft, maar toch vooral carrière maakte als tv-presentator, probeert Trump het nu toch weer in Iran.

Eigenlijk lijkt het erop dat de Trump administration steeds verder wegzakt in een moeras van door diezelfde regering veroorzaakte problemen. Het wordt steeds duidelijker dat men handelt op basis van een falend gevoel van intuïtie en misplaatste overmoed. Er is geen doordachte strategie, en een plan B is er ook niet. 
De Amerikaanse publieke opinie ziet dit ook.
Dit, opgeteld, bij de in aantocht zijnde mid-term verkiezingen in de VS, zou wel eens kunnen inhouden dat de macht van de regering Trump over ruim een half jaar grotendeels gebroken zou kunnen zijn.
Tenminste, als we ervan mogen uitgaan dat die verkiezingen eerlijk verlopen en Trump er niet in slaagt om met onrechtmatige ingrepen de verkiezingsuitslag hoe dan ook in zijn voordeel te laten uitpakken. Voor zover we hem nu kennen gaat Trump dat ongetwijfeld proberen. Het opnieuw indelen van kiesdistricten (gerrymandering), waar de Republikeinen nu druk mee zijn, is in dat opzicht een slecht voorteken.

Maar stel dat Trump en zijn regering deze mid-terms verliezen; wat gaat er dan gebeuren? 
Ongetwijfeld is de president dan grotendeel vleugellam en zou er zelfs een begin kunnen worden gemaakt met het herstel van de normale rechtsorde, of in ieder geval het temporiseren van de verdere aantasting daarvan. 
De vraag is ook of de regering Trump nog in staat is om het beleid dusdanig bij te stellen dat de Amerikaanse kiezers bij de eerstvolgende presidentsverkiezingen, over twee-en-een-half jaar, opnieuw in meerderheid op een Republikeinse kandidaat zullen stemmen en dat een opportunist uit het het eigen kamp Trump zal afvallen en zich als een redelijk alternatief zal presenteren bij de volgende presidentsverkiezing. Vice-president J.D. Vance acht ik wel tot zo'n actie in staat. De Democratische Partij heeft zo'n alternatief nog niet, en staart nog steeds nog steeds als een konijn in de koplampen van Trumps destructieve machinerie.

Er zit, op het moment dat de Democratische Partij in de volksvertegenwoordiging en de Senaat de meerderheid heeft, ook nog steeds een Hooggerechtshof waarvan zes van de negen rechters zijn benoemd door Republikeinse presidenten, waaronder drie die door Trump zijn benoemd.
Desondanks zullen de Democraten proberen een impeachment procedure op gang te brengen. De daden van Trump tot nu toe geven daar alle aanleiding toe. 
Het lijkt me echter ook dat er tenminste sprake is van een gedeelde verantwoordelijkheid, Een groot deel van Trumps ministers heeft zonder blikken of blozen meegewerkt aan het uitvoeren van Trumps programma, zonder zich af te vragen of alles legaal was en in overstemming met de wetten en regels van het Amerikaanse staatsbestel.
Met andere woorden: gaat er na Trumps aftreden op alle fronten rechtgedaan worden en zullen de verantwoordelijken voor het gevoerde onrechtmatige beleid en de nagelaten rechtspleging (de ICE-agenten die in Minneapolis twee burgers doodschoten zijn niet berecht) worden gestraft?

Misschien zijn de eerste scheuren in de machtsbasis van Trump inmiddels zichtbaar, maar het Amerika van voor zijn presidentschappen is nog lang niet terug. De VS gaan nog jaren van interne strijd en chaos tegemoet, ben ik bang. De mensen die door een nieuwe (democratische) regering worden aangeklaagd, zullen zich tot het uiterste verzetten tegen veroordeling. 
Toch lijkt het van belang dat de abberatie die de oorspronkelijke Amerikaanse rechtsstaat heeft geteisterd wordt erkend èn bestraft. Eén en ander 'laten gaan' als er een nieuwe democratische regering is geïnstalleerd, zou een buitengewoon slecht signaal zijn in de richting van anti-democraten wereldwijd.

En wat daarbij komt: worden de oude relaties tussen de VS en Europa hersteld, of is er blijvend iets veranderd in de onderlinge verhouding? 
Wij, in Europa, hebben voorlopig vooral de taak goed voor ons eigen continent te zorgen.

maandag 16 februari 2026

Passanten 7: Rob




















Rob was een collega van Willem, de hoofdpersoon van Passanten 6. 
Wàs, want Rob ging al iets eerder dan ik met pensioen. Ook hij was plantoetser bij de Omgevingsdienst.
Maar Rob was veel meer dan dat. Eigenlijk had hij, nog meer dan Willem, het uiterlijk dat velen bij een ambtenaar vinden passen, maar in de praktijk was Rob een heel stuk kleurrijker dan Willem. Rob was ooit voorbestemd om een veel prominenter en belangwekkender leven te gaan leiden dan hij deed, toen ik hem ruim twintig jaar geleden tegenkwam. Hij was in Delft afgestudeerd als civiel ingenieur en zou normaal gesproken daarna aan een glansrijke carrière in het bedrijfsleven of bij de overheid zijn begonnen.
Wat er in de periode tussen zijn afstuderen en het moment dat wij kennismaakten precies is gebeurd, is mij nooit helemaal duidelijk geworden, maar Rob was niet te beroerd om zèlf een tipje van de sluier op te lichten. Hij draaide er niet omheen dat hij ooit alcoholist was. 
Voor hij bij Bouw- en Woningtoezicht in Dordrecht terechtkwam, had hij bij dezelfde gemeentelijke dienst in Delft gewerkt. Of hij ooit werk heeft gedaan dat meer op maat was voor de academicus die hij in feite was, weet ik niet. Wel dat Rob in de periode dat ik hem kende min of meer de loner was die hij mogelijk zijn hele leven is geweest. Hij was niet getrouwd en had, voor zover ik heb kunnen nagaan ook geen vriendin. Of dat hij die ooit wèl had, weet ik niet.
In de omgang was Rob vormelijk, of misschien moet ik zeggen quasi-vormelijk. Hij wilde graag een gedistingeerde indruk wekken, maar soms kreeg ik de indruk dat er iets ironisch schuil ging in die opstelling.
Met Rob kon je over veel onderwerpen een boom opzetten; hij was op tal van terreinen goed geïnformeerd. Over de geschiedenis van Nederland kon je hem alles vragen. Zo wist hij me te vertellen dat het huidige koningshuis in het geheel niet afstamde van Willem de Zwijger. Er was ergens gefrauduleerd om de bloedverwantschap ogenschijnlijk te doen doorlopen.
 
Rob had echter ook een misantropische trekje: soms leek hij er genoegen in te scheppen aanvragers van een bouwvergunning tot wanhoop te drijven. Dit door een combinatie van archaïsche taal, waarvan sommige lager opgeleide aanvragers niets begrepen enerzijds, en anderzijds door een niet altijd even behulpzame opstelling in het algemeen. Binnen het toetsersteam kon hij ook nogal eens cynisch uit de hoek komen. De leiding van de Omgevingsdienst haalde opgelucht adem toen hij met pensioen ging

Het gespreksonderwerp dat Rob ècht deed opleven was klassieke muziek. 
Iets dat hem vermoedelijk al heel lang het nodige plezier in het leven bood. Misschien had ie het al van thuis meegekregen.
Zelf was ik in die tijd min of meer bezig klassieke muziek te ontdekken. Hoewel mijn moeder een groot deel van haar leven lid was geweest van een vrouwenkoor en daarbij de nodige klassieke stukken had gezongen, was mijn belangstelling voor het genre pas tot leven gekomen toen mijn toenmalige vriendin, nu mijn vrouw, een deeltijd-opleiding in de muziek volgde, die qua theorie min of meer tot conservatorium-niveau reikte. In het kader daarvan werden door haar ladingen klassieke CD's aangeschaft. Wat ik hoorde kon me vaak wel bekoren. Op zeker moment begon ik ook zelf klassieke CD's te kopen en gingen we ook regelmatig naar concerten en concertjes.
Toen Rob eenmaal van mijn nieuwe liefhebberij op de hoogte was, gingen onze gesprekken meestal over klassieke muziek. Hij zette me bijvoorbeeld op het spoor van de Duitse liederen. En dan niet alleen die op muziek van Schubert, maar ook de Vier letzte Lieder van Richard Strausz, die ietwat zwaarder op de maag liggen dan Schubert's verklankingen van de diverse romantische Duitse dichters.

Rob vergat ook niet dat hij in essentie een academicus was.
Hij was erachter gekomen dat de eerste dirigent van het Concertgebouworkest, Willem Kes, in Dordrecht was geboren en schreef een wetenschappelijk verantwoorde biografie over hem. Op zeker moment reisde hij zelfs naar Moskou, omdat Kes daar enkele jaren directeur van het conservatorium was geweest. 
Kes had bepaalde ideeën met betrekking tot de manier waarop van klassieke muziek moest worden genoten. Het publiek dat concerten van klassieke muziek bezocht, was tot vér in de 19e eeuw gewend om tijdens het concert de gesprekken, waaraan men voor de aanvang ervan was begonnen, gewoon voort te zetten. Kes schijnt op enig moment een concert te hebben stilgelegd, om vervolgens aan het publiek te vragen: "ik stoor toch niet, hoop ik?" Toen hij in 1895 bij het Concertgebouworkest vertrok, had hij het orkest internationaal op de kaart gezet en was de traditie dat het publiek zich tijdens concerten stil hield, en pas enkele seconden na de laatste noot applaudiseerde, gevestigd.
Toen Rob met pensioen ging, was zijn biografie nog niet af. 
In de laatste tijd dat wij samenwerkten, was hij op zoek naar een promotor, want hij wilde de biografie gebruiken als dissertatie en daarmee van ingenieur (ir.) alsnog tot doctor promoveren. 

In de periode daarna kwam ik hem nog af en toe tegen in de stad. Het werk vorderde gestaag, zo vertelde hij bij die gelegenheden. De laatste keer dat ik hem sprak ligt alweer jaren in het verleden.
Wèl merkte ik een paar jaar terug dat zijn biografie van Willem Kes in 2017 in druk was verschenen. De officiële presentatie ervan blijkt een groot evenement te zijn geweest. 
Voor het schrijven van dit stukje heb ik zijn naam gegoogeld.
Ik vond het bericht van zijn overlijden, in 2024, in een artikel waarin ook de door hem geschreven biografie wordt genoemd, plus de opmerking dat de beoogde promotie nooit heeft plaatsgevonden. Mogelijk lagen zijn oorspronkelijke vakgebied (civiele techniek) en de muziekwetenschap te ver uiteen om een promotor zo ver te krijgen hem als promovendus aan te nemen.

Rob was hoe dan ook iemand die niet snel uit mijn geheugen zal verdwijnen en zonder meer één van de witte raven onder de passanten in mijn leven.